vrijdag 8 juni 2012

Het leven zoals het is in Klein Charleroi

Papy Blues
Ik woon in Klein Charleroi. Andere mensen spreken over Brusselstraat & omgeving, maar in de besloten kring van mijn huis spreek ik van Klein Charleroi. 
Wellicht heb ik die naam bedacht toen er onder mijn venster een gevecht uitbrak tussen een groep Franstalige toeristen en een familie van kleine zelfstandigen die ik misschien wel verkeerdelijk Pakistani noem. Het was een hevig gevecht, vooral gevoerd door vrouwen. Beide families deden beroep op mijn burgerzin om hun verhaal te staven. Ik sloot wijselijk mijn raam en sindsdien noem ik dit stukje grondgebied liefkozend Klein Charleroi. (Kort na dat gevecht krijg ik van de politie een formulier in de bus waarin naar mijn veiligheidsgevoel gepolst wordt. Ik heb het bij ’t oud papier gekeild. Klein Charleroi is immers een buurt waar het prettig toeven is, althans voor wie niet per se tot de middenklasse gerekend wil worden.)
In de buurt woont er een sympathieke drugsdealer. Die mens doet dat om evidente redenen in stilte, maar het valt toch op, want er rijden nogal wat chique wagens tot voor zijn deur. Mooie, jonge, langharige blondines staan aan de overkant omhoog te kijken om te zien of de dealer aanspreekbaar is. Overlast geeft dat zeker, maar dan toch van het soort dat aangenaam is om naar te kijken. Het appartement van de dealer heet alhier De WinkelAndere winkels zijn er niet. Er is wel een drukke kapperszaak. Ook ik laat me daar knippen.
Om de hoek woont een mens die er eigenlijk twee is. Roept de ene: Waar is dat feestje? Antwoordt de andere: Hier is dat feestje! Toevallige voorbijgangers kijken op, ontwijken de zonderling, maar slagen er niet in hem te negeren. Wij, klein-carolorégiens, doen dat niet. Er is werk aan die mens, zoals aan ons allemaal, maar voor de rest doet hij niemand kwaad. Leven en laten leven, zo zijn wij. 
Veel bewoners van Klein Charleroi hebben boodschappenkarretjes die ze in de Lidl volproppen met bierblikken. Die mensen zijn getekend door het leven en ze bewegen daar ook naar. Etalagebenen. 
Veel gepensioneerden. Rachel, dik in de tachtig, woont hier. Haar heb ik leren kennen toen ik bitter jong was en zij de uitbaatster van café-pension Tourist, ook wel Bij de Mechelaar genoemd. Ik ging er mijn vaders kippen leveren en kreeg van Rachel altijd een vriendelijk woord, wat op mijn ronde zeer uitzonderlijk was. Ik heb er haar onlangs aan herinnerd en sindsdien zijn we maatjes geworden, ze zwaait me toe wanneer ik aan ’t raam een verhaal zit te bedenken. 
Papy Blues woont hier met zijn kokette vriendin. Hij is onze bekendste wijkbewoner, want onlangs werd hij nog door de Nederlandse televisie uitgeroepen tot de beste straatzanger van de Benelux. 
In Klein Charleroi hebben we een groot hart. We voederen de meeuwen die op onze ramen kakken, we geven eten aan elkaars katten en we dragen zorg voor de nòg zwakkeren onder ons. Dat deden we bijvoorbeeld ook voor Pierre de plakker. Zwaar gehavend door overmatige alcoholconsumptie was hij nauwelijks nog mobiel te noemen. We hielpen hem zo goed we konden. De dealer bezorgde hem een gratis joint, een drinkebroer leverde een extra blik… Tegen beter weten in stak iemand een appel in zijn bus en zelf voorzag ik hem van De Zeewacht. Speedy nam hem met krukken en al mee op zijn (wellicht gestolen) bromfiets om hem naar de kroeg te voeren. Pierre is inmiddels overleden, net zoals die ouwe die uit ’t zicht van zijn echtgenote, vlak om de hoek, hier vlug een door de dokter verboden sigaretje kwam opsteken. Mannen!  
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen