donderdag 14 juni 2012

Bredenaar van de week


Op zondag 17 juni duidde mijn gemeente de Bredenaar van het jaar 2011 aan. Deze werd gekozen tussen de verschillende inwoners die zich in dat jaar al eens Bredenaar van de week mochten noemen. 
Wellicht kent u dat eerbewijs niet, maar zelf ben ik al twee keer Bredenaar van de week geweest. Ik ben er bijzonder trots op, vooral omdat het de enige onderscheiding is die ik ooit heb mogen ontvangen.
Ja, tijdens mijn schooljaren heb ik ook wel enige onderscheidingen verworven, zelfs grote, maar dat komt doordat ik met Jacky Hogenboom een combine uitgedacht had waarbij ik de taalexamens voor mijn rekening nam en hij de wiskundeproeven. Achter de rug van de surveillerende leraar gooiden wij uitkomsten naar elkaar. Dat ik twee keer Bredenaar van de week geworden ben is daarentegen helemaal mijn eigen verdienste.
De eerste keer dat ik de onderscheiding kreeg is alweer bijna twintig jaar geleden. Ik was pas weer in Bredene komen wonen, in het landelijke deel ervan, het dorp, om daar de rest van mijn leven in peis & vree en vooral in ledigheid door te brengen.
Die peis & vree vielen nogal tegen, want het huisje lag vlak onder de klokken waarmee de gelovigen ter kerke geroepen worden. U zult dat wellicht niet erg vinden, maar dat komt alleen doordat u zelf niet onder die kerktoren gewoond hebt. Het viel zelfs twee tegen omdat m’n landhuisje vlak tegenover de parochiezaal lag waar regelmatig danspartijen plaatsgrepen waarbij zatte nonkels zich overdadig aan schlagers te buiten gingen. Erger nog, het viel drie keer tegen, want op zondagmiddag kwam er in die zaal ook nog eens een poporkestje repeteren.
Terwijl ik al dat lawaai probeerde gewoon te worden, kwam de plaatselijke oppositiepartij — alhier terecht de kaloten genoemd — in het geweer tegen een beslissing van het schepencollege om in de dorpskern een jeugdhuis te vestigen. Volgens hen zou dat burengerucht opleveren. En dus publiceerde ik in de plaatselijke krant een lezersbrief waarin ik hun vroeg tegelijk iets te ondernemen tegen het overdadige klokkengelui, het verhuren van de parochiezaal aan even luidruchtige als kansloze orkestjes en tegen nachtelijke uitspattingen in dezelfde zaal.
Onverwachts kwam ik daarmee middenin de gemeentepolitiek te staan.
De kaloten maken blijkbaar onderscheid tussen twee soorten lawaai, klerikaal en seculier. Wie seculier lawaai aanklaagt getuigt van burgerzin, wie over klerikaal lawaai klaagt getuigt van onverdraagzaamheid.  Het schepencollege, dat in Bredene uit sossen bestaat, vond in mijn lezersbrief dan weer een argument om de jeugdhuisplannen onverkort uit te voeren.
Mijn brief had drie gevolgen. Eén: aan het klerikaal lawaai, dat onverminderd bleef doorgaan, werd nu ook het seculier lawaai van een jeugdhuis toegevoegd. Twee: mij werd door de burgemeester de titel Bredenaar van de week toegekend. En drie: ik ben inmiddels verhuisd.
Verleden jaar mocht ik me voor de tweede keer Bredenaar van de week noemen. Nu kreeg ik de titel omwille van het opstarten van deze blog. Zei de burgemeester: ‘Op die manier zet je onze gemeente op een erg positieve manier in de kijker.’ En met dit stukje hoop ik daar nog een ferme schep bovenop te doen.
Flor Vandekerckhove
Wie op een van onderstaande labels drukt, vindt elders in de blog nog dergelijke stukjes.
Een reactie plaatsen