dinsdag 28 mei 2019

Ik, de kleinste zwijgende minderheid

— Geert Van Istendael kijkt met nauwelijks verholen minachting naar de bakfiets in de rechterbenedenhoek. Links boven: zijn nieuwe boek. —   

In De grote verkilling gaat Geert Van Istendael hard te keer tegen christen- en sociaaldemocraten die meegaan in het verhaal van het neoliberalisme. Door hun schuld keren mensen de Europese Unie de rug toe.
Ook de ‘progressief, liberale spraakmakende gemeente’ krijgt ervanlangs: goedverdieners; mooi wonend in een aangename buurt; kinderen op een grotendeels blanke school; diep overtuigd van eigen superioriteit; bodemloze minachting voor het volksdeel dat hun denkbeelden niet deelt; ontkenners van de culturele en religieuze breuklijnen; allergisch voor elke kritiek op de islam; bakfietsers.
Van die opsomming mag ik veruit het meeste schrappen. Een bodemloze minachting voor het volksdeel dat mijn denkbeelden niet deelt. Hoe zou ik dat moeten doen? Dat volksdeel omvat omzeggens heel het volk. Diep overtuigd van mijn eigen superioriteit? ’t is eerder omgekeerd: dat overgrote volksdeel weet altijd alles beter. Vroeger heette het de zwijgende meerderheid, maar die term is terecht verdwenen, want de meerderheid zwijgt godver nooit. En tegenover al dat getater sta ik altijd met mijn mond vol tanden. Ik ben een zwijgende minderheid, ik ben al heel mijn leven de kleinste zwijgende minderheid ooit, een piepkleine minderheid waarover niemand het ooit heeft.
Gehuld in stilte troost ik me telkens weer met twee citaten die twee keer ’t zelfde zeggen. Het eerste is van Bertrand Russell, het tweede van Charles Bukowski. Misschien kan Van Istendael die Russell nog tot de progressieve spraakmakende gemeente rekenen. Maar Bukowski? Je mag het toch niet gedroomd hebben dat die mens destijds met zo’n bakfiets rondreed?!
Flor Vandekerckhove

Geert Van Istendael. De grote verkilling. 2019. Atlas Contact. 256 pp.




Luister ook eens naar de podcast 
van De Laatste Vuurtorenwachter.
Hier past wel een poëem van voornoemde Bukowski, 
vind ik. 
Ik kies eentje dat over de schrijversgilde gaat, 
waartoe zowel Geert Van Istendael als ikzelf behoren, 
hij aan de bovenkant en ik helemaal onderaan. 
Het gedicht heet my comrades. 
Mijn vertaling hoor je hier!

Geen opmerkingen: