dinsdag 18 juli 2017

Jan Decreton: de zee, heel dikwijls de zee…


1. Ronny Billiauw, 2. Ronny David, 3. Georges Verleene, 4. Bernard Verhaeghe, 5. Marc Heddebauw, 6. Jacky Van Middelem,  7. Serge Schaut, 8. Filip Blomme, 9. Jan Decreton, 10. Ivan Schamp, 11. Edmond Vanrenterghem, 12. René Zonnekeyn, 13. Hubert Vlietinck, 14. Marc Brouckaert, 15. Leo De Wever, 16. Michel Boedt, 17. Paul Van Middelem, 18. Jean-Pierre Boentges, 19. Rik Bevernagie, 20. Jacques Croos, 21. Willy Deroo, 22. Jean Vandenbussche, 23. René Deweert, 24. Albert Driessen, 25. Eddy Despeghel. 26. Ronny Demey, 27. Julien Vereyck, 28. Rik Brouckmeersch, 29. Luc Van Hollebeke, 30. Johny Werbrouck, 31. Arnold Van Cap­pel, 32. Martin Neyrinck, 33. Dirk Kimpe, 34. Gerrit Van den Bon, 35. Roland Hillewaert, 36. Noël Soreyn. 37. Klastitularis Alfons Vandenbussche. Jan Decreton (9) stuurde me de namen door. Hij werd daarin ferm geholpen door Albert Driessen (24).

De tijd van toen! Zouden er veel zijn die daar naar terugverlangen? Ik denk het niet. En voor wat mezelf betreft: heel zeker niet. Met nostalgie heeft een stukje als dit bijgevolg niets te maken. Waarmee dan wel?
Met herinneringen natuurlijk. Wat zo’n stukje ook doet is vorm geven aan een kleine pretentie van me: ik kan daar iets moois van maken. En ten slotte is er nog dit. Over elk van die jongens valt gemakkelijk iets te vertellen dat waard is om neergepend te worden. Er moet alleen iemand zijn die het doet. En dan krijg je voor bovenstaande foto alleen al 37 verhalen. Tot zover deze kleine introductie die niet had misstaan in Van Altamira tot heden.
De foto toont ons de Vijfde Moderne van het college in Oostende, schooljaar 1962-63. Zelf maak ik geen deel van uit van die klas, maar ik herken wel enkele dorpsgenoten: Ronny David (2), Serge Schaut (7), Ivan Schamp (10), Leo De Wever (15), Jean-Pierre Boentges (18) en Jean Vandenbussche (22). Een aantal ervan — in rood — komen elders in de blog al eens ter sprake. Ook over Georges Verleene (3), René Deweert (23) en titularis Alfons Vandenbussche (37) heb ik eerder al iets geschreven.
Op 1 juli krijg ik post van de mij onbekende Jan Decreton: ‘Via via ontving ik je blog’, zo start dat briefje, en het vervolgt met een indrukwekkende opsomming van namen waarnaar ik op zoek ben. Decreton is er zelf een van en dat geldt ook voor bovenstaande foto. Hier draagt hij het nummer 9.
In de sixties woont Jan (°1948, Veurne) in De Panne, en daar is de visserij nooit veraf: Het Visserijblad was bij ons heilig. Het kwam thuis bij mijn grootvader, die reder was, en daarna kwam het bij mijn vader. Vooral de besommingen waren voor hen van belang. Ik heb er hier nog enkele liggen. Eigenlijk waren die cijfers onjuist, want er werd in de jaren 60-70 zeer veel in het zwart verkocht. Wanneer mijn vader thuiskwam en moeder vroeg hoeveel ze ‘gemaakt’ hadden noemde hij altijd twee cijfers…’
Ah, leer ze me kennen, de vissers!
— Jan Decreton. —
Jan Decreton kiest een andere levensweg. Die leidt hem naar Halle. Hoe dat gegaan is vind ik op het internet: ‘Als kind tekende hij veel en graag, dus zag hij voor zichzelf in die richting een toekomst. Maar de toelatingsproef in St. Lucas werd geen succes, het werd een voorbereidend jaar. Een geluk bij een teleurstelling, want zo ontdekte Jan de fotografie.’
Die woorden worden uitgesproken tijdens een vernissage. De directeur van kunstacademie van Halle gaat met pensioen en dat is daar uiteraard reden genoeg om een blik op ‘s mans oeuvre te werpen. Dat oeuvre bestaat uit foto’s en de directeur in kwestie is… Jan Decreton.
Wel wel. En dit is wat de inleider in het getoonde ziet: ‘De zee, heel dikwijls de zee, heel dikwijls het Noorden – zijn zoon woont trouwens in Noorwegen. En een trek naar IJsland, waar zijn voorvaderen gingen vissen in de meest barre omstandigheden. De zee, met de strakke lijn van de horizon, blijft een constante in zijn werk. Van de eerste pagina van zijn eindwerk in 1969 tot vandaag. Waar het beeld bijna abstract wordt, met een gedurfd lange belichtingstijd om alle details weg te werken en alleen die eeuwige horizon over te houden. (…) We hopen dat die inspiratie niet verflauwt, en dat we in de toekomst nog geregeld werk van Jan Decreton mogen tegenkomen.’
Ik surf verder en stoot hier op zijn website. Je moet er zelf maar eens naar kijken; intussen sluit ik dit stukje af met een punt.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen