zaterdag 26 april 2014

1 mei, honderd jaar geleden


Zelf ben ik niet zo’n feestganger, maar daar vormt het Feest van de arbeid toch ’n beetje een uitzondering op. Het is niet zo dat ik op die dag het huis verlaat om mij, in ’t rood gehuld, eens goed te laten gaan, maar ik maak van die dag wel gebruik, zij het niet elk jaar, om in Gent m'n oude strijdmakkers op te zoeken. Die oude strijdmakkers zijn de kameraden waarmee ik, toen ik nog jong & dynamisch was, het kapitalisme te lijf ging. Het is telkens een vreugdevol weerzien, vooral met degenen die de idealen van hun jeugd trouw gebleven zijn. Ja, 1 mei steunt op een lange traditie waar ik inmiddels deel van uitmaak. En daar wil ik nu een stukje over schrijven.
Kan ik die viering koppelen aan het thema van de Groote Oorlog waarin we dit jaar ondergedompeld worden, zeg maar verdrinken? Laat me eens kijken. Honderd jaar geleden werd 1 mei ook al gevierd. Toen waren er overal in Europa bijeenkomsten waarop de arbeidersbeweging op de gevaren van het militarisme wees. Zowel in Duitsland als in Frankrijk wezen de socialisten er toen op dat de strijd om de koloniën en invloedssferen naar een oorlog konden leiden.
Ik vraag me af of er ook dit jaar weer zo’n redevoeringen zullen zijn. Want zopas heb ik een stuk gelezen van de door mij zeer gewaardeerde journalist John Pilger die onomwonden stelt dat de eenzijdige berichtgeving over Oekraïne ons klaarstoomt voor alweer een nieuwe wereldoorlog. (*) Is zijn vrees terecht?
De verwittigingen die op 1 mei 1914 geuit werden, waren dat wel degelijk, zo bleek kort nadien. Nauwelijks drie maanden na de viering brak de Eerste Wereldoorlog uit.
De arbeidersbeweging, toen nog eensgezind verenigd in wat we als de Tweede Internationale kennen, had die oorlog inderdaad al van verre zien aankomen. In november 1912 riep ze haar organisaties en partijen op om zo’n oorlog te beletten. En, zo voegde ze eraan toe, als er dan toch een oorlog zou uitbreken dan moest die gebruikt worden om de val van het kapitalisme te bewerkstelligen. Krasse taal!
In de zomer van 1914 was het zover. Maar de socialisten deden niet wat ze twee jaar eerder afgesproken hadden, integendeel. In de Duitse Reichstag stemden de sociaal democraten de financiële kredieten goed die de oorlog zouden bekostigen. Dat deden ook de socialisten in andere landen. De Belgische socialist Camille Huysmans zei hierover: ‘De Internationale is dood, zegden de enen, omdat ze de oorlog niet heeft kunnen verhinderen. Het antwoord hierop is eenvoudig: de Internationale alléén heeft haar plicht gedaan. Maar ze heeft de macht niet om de oorlog te verhinderen. Meer nog. We wisten allen dat ze in 1914 de macht daartoe niet had. (…)’  
Daar was niet iedereen het mee eens. Sommigen beschouwden dat wel degelijk als verraad. Het socialisme scheurde middendoor. Het schisma bleef bestaan en het bestaat vandaag nog steeds.
Tijdens die oorlog wierpen de Russen het oorlogvoerende regime in hun land omver. Was dit voor de Internationale niet het moment om de vredesleuzen weer van onder het stof te halen? De Vlaming Camille Huysmans was in elk geval betrokken bij een poging om de oude waarden in eer te herstellen. Hij riep op tot het organiseren van een socialistische wereldconferentie in Stockholm. Hij kreeg de wind van voren, en niet alleen vanuit nationalistische hoek.
Ook de Belgisch socialist Emile Vandervelde was over dat initiatief niet te spreken. In opdracht van de regering werd hij zelfs naar Rusland gestuurd om er de socialisten juist aan te porren om de oorlog tegen Duitsland verder te zetten. Vandervelde heeft dat zelf altijd ontkend, maar zowel zijn biograaf (Abs) als Nic Bal (*) betwijfelen of Vandervelde in deze kwestie wel de waarheid spreekt.
Hoe dan ook, in Stockholm ontmoette Huysmans wel degelijk Vandervelde die op weg was naar Rusland. Vandervelde en Deman namen daar de trein naar Petrograd.
In die trein delen de twee Belgen een coupé met Leon Trotski en diens echtgenote. Zowel Vandervelde als Deman vermelden die ontmoeting in hun memoires. De eerste beweert dat hij in dat coupé een lang gesprek met Trotski had die inmiddels de kant van de bolsjewieken gekozen had. Trotski ging, zo vertelt Vandervelde, tekeer tegen de socialisten die de oorlog wilden voortzetten. De Man daarentegen zegt dat Trotski elk gesprek met Vandervelde weigerde. De Man en Vandervelde waren het er wel over eens dat Trotski een ‘warhoofd’ was die zich als een ‘zenuwlijder’ gedroeg, een man die ‘geen zelfbeheersing’ had.
Wat op een botsing van persoonlijkheden lijkt, is veel meer dan dat. Die treinreis illustreert beter dan wat ook de breuk die het socialisme in die dagen beleeft. Nic Bal vertelt het zo: ‘In de voormiddag van 17 mei 1917 stoomde de trein het Finlandstation van Petrograd binnen. Vandervelde en De Man werden opgewacht door enkele verkleumde functionarissen van het Belgisch gezantschap met een kleine Belgische vlag. Een enorme menigte met rode vlaggen en spandoeken verwelkomde Trotski. Een muziekkorps zette de Internationale in. Een beetje smalend riep Trotski Vandervelde toe: “Je merkt, citoyen, dat dit onthaal mij wordt voorbehouden, en niet de voorzitter van de Internationale.” Vervolgens werd hij in triomf op de schouders van de menigte gehesen en naar buiten gevoerd. Na Lenin was de tweede vijand van het nieuwe regime in zijn vaderland teruggekeerd, die binnen de maanden mede aan het hoofd zou staan van de Oktoberrevolutie, de “tien dagen die de wereld schokten”.’
Flor Vandekerckhove

(**) De citaten komen uit: Nic Bal, Zij droegen de rode vlag. De legendarische leiders van de socialistische strijd. 1988. A’pen, Standaard Uitgeverij. 246 ps.

Een reactie plaatsen