vrijdag 3 augustus 2012

Van katten en mensen, de dingen die voorbijgaan

Pol II luistert naar het tikken van de klok.
Ik ben een kattenmens, maar niet zo'n fanatieke. Ik heb ook wel eens een hond gehad en meermaals een konijn. En duiven. Maar daarover kan ik hier niets schrijven, want ’t moet een zeer kort verhaal blijven.
De eerste kat in mijn ouderlijk huis heette Pol, de kater van nonkel Miel, mijn vaders oom. Die bleef met tante Eugenie nog een tijd bij ons inwonen nadat mijn ouders hun huis gekocht hadden. En Pol bleef bij ons, ook nadat die nonkel en tante verhuisd waren.
Pol kon een pootje geven, net zoals een hond dat doet. Dat had nonkel Miel hem geleerd. Katten zijn niet stom. Veel later heb ik een kat gehad die kon apporteren. Hij bracht me kleine steentjes terug die ik voor hem wegsmeet.
De kattin die Pol opvolgde was bijzonder productief. Meerdere keren per jaar gaf ze leven aan een flink nest jongen. Ik hield een logboek bij waarin ik de bevallingen noteerde: datum, plaats, aantal, kleuren; haast een schriftje vol. Ik ben ermee gestopt nadat mijn moeder dat logboek ingekeken had. Ik had het als een inbreuk op onze privacy ervaren. Het was iets tussen de kat en mij geweest en nu was de magie weg.
Soms mocht ik een jong houden. Fidel was zo’n jong. Een schuw beest was het, dat alleen maar in huis kwam als ’t buiten stenen uit de grond vroor, en dan alleen nog maar wanneer ik alleen thuis was. Katten zijn aanhankelijk, maar onder voorwaarden.
Later, toen ik volwassen was, had ik een kat die met me in ’t park ging wandelen. Het beest werd doodgereden. Nadien heb ik van een vriendin een kattin gekregen die in een appartement grootgebracht was en die veel schrik moest overwinnen voor ze zich in de tuin durfde te wagen; zo’n grote ruimte had dat beest nooit eerder meegemaakt.
Die kattin heeft eens een stukje gebraad opgepeuzeld waaraan nog garen en een naald hing. Dezelfde nacht heeft de dierenarts de naald weer uit haar maag gehaald, ik mocht assisteren. Ja, een kattenmens maakt wat mee.
Ik heb vandaag nog altijd een kat. Weer een Pol. De eerste Pol hoorde bij het huis dat mijn ouders destijds verwierven. Pol II hoort bij het huis dat ik van mijn moeder geërfd heb. De cirkel is rond. Ik denk dat Pol mijn laatste is, zoals Pol mijn eerste was. 
Vroeger placht ik veel met mijn katten te spreken. Ik constateer dat ik dat hoe langer hoe minder doe. Pol en ik brengen de dagen zwijgend bij elkaar door. We luisteren naar het tikken van de klok.
Flor Vandekerckhove

[P.S.: Pol is op 16 augustus 2013 overleden.]
Een reactie plaatsen