maandag 14 april 2014

Stagger Lee


Omwille van omstandigheden die u niet aangaan heb ik de jongste vijf jaar meer rockconcerten bijgewoond dan in de zestig jaar die eraan voorafgegaan zijn. Da’s niet moeilijk, zo zullen mijn kinderen repliceren, want, vader, gij hebt nooit eerder een rockconcert bijgewoond. Ze hebben gelijk, ik ben een neofiet in de materie. Maar deze neofiet is inmiddels al wel gaan luisteren naar liveoptredens van Arno, Bruno Deneckere, Pavement, Daniel Lanois & Trixie Withley, Pixies, Jon Langford, Paul Weller, The Black Crowes, Brendan Croker, Gavin Friday en Nick Cave. Wie er iets van afweet zal beamen dat het, zeker voor een beginneling, een indrukwekkende lijst is.
Het ene concert maakte, zo moet ik wel zeggen, al wat meer indruk op me dan het andere, maar echt imponeren deden wel Nick Cave & The Bad Seeds (Sportpaleis A’pen, 18 november 2013). Zozeer zelfs dat ik achteraf een en ander ging uitvogelen. 
In een ronduit indrukwekkende song voert Cave me mee naar de crisisjaren dertig: It was back in 32 when times were hard… Ik spitste de oren. Cave leerde me ene Stagger Lee kennen: He wore rat drawn shoes and an old Stetson hat / Had a 28 Ford, had payments on that. Nee, ’t ging niet goed met die mens en het ging daarenboven van kwaad naar erger. Lee kwam op straat te staan en zocht soelaas in een kroeg die onheilspellend The Buckett of Blood heette. Aldaar dronk hij niet gewoon een Stella, neen, hij schoot er de barman neer en neen, het was geen ongeluk, want Cave telde four holes in diens motherfucking head. Maakte deze Lee zich vervolgens vlug uit de voeten? Driewerf neen, hij neukte eerst nog de plaatselijke hoer Nelly Brown, known to make more money than any bitch in town, en om dat spetterende cafébezoek af te ronden vermoordde hij ook haar vent, de genaamde Billy Dilly. Laat het duidelijk zijn: Stagger Lee was, zoals Cave het zo treffend zingt, een bad motherfucker.
Ja, da’s rock ’n roll van de overtreffende trap. Maar terwijl ik dat allemaal aan ’t uitvissen was, kwam ik ook te weten dat Stagger Lee echt bestaan had; niet in het thuisland van Nick Cave en evenmin in de crisisjaren dertig, maar in Amerika op het einde van de negentiende eeuw. Een krant bracht toen inderdaad het bericht dat een mens neergeschoten werd door ene Lee Shalton, alias Stag Lee. Het geschiedde op 28 december 1895 in een etablissement in St. Louis.
Geweten is dat Stag Lee een zwarte medemens was, een pooier, een soort politieker ook, een kaartspeler en een revolverheld. Blijkt dat een hoofddeksel het moordmotief was, want in ’t kaartspel had Lee zijn Stetson aan een tegenstander verloren; reden genoeg om de colt boven te halen. Hij vermoordde de mens, nam zijn hoed terug, zette die op en verliet de gelagzaal. In sommige milieus zou men dat wellicht als cool omschrijven.
A stag is slang is voor iemand die geen vrienden heeft. Stag Lee wordt in de volksmond al vlug Stagger Lee. Maar merkwaardig is toch wel dat deze man-zonder-vrienden, een moordenaar en een bad motherfucker, al vlug in de blues bezongen wordt als ware hij een held.
Er is een uitleg voor. Lee is zo slecht dat hij, zo leert de overlevering, gevreesd wordt door de politie en de rechters. (*) Voor de onderdrukte zwarten wordt hij van de weeromstuit een lichtend voorbeeld: ziehier een zwarte telg uit de onderklasse die de blanke baas durft te tarten! Want je kunt die mens wel veel verwijten, maar niet dat hij — om het een beetje in de terminologie van Nick Cave te zeggen — met zijn kloten laat spelen. Stagger Lee wordt een legendarisch product van de vrijheidsstrijd. In de opstandige jaren zeventig zegt Black Panther Bobby Seal over zichzelf en zijn kompaan Malcolm X bijvoorbeeld dat ze Stagger Lee figuren zijn.
Vertrekkend vanuit de blues veroverde het thema omzeggens heel de muziekwereld. (**) De bad motherfucker werd inmiddels al bezongen door o.a. James Brown, Neil Diamond, The Clash, Pat Boone, Fats Domino, Bob Dylan, Duke Ellington,The Grateful Dead, Woody Guthrie, The Ventures, Ike & Tina Turner, Ma Rainey, Jerry Lee Lewis, Tom Jones, Beck, Missisippi, John Hurt, the Black Keys, Elvis en dus ook Nick Cave.
Maar Cave is niet zomaar een interpretator. Hij is een kunstenaar die met het gegeven aan de haal gaat en daar zijn eigen verbeelding aan toevoegt. Hij haalt het lied weg uit het zwarte Amerika van de negentiende eeuw en brengt het binnen in zijn eigen context, met name deze van de bekende crisisjaren dertig. Ook de vorm verandert: de blues maakt plaats voor het groteske. De traditionele bluestekst luidt: Stagger Lee... shot Billy / Oh, he shot that poor boy so bad / Till the bullet went through Billy / And it broke the bartender's glass. Niet zo bij Nick Cave. Daar gebeurt iets helemaal anders: Yeah, I'm Stagger Lee and you better get down on your knees / And suck my dick, because If you don't you're gonna be dead / Said Stagger Lee // Billy dropped down and slobbered on his head / And Stag filled him full of lead. 
Hoe die Billy kan neerzijgen èn tegelijk op zijn hoofd kwijlen is een vraag die we hier onopgelost laten (***). Maar 't is juist het groteske dat de song optilt tot boven het niveau van de zoveelste interpretatie. Het is de stijl van Cave die dat er een meesterwerk van maakt. Of… Nick Cave als meester van het groteske, een register dat alleen de allergrootsten kunnen bespelen zonder zichzelf belachelijk te maken.
Flor Vandekerckhove

(**) Er bestaat een site waarop de meeste van die vertolkingen te beluisteren zijn: http://www.staggerlee.com/index.php
(***) De tekstlijn is voer voor discussie op 't internet. Aangenomen wordt dat 'head' slaat op de kop van de penis, waardoor dit gebeuren toch al iets begrijpelijker wordt: http://forum.wordreference.com/showthread.php?t=277012&langid=13




Van Antoine Légat kreeg ik volgende toelichting:: 'Heel mooi stuk, beste Flor, en belangrijk dat het gebeurt! Ik heb het zelf al eens overwogen te doen, ook met andere oude blueskrakers als, pakweg, 'Saint James Infirmary', 'Bourgeois Blues', 'Hoochie Coohie Man', 'Got My Mojo Working' en 'House Of The Rising Sun'. Thematisch komt bvb. 'Frankie & Albert' in de buurt van 'Stagger Lee'. Sommige hebben een 'vaste' tekst, zoals 'House', andere hebben de schrijflust van anderen opgewekt, zoals 'St James' met zijn ongeveer 280 coupletten. Daar kan je gerust een dikke turf mee vullen. Opvallend is dat zovele van die songs op een realiteit teruggaan. Bij 'House' levert dat zelfs een bijzonder boeiende detectiveroman op! Ikzelf leerde 'Stagger Lee' of 'Stagolee' (of... Er zijn nog schrijfwijzen) kennen via een oude bluesplaat in de sixties. Ik zou moeten opzoeken welke tandeloze ouwe zwarte met 65 grandchildren joelend op de frontporch de song inzong (die LP ligt op zolder, maar het enige wat ik nog weet is dat het géén van de bekende blueslui was), maar de eerste versie van iemand met naam die ik me herinner was van Dr. John (rond 1970) Voor blues buffs is het bekend terrein, maar dat 'bekend terrein' houdt op aan de grens van de blues...
Ik kan je zo in de vlucht één koorecksy meegeven: het is Daniel Lanois
[ik heb de fout inmiddels verbeterd]. Maar voor de rest zit je er BOENK! op, me dunkt... Swell dat je Bruno nog eens vermeldt... We kunnen dat niet genoeg doen!' 


Joris De Voogt schreef me: 'Mooi stukje over Stagger Lee! De oude blues is inderdaad zeer inspirerend. Luister ook eens naar 'Strange fruit' van Billie Holiday (over een lynchpartij door de KKK) en 'Black, brown and white' van Big Bill Broonzy.'
Een reactie plaatsen