donderdag 26 april 2012

Ensor en zijn bende in Oostende

Pyrogravure van Jo Clauwaert (© 2012)
In een winkel vol
Muilen en prullaria
Krast hij een wereld bij elkaar,
Waarin vissers dood zijn als aristocraten,
Egmont, Hoorn, te midden van soldaten,
Nonnen, een geweer en een pastoor
Om ’t volk te weren,
Het naar de sloppen in de Witte Nonnenstraat,
Het Portje van Hourrah terug te laten keren.

Door zijn winkelraam
Ziet hij het vergaan ontstaan
Van Claus, van Arno
En de IJslandvaarders,
Terwijl de storm luidruchtig
Guirlandes en confetti,
Tips voor paardenrennen en voor koopjes
Over uitgewaaide kaaien jaagt
In het Straatje zonder Einde.

Pyrogravure van Jo Clauwaert (© 2012)
Als de perfecte commerçant
(Altijd een fopneus bij de hand)
Groet hij Zweig en Roth die,
Gestrand op een Grand Tour
Die er toch geen was,
Luisteren naar het kraken van de stad,
Onder het beuken
Van een stoet die
Nader uit het oosten komt.

Terwijl de dode rat Oostende viert,
Verlaat het schip De Hoop de kaai.
Het schuim verzwelgt de Vlaand’renstraat.
Permeke houdt zijn boog al klaar
Waarmee hij tierlantijnen schiet
Op meisjes die
Hun witte kousjes hebben aangedaan,
Niet voor Spilliaert, maar
Om naar ’t bal van Stephanie te gaan.

Ons niet gezien.
Niemand leert ons toten trekken,
Pyrogravure van Jo Clauwaert (© 2012)
Wij troosteloze wezen van het carnaval.
Kijk, de maskers komen van het strand,
Lucy Loes speelt het harmonium
En de waard zet al de roemers klaar.
Terwijl wij als de wachtman waken
Onder de spin boven zijn graf in ’t zand,
Neuriet Cowboy Henk het avondlied.

2006 Flor Vandekerckhove
[Dit gedicht verscheen eerder in een Oostende-special van het weekblad Knack.]
Een reactie plaatsen