zondag 9 juli 2017

Stalin in 1935: ‘Het leven is beter geworden, het leven is vrolijker geworden!’

— Joeri Pimenov (1903-1977), Nieuw Moskou (Olie op doek, 140 x 170 cm - 1937) —

In Alles voor het moederland (°) beschrijft Michel Krielaars uitgebreid een schilderij dat hij in Moskou in een galerie ontdekt. Het betreft een socialistisch realistisch werk uit 1937.
Kunstschilder Joeri Pimenov neemt ons mee in een cabriolet. We zitten op de achterbank van een wagen die door een jonge vrouw bestuurd wordt. We rijden over een brede avenue.
‘Het zou me niets verbazen als die vrouw op weg is naar een voorstelling in het Bolsjoj-theater. Pimenov schilderde tenslotte veel voor de theaterwereld en het Bolsjoj was een van zijn vaste opdrachtgevers. Moskou vormde in dat jaar bovendien het decor van een groots toneelstuk: de opbouw van een nieuwe wereld door de CPSU, de Communistische Partij van de Sovjet-Unie.’
En verder: ‘Op Pimenovs vrolijke doek is die verbeelding van de revolutionaire ideologie goed te zien. Recht voor de vrouw in de cabriolet rijst het nieuwe Gosplan-gebouw op, het beleidscentrum van de communistische planeconomie. Het overschaduwt het belendende Huis van de Vakbonden, dat gevestigd is in het vroegere paleis van de Adelsvereniging. Aan de gevel hangt een grote rode banier, om aan te geven dat aristocraten hier niets meer te zoeken hebben.’
— Pimenov gebruikt dit 'achterbankperspectief' wel meer. Al surfend
stoot ik op nog twee voorbeelden. Bovenaan: Weg aan de
frontlinie (1944). Onderaan: Nieuw Moskou uit 1960. —
‘Aan de overkant van de straat, op het Manege-plein, nadert het imposante hotel Moskou met zijn 1200 kamers zijn voltooiing. (…)’ — ‘De door Pimenov verbeelde rijweg is gevuld met een wirwar van auto’s, bussen en trams. De stad bruist. Iedereen is vrolijk. (…)’
‘Het in warme kleuren geschilderde tafereel straalt in alle opzichten welvaart en geluk uit. De vrouw achter het stuur, wier gezicht je niet kunt zien, vertegenwoordigt de nieuwe tijd van vrouwenemancipatie, van gelijkheid, vrijheid en broederschap, van het socialisme. En tegelijkertijd weet je dat slechts weinigen zich zo’n mooie auto (…) kunnen veroorloven. De vrouw moet dus wel deel uitmaken van de nieuwe elite. Misschien is ze de dochter van een kolchozvoorzitter, een partijleider of een fabrieksdirecteur. (…)’
Bijna honderd bladzijden verder heeft Krielaars het nog eens over dat schilderij. Maar nu zegt hij wat het beeld niet laat zien: ‘Toen Joeri Pimenov Het nieuwe Moskou voltooide, was de Stalinterreur al drie jaar bezig, al bereikte ze in 1937-1938 haar hoogtepunt. Zo zouden in 1937 alleen al bijna 40 000 inwoners van de Sovjethoofdstad met een nekschot in de kelders van de Loebjanka worden geëxecuteerd op grond van gefingeerde beschuldigingen van contrarevolutionaire activiteiten, landverraad en spionage. ’s Nachts stroomde het bloed uit de afvoerleidingen van het op een dijk staande voormalige verzekeringsgebouw in de riolen. Als je je leven niet in gevaar wilde brengen, kon je in die dagen beter niet in Moskou wonen en zorgde je er, zoals de schrijver Konstantin Paustovski, voor uit de buurt te blijven van het gevreesde hoofdkwartier van de geheime politie.
Op bladzijde 114 heeft Krielaars maar twee zinnen nodig om de synthese te maken: ‘Veel Sovjetburgers merkten weinig van de Grote Terreur, of deden alsof ze er niets van merkten. In de anderhalf jaar van de bloedige zuiveringen leefden ze als op het schilderij van Pimenov.’ Hij illustreert die synthese met het voorbeeld van een inmiddels overleden vriendin: ‘Van 1937 herinnerde ze zich vooral dat ze als jonge arts vaak uit dansen ging en dat ze zich veilig waande onder Stalins beschermende vleugels. (…) Als ze het over 1937 had, verscheen er bijna automatisch een opgewonden blik in haar ogen, waarmee ze haar immense dankbaarheid en respect voor Stalin leek te willen benadrukken.’
Het is iets wat vandaag maar moeilijk te begrijpen valt. Ik haal een ander boek uit de kast, een bundel met brieven die mijn lievelingsauteur Isaak Babel tussen 1925 en 1939 naar zijn moeder in Brussel stuurt. (°°) Op 7 januari 1936 bevindt hij zich in Moskou: ‘Ik maak op mijn gemak een rondje in de buurt — er ligt weinig sneeuw, het is zacht weer, een zachte winter. En om mij heen kolkt een zee van welvaart en vooruitgang, de bevolking van het Russische land maakt als tijgers een sprong naar voren…’ Drie jaar later wordt ook Babel vermoord.
Flor Vandekerckhove

(°) Michel Krielaars. Alles voor het moederland. De Stalinterreur ten tijde van Isaak Babel en Vasili Grossman. 2017. Uitg. Atlascontact. 344 pp.
(°°) Isaak Babel. Brieven naar Brussel 1925-1939. Mossault’s Uitgeverij Amsterdam. 1970. Vertaald uit het Russisch en ingeleid door Charles B. Timmer. 376 pp.



Een reactie posten