dinsdag 10 april 2012

De garre van Cornelis

De Hasseltstraat in Bredene,
eertijds de Garre van Cornelis
Het huis van Cornelis bestaat niet meer. Het werd afgebroken en vervangen door een meergezinswoning. De garage van bakker Devisch is al langer uit het straatbeeld verdwenen. Daar is nu een coiffeuse aan de slag. En de garre van Cornelis is de Hasseltstraat geworden.
Garre!  Op het internet is het woord nauwelijks te vinden. Er bestaat, lees ik, een Brugse steeg die De Garre heet; een rechte, smalle doorsteek. 
Een steeg was ook de garre van Cornelis. Hij leidde naar garages en hovingen, en liep uiteindelijk dood op landbouwgrond. Maar smal was hij geenszins. Een wijde, gapende diepte was ‘t, een leegte waarin de polders en de luchten samenvielen in een holte waarin de wind vrij spel had.
Hoeveel meter lag er tussen het huis van Cornelis langs de ene en de garage van bakker Devisch langs de andere kant? Ik zou het kunnen nameten; een straatbreedte is het, pakweg tien meter. Maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw zag het er veel breder uit, zeker als het in het donker bekeken werd door een achtjarige.  Een zwart tochtgat was het, waaruit schrikbarende fantasieën naar je toewaaiden.
Hoe anders was die garre overdag. Je kon dan achteraan bij buren binnenlopen. In de verte waren keuterboeren in de weer, mijn vader liet er zijn kippen lopen. Na de regen rook het gras zoals het alleen maar in je kindertijd kan ruiken, terwijl je tegelijkertijd ook nog eens de koekoek hoort.  Cornelis legde er zijn bloemenperken aan en onze moeders hingen er de was op. Het was een speelterrein met grachten, omheiningen en ouderlijke raadgevingen die overwonnen moesten worden. De katten kwamen er bijeen om daar in gemeenschap afstandelijk te zitten zijn.  Het rook er naar teer en hooi en in de verte hoorde je de populieren ruisen. Marcel leerde er ons Kom van dat dak af te zingen. (Hij werd later een deejee.) Vera zat er in haar tent. (Ze trouwde met een ander.) Gilbert kreeg er een pin van de omheining in zijn bil gespietst. (Hij week later uit naar Limburg.)  Marie-Josée vroeg me er met haar pop te komen spelen. (Ook zij trouwde met een ander).  Noël woelde er in de poldergrond (wat hij nu nog altijd doet).  Norbert werd er naar huis geroepen door het fluitje van zijn moeder: etenstijd.
Waarna de nacht weer over de garre viel. En weer spanden lucht en grond er samen om alleen nog maar donkere leegte te zijn. Het zwarte gat!  Wee degene die nu nog de garre van Cornelis moest passeren. Voor hem openden zich tien lopende meter bedenksels van het kwalijkste soort, een haast onoverkomelijke afstand die desondanks overschreden moest worden. 
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen