![]() |
| — Geert Van Istendael kijkt met nauwelijks verholen minachting naar de bakfiets in de rechterbenedenhoek. Links boven: zijn nieuwe boek. — |
IN DE GROTE verkilling gaat
Geert Van Istendael hard tekeer tegen iedereen die
meegaat in het verhaal van het neoliberalisme. Ook tegen de ‘progressief, liberale
spraakmakende gemeente’ : 'goedverdieners; mooi wonend in een aangename buurt; kinderen op een
grotendeels blanke school; diep overtuigd van eigen superioriteit; bodemloze
minachting voor het volksdeel dat hun denkbeelden niet deelt; ontkenners van de
culturele en religieuze breuklijnen; allergisch voor elke kritiek op de islam;
bakfietsers.
Van die opsomming kan ik, voor wat mezelf betreft, het meeste schrappen. Een bodemloze minachting voor het volksdeel dat mijn
denkbeelden niet deelt. Hoe zou ik dat moeten doen? Dat volksdeel omvat omzeggens heel het volk. Diep overtuigd
van mijn eigen superioriteit? ’t is omgekeerd: dat overgrote volksdeel
weet altijd alles beter. Vroeger heette het de
zwijgende meerderheid, maar die term is terecht verdwenen, de meerderheid uit zich overvloedig op Facebook. En tegenover al dat getater sta ik altijd met mijn mond vol tanden.
Gehuld in stilte, troost ik me telkens weer met twee citaten die twee
keer ’t zelfde zeggen. Het eerste is van Bertrand Russell,
het tweede van Charles Bukowski.
Geert Van Istendael. De grote verkilling. 2019. Atlas Contact.
256 pp.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten