dinsdag 23 april 2013

In memoriam John Gheeraert (1939–2003)


John Gheeraert (1939-2003)
TIEN JAAR GELEDEN, op 17 mei, overleed John Gheeraert.  De germanist schreef verschillende romans en novellen: Paardjes uit Polen (1981), De non (1983); Boogie Woogie (1986); De glazen benen van de generaal (1991)… 
Veel verhalen van Gheeraert spelen zich af in zijn geboortestad Oostende.  Komt het daardoor dat hij veelal als Oostendenaar omschreven wordt? Het grootste deel van zijn leven bracht hij nochtans in Bredene door. 
Vindt u dat laatste een detail? Daarin verschilt u dan van mening met de Bredense oud-burgemeester Willy Vanhooren.  Hij vindt het storend dat inwoners van Bredene die enige bekendheid verwerven in de pers prompt Oostendenaars genoemd worden. De stad annexeert blijkbaar niet alleen zo nu en dan Bredense grond (Liefkemores, spuikom…) maar ook de faam van Bredenaars.
Hoe dan ook, bekend werd Gheeraert vooral door zijn opzoekingen met betrekking tot schrijvers die ooit aan de kust (en ja, vooral in Oostende) verbleven.  Dat verblijf liet al eens sporen na, zowel in het werk van die auteurs als in hun biografieën, en John wist erg veel van die sporen te traceren. Dat leverde boekjes op die onze kijk op Oostende danig verbreed hebben: Als d’oude Peperbusse vertelt (1976), Vertellingen uit het Zeepaardje (1978), Zolang de duinhelm wuift (1992); Stefan Zweig, een Weense flaneur in Vlaanderen (2000)… In Ode aan Oostende (1977), een boek gecentreerd rond beeldend werk van Regnier De Herde (1914-2004), sprokkelde John Gheeraert citaten van 70 auteurs die iets over hun verblijf alhier geschreven hadden.
Het laatst gepubliceerde boek van Gheeraert heet De geheime wereld van James Ensor. (1) Dat Ensorboek staat wellicht goed op zijn plaats als we het ergens tussen de romans en de documentaires in zetten.  Vandaag zou het wellicht onder de wervende titel literaire non-fictie verkocht worden.  In het boek verdedigt Gheeraert de stelling dat Ensor sterk beïnvloed werd door de zeer occulte madame Blavatsky, een Russin die inderdaad in de buurt van Ensor gewoond heeft. Het is ook in Oostende dat Blavatsky aan De geheime leer schreef, een boek dat de synthese zou maken tussen wetenschap, religie en filosofie, maar dat mijns inziens vooral onleesbaar is. (2)
Hoe zat dat eigenlijk met de relatie Blavatsky-Ensor?  Werd Ensor door haar beïnvloed? De visie van Gheeraert werd achteraf betwist.  Critici merkten op dat veel van diens beweringen op interpretaties en veronderstellingen berustten en niet op harde bewijzen. Gheeraert rechtvaardigde zich dan weer door te stellen dat Ensor er alles aan gedaan had om de invloed van Blavatsky te verdonkeremanen. Kortom: welles nietes.
Els Snick bouwde o.a. voort op het
pionierswerk van John Gheeraert
Wie evenwel bereid is het suspension of disbelief toe te passen zal toegeven dat dit Ensorboek het meest volgroeide werk van de auteur is. Zelf vind ik het een buitengewoon mooi verhaal. Zijn kennis over het Oostende uit Ensors tijd is enorm, het leven van de stad en van de grootmeester wordt in het boek prachtig verwoord.
Dat John Gheeraert met zijn visie geen school zou maken is ook een feit. Dat deed hij dan weer wel met Bericht uit Bredene, een klein boekje dat in 1987 gepubliceerd werd.  Centraal daarin staat het verblijf van Duitse emigranten in Bredene en het bezoek dat ze daar van collega-lotgenoten uit Oostende kregen. (3) 
Dat werk kreeg navolging. De bekende journalist Marc Schaevers publiceerde in 2001 Oostende, de zomer van 1936 (4), een boek waarvan de krant De Standaard terecht opmerkte dat er maar weinig nieuwe dingen in te ontdekken waren. John was hem inderdaad een straatlengte voor geweest, het meeste wat Schaevers te vertellen had vonden we al eerder weer bij Gheeraert. De journalist werkte het verhaal alleen maar verder uit.
Van een ander kaliber is Els Snick.  Haar proefschrift werkte ze om tot een bijzonder leesbaar, aan te raden boek dat de geëmigreerde auteur Joseph Roth op zijn tocht door België en Nederland volgt. Het werd onlangs gepubliceerd. (5)  In haar nawoord stelt ze: ‘De Oostendse periode werd eerder onderzocht door de germanist John Gheeraert, die pionierswerk verrichtte over de aanwezigheid van Duitse emigranten aan de Belgische kust.  Verder stelt Snick dat ze ook nog materiaal gekregen heeft van Dina Clybouw, de weduwe van John, een echte Bredense!
Flor Vandekerckhove

(1) John Gheeraert, De geheime wereld van James Ensor. Ensors behekste jonge jaren (1860-1893).  Uitg. Houtekiet. 189 ps. 2001. ISBN 90 5240 602 2.
(2) Het boek van Blavatsky is in zijn geheel te lezen op het internet: http://www.theosofie.net/onlineliteratuur/geheimeleer/index.html.)
(3) John Gheeraert, Bericht uit Bredene. Vermaarde joodse emigranten in Vlaanderen. Uitg. C. De Vries – Brouwers A’dam/A’pen. 55 ps. 1987. ISBN 90-6174-358-3.  Over dat verblijf had ik het in Een razende reporter in Bredene al eerder in deze blog. (http://florsnieuweblog.blogspot.be/2013/03/de-razende-reporter-in-bredene.html). In Het Vrije Visserijblad V/2013 (ps 19 e.v.) schreef ik over deze emigranten: Merkwaardige bezoekers in Oostende tijdens de zomer van 1936.
(4) Mark Schaevers, Oostende, de zomer van 1936. Uitg. Atlas A’dam/A’pen. 142 ps. 2001. ISBN 90-450-0595-6.
(5) Els Snick, Waar het me slecht gaat is mijn vaderland. Joseph Roth in Nederland en België. 160 ps. 2013. Uitgeverij Bas Lubberhuizen. 2013. ISBN 978 90 5937 3266.

Een reactie plaatsen