vrijdag 31 augustus 2012

Sluipweg


In de Duinenstraat te Bredene, in het huis waar nu een
winkel van elektrische huishoudapparatuur is,
was eertijds de groentewinkel van Zoë Van Lysebettens en
Edmond Vandekerckhove, mijn grootouders.
De garage fungeerde als sluipweg.
De garage die deel uitmaakte van het huis van mijn grootouders deed dienst als stapelplaats en als sluipweg. Kinderen die in de Duinenstraat woonden, gebruikten die garage om naar de wijk erachter te trekken waar hun school lag die anders alleen via een omweg te bereiken was.
Mijn grootmoeder heerste krachtdadig over het huishouden en over de winkel, maar de garage was het terrein van mijn peter, door de buren gemeenzaam Mongsje genoemd, en door mij pépé. Hij bracht er veel van zijn tijd door omdat hij daar groenten schoonmaakte en fruit trieerde, en ook wel omdat die garage voor hem eveneens een sluipweg was, maar dan naar het café van Alida.
In die stapelplaats hing een menggeur van overrijp fruit, groenteafval en kak. Die merkwaardige mix werd deels veroorzaakt door de waren die er lagen, maar er was ook een ingebouwde wc: houten plank met uitgezaagde opening, grote spinnen onder het deksel, geen water, krantenpapier om je kont schoon te vegen. Daar kwam een beerputgeur vandaan.  Mede omdat die garage een tochtgat was, mengden al die geuren zich tot iets wat geen naam heeft, maar desondanks niet al te onaangenaam rook.
We ontmoetten elkaar daar vaak, mijn grootvader en ik, hij op de terugweg van Alida, ik op de terugweg van de school. Daardoor komt het dat Mongsje voor mij met die onnoembare stapelplaatsreuk verbonden blijft. Wanneer ik aan mijn overleden peter denk dan herinner ik me de aparte geur van die garage.
Ik zag mijn peter graag. Toen hij in 1960 stierf, heb ik tranen met tuiten gehuild en kort daarna heb ik er persoonlijk voor gezorgd dat hij in de hemel terechtkwam.  Dat laatste vraagt uiteraard om enige uitleg.
Hoe het er nu aan toegaat weet ik niet, maar in die tijd kwam de ziel na de dood van de mens in de hemel terecht, in de hel of in het vagevuur. Dat mijn peters ziel in de hel terechtgekomen zou zijn, was onaannemelijk. Een rechtstreekse tocht naar de hemel was eveneens uitgesloten, want daarvoor had Mongsjes lichaam al te veel gebruik gemaakt van de sluipweg die naar Alida’s café leidde. Pekelzonden waren dat, maar dan toch van het soort dat per vergrijp pakweg 150 jaar vagevuur opleverde. Tien keer was al goed voor 1.500 jaar, en stel dat hij dat sluipwegverkeer twintig jaar volgehouden had (een onderschatting) dan kwam hij aan 30.000 jaar vagevuur.  In het licht van de eeuwigheid was dat weliswaar een peulenschil, maar ik mocht er niet aan denken dat zijn ziel het daar zolang zou moeten uitzweten.
Gelukkig bestond er ook een sluipweg uit het vagevuur. Er was één dag in ’t jaar dat er volle aflaten te verdienen waren. Ik denk dat het op Witte Donderdag was, maar zeker ben ik dat niet meer. Met zo’n volle aflaat kon je iemand uit het vagevuur weghalen. De manier om dat te doen was poepsimpel. Je verliet de kerk, ging er vervolgens weer naar binnen, sloeg daar een kruisteken, zegde een Onzevader op, gevolgd door een Weesgegroet, dacht bij dat alles aan de ziel die je uit ’t vuur wilde redden en klaar was kees. Ongelooflijk maar Bardi! Volledigheidshalve moet ik er aan toevoegen dat dit alleenlijk lukte als je vooraf te biecht geweest was.
Ik had dat allemaal volgens de regels van ’t spel gedaan en daarmee mijn peter dertigduizend jaar vagevuur bespaard. In 1960 stierf hij en in 1961 kwam hij al in de hemel terecht; niet slecht voor een sluipweggebruiker.
Ik zie hem daar nu zitten, in de hemel, op een omgekeerde krat, terwijl hij naar ’t gesproken dagblad luistert. En het ruikt er naar een merkwaardige, maar niet onaangename menggeur van kak, fruit & groenten.
Flor Vandekerckhove

PS: Intussen begint 't hier berichten binnen te sijpelen m.b.t. bovenstaand stuk:
1. mijn dochter: 'Ja ik heb dat ook met geuren, geuren en herinneringen. ik heb bijvoorbeeld een sterke geur in mijn geheugen van Nieuwland.'k Moet eerlijk toegeven dat ik dat niet heb van de Ham of andere plaatsen. Dezelfde sterkte van geur bij bomma Avelgem. In mijn hoofd is daar nog niks veranderd en kan ik detail per detail voor de geest halen van dat huis, vanaf de voordeur. Maar dan alweer las ik dat herinneringen vreselijk bedriegen ;-);
2. Wolf Elsing.: 'Die "Aflaten verdiendag" alias sluipweg uit het Vagevuur :-) was op Goede Vrijdag en er moest ook nog een Akte van Berouw bij.' (Ikzelf twijfel aan 's mans theologische kennis, ik geloof er niets van.)
3. Iemand die onbekend wenst te blijven laat me weten dat volle aflaten alleen op Beloken Pasen geregeld kunnen worden. (Beloken Pasen? Nooit van gehoord.);
4. Willy Boey: 'De sluipweg uit het vagevuur heet "persjonkelen" en je kon volle aflaten verdienen op Allerzielen. 'Pertsjoenkeln' is een Oostends woord, opgenomen in het Oostends woordenboek van Roland Desnerck, op blz 344. 'Persjoenkelen, pertsjoenkelde, gepertsjoenkeld: een aflaat verdienen voor een zondaar, een ziel redden door met Allerheiligen of Allerzielen binnen in de kerk zes “Onze Vaders, zes Wees gegroeten en zes Glorie zij de Vaders te bidden; even buiten de kerk te gaan en eventueel rond de kerk te stappen, weer de kerk betreden en weer bidden.'
5. Gerda S.: 'Het was inderdaad op Allerzielen en niet op Goede Vrijdag, dat er gebeden werd om de zieltjes te verlossen. Mijn broer en ik maakten daar een wedstrijd van: na elke sessie, Weesgegroet, Onze Vader en Akte Van Berouw, liepen wij "om ter eerst rond de kerk" om dan opnieuw te beginnen aan een volgend zieltje. Ik herinner mij dat we dat toch enkele jaren gedaan hebben (verplicht door onze moeder die zeer gelovig was).
6. Ook Luc Blomme herinnert zich de 'sluipweg'. Hij schrijft me: 'Toen we als kind nog in de Gentstraat woonden sneden we een hoek af om naar school te gaan, zeker bij regenweer.Dat parcours liep... dwars door de groentewinkel en de tuin van je mémé Zoë! Van gastvrijheid en tolerantie gesproken. De dag van vandaag zou dat niet meer lukken.'

Een reactie plaatsen