dinsdag 25 oktober 2016

De hippodroom heropgezocht


In Bredene rij ik naar de Koerslaan en daar volg ik de instructies die architect Erwin Mahieu me meegeeft. Ik constateer dat hij gelijk heeft: de Koerslaan maakt op ’t einde een grote ‘courbe’. Hij gebruikt dat woord omdat ‘bocht’ niet helemaal de lading dekt en omdat de omschrijving ‘kromme lijn’ ook al op niets trekt. Hoe dan ook, de Koerslaan slingert zich daar inderdaad naar de Batterijstraat toe.
Onlangs heb ik daar al eens rondgefietst. Ik ben er op zoek gegaan naar restanten van de hippodroom die zijn naam aan die wijk gegeven heeft. Die heb ik toen niet gevonden, maar ik heb er wel een veelgelezen stukje over geschreven dat je hier kunt weervinden.
Ook Mahieu heeft dat gelezen en hij heeft me er nadien op gewezen dat je in de buurt wel degelijk resten van die paardenrenbaan kunt vinden: ‘Als je de Batterijstraat vanuit de Koerslaan nadert heb je links een weide. In deze weide liggen, tegenaan de Batterijstraat, grote – deels overwoekerde / overgroeide – brokstukken. Dat zijn de laatste restanten van de renbaantribune die je op de zichtkaart toont. De Duitsers hebben die in de loop van de oorlog laten ontploffen.Ik denk dat ik weet waar hij op doelt en daar rij ik nu naartoe.
Je kunt er inderdaad niet naast kijken. De brokstukken die je vanaf de straat ziet liggen ken ik dan ook al van in mijn kindertijd. Ten onrechte heb ik altijd gedacht dat het restanten van bunkers zijn. 
Niet dus.
Ik kom onder de indruk van wat daar allemaal te zien valt. Er is niet alleen de hoop beton die tijdens het interbellum vorm gegeven heeft aan een mondaine attractie, maar dat beton ligt op D'Heye, een duingebied dat meer dan duizend jaar oud is. Het informatiebord leert me dat zo’n fossiele duinen zeldzaam zijn. Buiten D’Heye zijn er alleen nog de Schuddebeurze tussen Lombardsijde en Westende en de Carbourduinen tussen Ghyvelde en Adinkerke.
D’Heye, Carbourduinen, Schuddebeurze, mooie namen zijn dat. Op die hoek vallen nog mooie namen te rapen. Op D’Heye groeien planten die zandblauwtje heten en klein tasjeskruid. Kenners noemen de aldaar florerende insecten zandoogje en bruin blauwtje
Mahieu heeft gelijk, er valt op die hoek, waar ogenschijnlijk niets te bekijken valt, bijzonder veel te zien en dan heb ik niet eens achter me gekeken, naar de plek waar de beruchte batterij Deutschland ooit van jetje gaf.
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten