maandag 19 juni 2017

Op bezoek bij Roger De Coster


— Roger De Coster (77) en Ria Lhermitte. (Eigen foto) —

In ’t donker projecteert de treurwilg zijn schaduwspel op de kerkgevel. De glasramen bieden zachtjes weerwerk. In ‘t dorp leer ik genieten van de gothic sfeer die het huis omgeeft.
In die tijd woon ik in het huis dat Pier de garde daar in 1928, naast het kerkhof, heeft laten bouwen. Ik moet er de dingen nog een beetje gewoon worden, vooral de nachtelijke geluiden: knerpend grint, een flard van een gesprek, een kat die krijst, graniet dat, ja dat wat eigenlijk?
Soms, bij nacht & ontij, hoor ik kerkmuziek. Terwijl ik een nachtelijk plasje maak, komt het pijporgel mij daarbij assisteren, alle registers open. Waarna een diepe bas het van de pijpen overneemt.
Stoute schoenen heb ik niet. Ik roep de hulp in van Annie Vanhee, de volkskunstenares die daar trouwens nog altijd woont, en samen duwen we de kerkdeur open. Geruisloos lukt dat niet. De zanger onderbreekt zijn zang. Wij staan oog in oog met Roger De Coster die me prompt vraagt of ik ook kan zingen.
De Coster herinner ik me uit mijn kindertijd. Zoon van Maurice, de meubelmaker die een atelier — de zagerij — had in de Duinenstraat, oudere broer van Rita en Erna (†). Ik herinner me zijn in- en uittrede bij de paters van Orval. Ik hoor het onze vaders nog zeggen: ‘Zijn roeping als beeldhouwer is groter dan zijn roeping als pater.’ Wat me leert dat cynisme goed gedijt bij een uitgestreken gezicht.
— Afsluiten doen ze met een streepje muziek.
Hij op zijn mondharmonica, zij op de
tamboerijn. (Eigen foto) —
Later, wanneer ik van het dorp naar de duinenwijk verhuis, zie ik hem daar wekelijks voorbij fietsen. Na het sluiten van de markt gaat hij de resten ophalen. En dan opeens niets meer.
Tot verleden week. In De Zeewacht lees ik een stuk (°) over een koppel dat als moderne kluizenaars omschreven wordt. Zij heet Ria en hij Roger. Zij heeft een boek over hem geschreven: ‘Hij heeft speciale keuzes gemaakt in zijn leven en heeft een visie. Ik wil niet dat zijn ideeën en gegevens verloren gaan.’ Veel van die ideeën gaan over soberheid en het eren van de Schepper. Elk kunstwerk drukt iets van die Schepper uit. Het boek zoekt nog een uitgever.
Ik bekijk de foto en herken meteen de man die me twintig jaar eerder gevraagd heeft met hem mee te zingen. Onlangs heb ik zijn naam, hier, onder een schoolfoto uit 1948 zien passeren. Ook omdat ik op zoek ben naar nog enkele ontbrekende namen, beslis ik om het koppel op te zoeken. Ik neem de schoolfoto met me mee.
Vannestes artikel leidt me naar het huisje aan de Vosseslag. Ik word er gastvrij ontvangen. Als het koppel al bekeringsijver heeft, dan valt die me niet op. De twee vertellen me over hun leven, over het onbegrip dat ze daarbij ontmoeten, over goede mensen die hun pad kruisen. En over wat er met het werk van Roger moet gebeuren nu het einde nadert. Ik beloof dat ik links en rechts eens informeer naar iemand die daarbij kan helpen.
Mijn bezoekje fleurt het koppel op. Roger voelt dat ik positieve energie in het huisje breng. Zo zie je maar wat een atheïst vermag, zeg ik. Mijn kwinkslag wordt me vergeven. Afsluiten doen ze met een streepje muziek. Hij op zijn mondharmonica, zij op de tamboerijn.
Flor Vandekerckhove


(°) Ann Vanneste in DZ, 16 juni 2017, p.42. ‘Met wie kun je nog echt praten?’

— Over deze schoolfoto schreef ik hier eerder al een stukje. Roger De Coster staat er, rood omcirkeld, op. Maar wie zijn de anderen? — 

Een reactie plaatsen