zaterdag 14 april 2012

Een gelukkig paar in Slijpe

Slijpe
Pier en Maria waren beiden vijfenvijftig.  Het paar woonde al een huwelijksleven lang in een oude rijwoning van het landelijke Slijpe, in wat we daar met enige overdrijving de hoofdstraat mogen noemen.
Het koppel was kinderloos gebleven en daardoor erg gelukkig.  Gespaard van de kommer & kwel die het reproduceren van de menselijke soort met zich meebrengt, hadden die twee evenmin veel moeten werken.  Ook daardoor gingen ze na al die jaren nog steeds liefdevol met elkaar om.
Meer zelfs. In het echtelijke bed van Pier en Maria werd nog altijd veel en vooral lekker gevrijd. Een prestatie is dat, na dertig jaar samenzijn, zoals alle getrouwde mensen dat ootmoedig zullen toegeven.
Dat ik dit alles weet, komt doordat de oude rijwoningen in Slijpe uitermate gehorig zijn, waardoor de buren verschillende keren per week uit hun slaap gerukt worden door Pier die bij het klaarkomen steevast en luidkeels de naam van zijn echtgenote schreeuwt: MARIAAAAAAA!  Waarop ook zij pleegt klaar te komen en het op haar beurt met hoge stem uitroept: ‘PIEREUUUUUU!’
Het is een gewoonte als een andere en het zou door de buren goed te verdragen geweest zijn, ware het niet dat de zinsnede ‘verschillende keren per week’ een understatement is. Recht evenredig met het wassen van de maan nam het vrijen en het klaarkomen toe, en bij echt volle maan galmde het zelfs ettelijke keren per nacht over de Slijpense daken: MARIAAAAAAA! Uit hun slaap gerukt restte de buren vervolgens niets anders dan te wachten tot de kreet met PIEREUUUUUU! beantwoord werd.
Dat ging zo door tot 12 april.  Weer was het volle maan. Klokslag twaalf klonk over het ingeslapen dorp even onverwachts als onvermijdelijk de stem van Pier: ‘MARIAAAAAAA!’ De buren links en rechts van het huis, alsmede deze van de overkant en ook die van de boerderij die daar op een steenworp van verwijderd ligt, schrokken die nacht al voor de tweede keer wakker. Her en der klonk een ingehouden vloek.  Gewoontegetrouw wachtte half Slijpe vervolgens op Maria’s antwoord.  Vader ging eens plassen, moeder controleerde eens te meer de wekker. Terwijl vader op de terugweg van ’t WC de koelkast opentrok, keek moeder door een kier in het rolluik om te zien welk weer het was.
Zodoende ging er al gauw een kwartier voorbij. Maar wat komen moest, kwam niet. De kreet van Pier werd niet beantwoord en een uur later lag iedereen weer te slapen. Iedereen behalve Pier. Die dood was. En Maria die stilletjes en liefdevol, zonder dat iemand ’t horen kon, zijn naam murmelde. 
Meer valt hier niet over te vertellen, maar ’t is toch een mooi verhaal.
Flor Vandekerckhove
PS: Wie op een van onderstaande labels drukt, vindt verder in de blog soortgelijke verhalen.
Een reactie plaatsen