donderdag 19 november 2015

Over de efficiëntie van de Staatsveiligheid

— Doris Lessing (vooraan rechts) tijdens een protestmeeting tegen de A-bom. Links van haar John Osborne. Rechts achter haar: John Berger. Achter haar, met kap: Vanessa Redgrave. (Foto Reg Warhust/Associated Newspapers) —

Dient de staat tegen mij beschermd te worden? Vorm ik een bedreiging voor de orde? Een mens vraagt het zich af. Want als je de gazetten mag geloven, dan werkt de Staatsveiligheid zo slecht dat de Dienst daarop het antwoord schuldig blijft. En als de Staatsveiligheid het al niet weet, wie dan wel?
Dat ze daar ooit een dossier over mij aangelegd hebben is wel waarschijnlijk. Mijn ex-echtgenote weet bijvoorbeeld heel zeker dat onze telefoon destijds afgeluisterd werd. Zelf betwijfel ik dat wel een beetje, maar ‘t zou toch kunnen, want de Staatsveiligheid heeft me ooit bij nacht & ontij opgepakt terwijl ik revolutionaire leuzen aan ’t kalken was van het genre Martens buiten. (Martens was toen alhier de premier.) Misschien is dat voldoende om een dossier over iemand aan te leggen. Ik ben ook eens op een merkwaardige manier ontslagen. Dat was bij Honda, in de Gentse kanaalzone. Midden in de dag werd ik van het werk weggeplukt en door de meestergast tot aan de poort begeleid. En dat ik niet meer moest weerkeren. Zou de Staatsveiligheid dat bedrijf over mijn link(s)e bedoelingen geïnformeerd hebben? Als ze hun tijd daarmee verdoen dan is ’t inderdaad erg gesteld met de efficiëntie van de Staatsveiligheid. Of er werkt daar te veel volk dat niets om handen heeft.
Doet de Staatsveiligheid van andere landen het beter? De befaamde Britse MI5 bijvoorbeeld? Dit jaar nog, in augustus, werd in het Verenigd Koninkrijk een geheim mapje vrijgegeven betreffende de schrijfster Doris Lessing. Wetenschappers hadden daar ongeduldig op zitten wachten, want er bleven enkele vragen onbeantwoord over haar communistische betrokkenheid. Wist de Britse Staatsveiligheid iets wat die wetenschappers nog niet wisten? Was Doris bijvoorbeeld staatsgevaarlijk te noemen? Maar neen. Zelfs toen ze er in Engeland nog lid van was, stond ze al tweeslachtig tegenover de Communistische Partij. In haar autobiografie, die ik hier al eerder besproken heb, vertelde Lessing lang geleden al dat ze nooit goed begrepen had waarom ze in Londen tot die partij toegetreden was; ze omschreef die beslissing als ‘wellicht de meest neurotische daad van mijn leven.’
Lessing was wel een actieve communiste geweest, eerst in Zuid-Rhodesië (nu Zimbabwe) en vanaf 1952 in Engeland. Iedereen wist dat, ze stak dat lidmaatschap niet onder stoelen of banken. Ze ging de USSR bezoeken en schreef daar nadien lovende artikels over. Breken met die partij deed ze in 1956, na de inval van de Russen in het opstandige Hongarije. In 1957 werd ze in dat MI5-dossier omschreven als ‘een marxist op zoek naar een partij die ze kan steunen.’ De bron beschreef haar als ‘een aantrekkelijke, krachtige, gevaarlijke vrouw, meedogenloos waar nodig, die zelfs krachtig is wanneer ze twijfelt.’ Volgens mij is dat het soort geheime informatie dat wij in onze straat omschrijven als dikke vette zever, want hier wonen alleen maar zo'n vrouwen. Onze mannen daarentegen zijn dan weer meedogenloos wanneer 't niet nodig is en twijfelen doen ze zelfs wanneer ze krachtig zijn. 
Flor Vandekerckhove

Een reactie plaatsen