donderdag 12 november 2015

Hoorndrager

Ik had te veel gedronken, veel te veel. Ik had te hard gereden, veel te hard. En ik had de bocht te breed genomen, veel te breed. Mijn wagen was van de weg gegaan, had de vangrail geramd, was over kop gegaan en aan de andere kant van die vangrail met een luide plons in ’t water beland. Zo was ’t gegaan. 
En dit is wat er verder gebeurde. Ik maakte de gordel los, draaide het raampje open, wurmde me erdoor en probeerde de situatie in te schatten. Die was als volgt: ik stond kletsnat boven op de zijkant van mijn wagen die half verzonken in ’t kanaal lag. Een meter water scheidde me van de oever. Een meter is niet veel, maar ’t duurde toch een hele tijd voor ik de oever bereiken kon, want er was niet alleen dat water, er waren ook twee plasticflessen, drie stokken, een olievat en veel moeilijker te definiëren voorwerpen die danig in de weg lagen. Toen ik op de oever stond was ik niet alleen smerig en kletsnat, ik was ook mijn jas kwijt en een schoen. Er was nergens een huis te zien en er was niemand in de buurt. In het pikkedonker liep ik de weg af, mankend, rillend, stinkend en dankbaar omdat het al bij al goed afgelopen was. Ik beloofde mezelf dat ik nooit meer zou drinken. Vier uur later kwam ik thuis. En dit was nog maar het voorspel.
Via de achterdeur sloop ik naar binnen. Ik luisterde naar de stilte die alleen verbroken werd door het sompige geluid dat uit mijn natte kleren kwam. Mijn spieren deden pijn, mijn knoken eveneens, alsmede mijn gewrichten. Ik haalde een flesje uit de koelkast — een laatste, om het af te leren. Door een kier zag ik dat er nog licht in de slaapkamer brandde. Ik duwde de deur open en zei tegen mijn vrouw die uiteraard al lang in bed lag: ‘Moet je horen wat er nu gebeurd is…’ Mijn vrouw keek me vernietigend aan, zei geen woord, maar haar ogen zegden des te meer. Die ogen zegden namelijk dit: ‘Kijk hem daar staan, de zuiplap! Kijk hem daar kletsnat staan! Hij staat daar heel het deurgat nat te maken! Hij is weer bezopen, stinkt als een beerput en hij heeft ook nog eens een schoen verloren! Ziet hij dan niet dat hij beter rechtsomkeer maakt en gaat vanwaar hij gekomen is!?’ Dat zegden haar ogen me en ze spraken in uitroeptekens. Voor de rest valt daar niet veel meer over te vertellen. Ik zag wel nog dat ze fijne lingerie aangetrokken had en ik zag ook nog hoe de man die naast haar lag de lakens vlug tot ver boven zijn hoofd trok, waardoor zijn voeten bloot kwamen te liggen.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen