maandag 24 juli 2017

Schrijver zoekt toondichter


Wanneer de avond valt en tegelijk de regen, vraagt een mens zich al eens af of er van zijn verhalen een lied te maken valt. En via ’t internet werpt hij een visje uit, dat, naar hij hoopt, bij een toondichter terechtkomt die in de beslotenheid zijner woonkamer enthousiast uitroept: ‘Wel zeker, hier valt een bijzonder mooi lied van te maken.’ Waarna die mens zich meteen achter het klavier zet.
In ’t Nederlands klinken de openingszinnen van dat visje — mijn eerste Vlaamse liedtekst in het lichtere genre — alzo:  In ‘t jaar voorwaar, dat vreemde jaar / Waarin haast niets meer mocht / Was hij toch nog op zoek gegaan / Naar tgene wat hij zocht.
In ’t Engels — want ik heb dat visje ook al in ’t Engels uitgeworpen — luidt het enigszins anders. Dat komt doordat ik daar andere uitvoerders voor ogen heb. In het Engels sprekende gedeelte van de wereld zie ik mijn songs gezongen worden door een soort Dubliners: Oh, all tobacco shops were closed /The year the law forbade to smoke / ‘t Was hard to find a cigarette / ‘Cause smokes were worth their weight in gold.
De Nederlandse tekst zou dan weer, vind ik, goed liggen in de mond van Drs. P.: In ‘t deurgat stond een weduwe / Op ’t venster stond haar naam / De zoon had haar op straat gezet / En voor haar stond een kraam.
In Dublin is er geen sprake van een kraam, maar van een clandestiene dealer, maar in beide gevallen gaat het om zware tabak van de onvolprezen weduwe van Nelle: His dealer sold him heavy stuff / The kind you’d like so much to puff.
Die dealer maakt van de schaarste gebruik om daar overmatig veel geld voor te vragen, maar ook aan het Nederlandse kraam is de klant de pineut: Betalen deed hij veel te veel / Voor ’t laatste pak van ’t land / Van Nelle stak haar geld snel weg / En de tabak in zijn hand. // Dat komt doordat ’t verboden is, / Zei ze, en hij moest gaan / Dat is het laatste pak zei ze, / Daarna is het gedaan.
Waarna we de gebruiker, in beide talen, volgen naar een plek waar hij rustig kan genieten van zijn aanschaf: Hij trok ermee naar ’t kerkhof / Ging zitten op een bank / En rolde daar zijn vloeitje / En zei daarbij: goddank.
De Laatste zou evenwel geen Vuurtorenwachter zijn, mocht het lied geen moraal meekrijgen: roken is slecht voor de gezondheid! De held krijgt een attaque: In his chest he felt a pain / Went down on the graveyard ground / The fag fell down, out of his mouth / Straight in the dirty shirt he wore.
Met als gevolg dat hij helemaal in de fik schiet: De peuk viel uit zijn mond / en stak zijn hemd in brand / Nu lag hij daar te branden / En dat was heel gênant.
In ’t Engels komen er vervolgens welbepaalde derden aan te pas: His wife went out to find her man / So did his child and the police. In ’t Nederlands is er geen sprake van vrouwmensen, flikken of nageslacht, maar het resultaat is ‘t zelfde: Men zocht hem hier, men zocht hem daar / Men zocht hem in heel ’t land / Hem vinden echter deed men niet / Hij was heel opgebrand.
Beide liedteksten zijn gebaseerd op het verhaal Een roker in rook opgegaan, dat ik in 2011 gepubliceerd heb. De volledige Engelse songtekst — weliswaar in een Engels waarvan we in West-Vlaanderen zeggen dat er haar op staat — vind je daar. De volledige Nederlandstalige liedtekst plaats ik hieronder, want wijlen mijn ex-schoonvader zei altijd: je weet nooit hoe een koe een haas vangt. (Zelden werd de uitdrukking ‘een waarheid als een koe’ meer recht gedaan.)

De laatste roker
(songtekst)

In ‘t jaar voorwaar, dat vreemde jaar
Waarin haast niets meer mocht
Was hij toch nog op zoek gegaan
Naar tgene wat hij zocht.

Hij zocht het hier, hij zocht het daar
Hij zocht het overal
En vond opeens een winkeltje
‘t was bijna niemendal.

In ‘t deurgat stond een weduwe
Op ’t venster stond haar naam
De zoon had haar op straat gezet
En voor haar stond een kraam.

Maar wat hij zocht en vond hij niet
Geen shag dus ook geen drum
Geen Malboro geen Lucky Strike
Dat zag hij niet lig-gun.

Betalen deed hij veel te veel
Voor ’t laatste pak van ’t land
Van Nelle stak het geld snel weg
En de tabak in zijn hand.

Dat komt doordat ’t verboden is,
Zei ze, en hij moest gaan
Dat is het laatste pak zei ze
Daarna is het gedaan.

Hij trok ermee naar ’t kerkhof
Ging zitten op een bank
En rolde daar zijn vloeitje
En zei daarbij: goddank.

Daar op die bank genoot hij
Ten volle van de smaak
De weduwe van Nelle
Haar shag was altijd raak.

Dat kon niet blijven duren zo
Opeens was er die pijn
Een mens denkt dit, een mens denkt dat
’t Zal een attaque zijn.

De peuk viel uit zijn mond
en stak zijn hemd in brand
Nu lag hij daar te branden
En dat was heel gênant.

Edoch, lang duren deed dat niet
En da’s toch interessant
En tegen ‘t ochtendgloren ja,
Was hij heel opgebrand.

Men zocht hem hier, men zocht hem daar
Men zocht hem in heel ‘t land
Hem vinden echter deed men niet
Hij was heel opgebrand.
© Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen