dinsdag 17 maart 2015

Drugskoerier op rust zoekt vrouw

Hij woog te veel. Hij was zo zwaar dat zijn knieën eraan kapotgegaan waren. Hij was ook een beetje simpel. ‘t Een zowel als ‘t ander kwam door de pillen. Die moest hij van de dokter nemen om de razernij onder controle te houden. Ik kon me daar niets bij voorstellen, want hij was een dikke sul. 
Wouter woonde in een huis dat volgens mij op instorten stond. Ik claxonneerde en wachtte voor de deur als ik hem kwam ophalen, dat was veiliger. Hij had in de vismijn gewerkt, zware arbeid, werk dat hij alleen maar volgehouden had door op tijd & stond een lijntje coke tot zich te nemen. Anders dan de pillen hield die coke zijn razernij niet onder controle, integendeel. Hij werd ontslagen maar bleef snuiven, ook toen daar geen geld meer voor was. Zijn moeder bracht wel soep, maar Wouter leefde niet van soep alleen. Zo komt het dat hij in de koeriersdienst terechtkwam die de waar vanuit een container naar de markt bracht. Soep & coke, het leven werd weer draaglijk. En gevaarlijk, want de koeriers, zo zei hij, waren gewapend.
Op een dag waren ze in de kraaienpoten gereden en van daaruit in de armen van de overheid. Hoe hij het voor elkaar gekregen had weet ik niet, maar Wouter had tijdens dat intense gebeuren zijn razernij onder controle kunnen houden. Hij nam de overheid apart en sprak haar aldus toe: ‘We gaan toch geen gaatjes maken zeker.’ Zijn manier om met een schietpartij te dreigen. De overheid nam het zekere voor het onzekere en maakte een Belgisch compromis. De drugs werden in beslag genomen en de koeriers gingen vrijuit. Een bloedbad was vermeden.
Aan dat alles dacht ik terwijl ik het zoekertje aan ’t opmaken was. Daarin moest ik vermelden — daar stond hij op — dat het niet voor de seks was. Daarin was Wouter niet geïnteresseerd, ook dat kwam door de pillen. Het was meer om iemand naast zich te hebben wanneer hij met zijn boodschappenlijstje naar de Aldi trok.
Twee weken later was Wouter dood. Nauwelijks mensen op de plechtigheid. Twee mannen die om ter meest op Tony Soprano probeerden te gelijken, een forsgebouwde vrouw die me even aan de Aldi liet denken en een oud, verschrompeld wijfje dat me achteraf kwam vragen of ik zin had in een bord warme soep.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten