zondag 21 januari 2018

Jean-Pierre Casier, een halve eeuw later

— Jean-Pierre Casier (links) en Flor Vandekerckhove. —

In 2014 ga ik de dichter Hervé Casier interviewen. Om het ijs te breken zeg ik dat ik in dat dorp nog een Casier gekend heb, een schoolmakker. Wat blijkt? Er is een familieband tussen die twee.
Het leidt me vier jaar later naar een tearoom in De Haan, waar ik met die schoolmakker heb afgesproken. Het is van 1968 geleden dat we elkaar gezien hebben.
Jean-Pierre Casier en ik gaan in de jaren zestig haast dagelijks met elkaar om. Op weg naar school delen we een tramplatform met Freddy Buffel, Jackie Hoogenboom, Adelin Claeys en vele anderen. Ik heb daar eerder al een stukje over geschreven: Met je pulle op de tram.
Zo’n tramplatform is ook de plek waar tienerliefdes goed gedijen. Dat is trouwens het laatste beeld dat ik me van Casier herinner: nadat ik van de tram gestapt ben, rijdt die verder en in het open deurgat staat Jean-Pierre in innige omhelzing met een blauwgerokt meisje van het St.-Andreasinstituut. ’t Lijkt op het slotbeeld van een coming of age film.
Later zal hij met dat meisje trouwen, maar dat kom ik nu pas te weten. Wat ik ook nu pas weet is dat Jean-Pierre, na al die tramritten, interieurvormgeving aan de Gentse academie gaat studeren. ’t Is iets wat in de lijn der dingen ligt, want vader Casier is huisschilder en de aanstaande schoonpapa heeft een schrijnwerkersatelier. Wie zo verstandig is om in het voetspoor van de vaderen te treden heeft het voordeel van een thuiswedstrijd.
Maar Jean-Pierre maakt het zich niet gemakkelijk. ‘Bij mij thuis waren er acht kinderen. Ik was de enige die hogere studies mocht aanvatten. Ik wilde niet op hun rug studeren en bekostigde mijn studies zelf, door tekeningen voor mijn medestudenten te maken, terwijl zij de bloemetjes buitenzetten. Zij hadden er geen tijd voor en ik verdiende er mijn kost mee, zij dat het veelal spek & ei betrof, soms alleen maar ei.’
Dat gaat goed tot wanneer een medische routinecontrole bij Jean-Pierre een longziekte ontdekt die hem verplicht gedurende vele maanden platte rust te nemen. Na die lange afwezigheid heeft hij geen zin meer in de academie en hij gaat bij de vader van zijn lief aan de slag.
Daar krijgt hij de smaak weer te pakken en na de dagtaak volgt Jean-Pierre avondonderwijs. Niet een jaar, niet twee jaar, niet drie… maar tot hij 33 is: interieurdecoratie, schrijnwerker, aannemer van bouwwerken, antiek & renovatie, bedrijfsbeheer…
Casier neemt de zaak over. Tot aan zijn pensionering leidt hij het leven van een niet heel kleine zelfstandige. Hij vertelt me over bouwwerken, projecten, verbouwingen, onderaannemers, winkels, appartementen, gedurfde initiatieven, grote en kleine werven… Ik verlies de tel, maar het maakt me wel duidelijk dat hij het werk niet geschuwd heeft.
— Jean-Pierre Casier (2) op details van oude schoolfoto's. 
Die schoolfoto's vind je hier. —

Hij heeft het ook over Lieve, het blauwgerokte meisje dat zijn echtgenote geworden is  —‘Zonder haar had ik het zeker niet gebracht tot waar ik sta.’ — over zijn dochter Sofie en zijn twee kleinkinderen. Waaruit ik leer dat Casier een familieman pur sang is. Bovendien is hij een gemeenschapsmens, van het soort dat jaarlijks een sinterklaaspak aantrekt en aan de Zeehondenwandeling deelneemt, een evenement waarvan ik weet dat ik op die dag beter niet ga joggen.
Jean-Pierre Casier beschikt, met andere woorden, over veel kwaliteiten die ik ontbeer. Komt het daardoor dat we destijds zo goed met elkaar konden opschieten? Want dat deden we, vooral tijdens de examens. Hij was goed in cijfers en ik in letters, iets wat, achter de rug van de leraars, nogal eens tot wederzijds profijt leidde. Dat mag ik nu wel zeggen, want de feiten zijn verjaard.
Sluiten we af met een glas paardenmelk? Het is een product dat Jean-Pierre zeer aanbeveelt. De helende krachten ervan zijn zo talrijk dat ik plaats te kort kom om ze op te sommen.
Flor Vandekerckhove

Coda. —  Mij ga je niet gauw op reünies tegenkomen. Maar godver, dit doe ik toch wel graag: een spoor opdelven dat naar een kennis uit lang verleden dagen leidt.
Soms is dat een doodlopend spoor. Mijn zoektocht naar Patrick Van Molle loopt bijvoorbeeld dood, vlak voor zijn deur in ’t Brusselse, maar ik heb er wel een goed verhaal aan overgehouden. Meestal leidt het naar een goed gesprek, zoals dat hierboven, met Jean-Pierre Casier. Of met Wilfried Laforce, Marc Cromphout, René Deweert, Jean-Pierre Boentges, Jan Decreton, Georges Verleene en Noël Denys. Of naar trieste verhalen, omdat de protagonisten overleden zijn, zoals Marcel Van Paemel en Jacques Chandler. Soms leidt het naar nevenverhalen, zoals dat over de vader van Bernard Vanneuville en deze van Werner Verbiest
Ik ben nog zo’n sporen aan ’t volgen. Mocht u bij nacht & ontij een oude man rondom het huis ontwaren, een personage dat zich een beetje vreemd gedraagt… Veel kans dat ik het ben, op zoek naar de deurbel van een oud-schoolmakker.

Een reactie posten