maandag 12 juni 2017

Milieucatastrofe door klimaatopwarming in hoofdstad

— Brussel, het de Brouckèreplein in de regen. (Eigen foto) —

Mijn vriendin woont een optreden bij en Ik blijf achter in het hotel. Het leger trekt zich uit de straten terug. Vanaf de kamer kijk ik neer op het plein dat heraangelegd wordt. Putten, zand, hopen steen en daartussen bulldozers, kranen en dingen. Nadarhekkens houden de passanten op het rechte pad. Het regent. Werf wordt modder. Aan de overkant haast een travestiet zich naar het werk. Ik voel enige verwantschap, want ook ik vat het werk aan.
‘s Morgens zijn we daarmee klaar, de travestiet en ik. De stripteaseuses trekken dan hun kleren weer aan. Vrachtwagens volgeladen met melk en straatvegers beladen met bezems nemen het van ons over. Beneden in het café zullen vermoeide minnaars de nacht proberen te rekken. Tevergeefs, want zodra de bakker het stokbrood in de etalage legt ontwaakt de stad.
Ik heb nog enkele uren om het vignet te schrijven: zo ziet Brussel er uit in de droogte van de klimaatcatastrofe. Moeilijk, want het regent. Terwijl ik op het troosteloze plein uitkijk vraag ik me af hoe ik het zal aanpakken. Ik moet er nu echt aan beginnen.
Net wanneer ik het gordijn wil dichttrekken trekt een uithoek van het plein mijn oog aan. Daar blijkt een boerenpaard te staan. In ’t midden van Brussel! Ik weet hoe dat komt, het is mijn schuld. Het komt door het vignet dat ik moet schrijven. De inspiratie hoop ik uit twee songteksten te halen. Enerzijds is dat Il est cinq heures, Paris s’éveille van Jacques Dutronc, want dat gaat over een grootstad, travestieten, stripteaseuses, warme bakkers en vrachtwagens vol melk. het andere is A horse with no name, het woestijnlied van de popgroep America. Dat is bruikbaar te voor iemand die het over de klimaatverandering wil hebben.
Intussen regent het zo hard dat er tussen al de zand- en steenhopen een riviertje ontstaat. Riviertje wordt stroom, stroom wordt kolkende zee. Er komt beweging in een bulldozer die in de deining meegesleurd dreigt te worden. Het paard kan de naderende catastrofe onmogelijk overleven. Ik trek mijn jas aan om het beest los te maken. En zo komt het dat ik ’s nachts in Brussel, in de gietende regen, een boerenpaard de teugels geef.
Wanneer ik weer in de kamer kom, ben ik doorweekt. Ik neem een douche en leg me op het bed. Wanneer mijn vriendin me twee uur later wekt, zegt ze: Er staat een paard in de gang.’

Flor Vandekerckhove

Geen opmerkingen: