zondag 24 juni 2018

Mevrouw de hond, meneer het paard (°)



Ik was toen echt wel gelukkiger’, zegt het paard tegen de hond, ‘ik was veel gelukkiger toen ik nog een koetspaard was en gewoon een rijtuig trok, gewoon van sjokkesjok. Jawel mevrouw de hond, gewoon van sjokkesjok.’
De hond en het paard staan samen in de wei en bespreken de geplande optredens. Het zijn er veel, misschien teveel om goed te zijn, zelfs voor een paard. Maar een hond met ambitie beseft dat het hoefijzer gesmeed moet worden terwijl het heet is. ‘Akkoord, meneer het paard’, antwoordt de hond, ‘maar we moeten allemaal offers brengen. Denkt u dat het voor mij altijd een pretje is om uw manager te zijn? Ik blijf liever in mijn mand liggen hoor.’
‘U hebt gemakkelijk praten, mevrouw de hond', zegt het paard, 'u blijft achter de coulissen op uw kont zitten. Terwijl ik daar, op mijn achterste benen, voor het voetlicht sta en een uur lang moet staan briesen, zó luid, zó veel, zó lang… dat ’t geen naam meer heeft.’
‘Een uur, dat is toch niets’, zegt de hond dan weer, ‘Daarna gaat u lekker slapen in de stal hé, meneer het paard, terwijl ik de zaken verder afhandel en ook daarna is ’t voor mij nog niet gedaan, want dan lig ik slapeloos in mijn mand te woelen, gekweld door zorgen en kommer om de dag van morgen.’
‘Morgen? Morgen is ’t van ’t zelfde laken een broek, dan sta ik wéér op mijn achterbenen voor de micro, morgen sta ik wéér te briesen van Ne me quitte pas en dan treur ik op dat podium wéér om mijn galop, mijn stal, mijn merrie, mijn groene wei.’ Het paard schudt de manen.
‘Maar er zijn toch ook wel zegeningen, niet? U bent als paard wereldbekend geworden, voor u lopen overal de zalen vol, voor u slaat het hoofd van menig dame op hol.’
‘Maar aan al die vrouwenliefde heb ik niets. En als ik weer thuiskom, in de stal, slaapt de merrie al en dan is ’t daar ook weer niets.’
‘Niets aan te doen, meneer het paard’, zegt de hond en hij gebruikt een doorslaggevend argument, ‘u hebt nu eenmaal een talent. ’t Komt door uw tanden dat u gelijk die zanger bent.’
Flor Vandekerckhove


(°) Dit sprookje werd geïnspireerd door Le Cheval, een chanson van Jacques Brel uit 1967.
Het gebeurt wel meer dat liedteksten me inspireren. In de blog staan nu al negentien verhalen die via songs tot mij gekomen zijn. Het laatste dat ik in die reeks gepubliceerd heb heet 'In de keuken van Frank Zappa' en nu is er dit verhaal dat ik bij Jacques Brel ging sprokkelen.
Wie de achterliggende filosofie van die manier van doen wil kennen moet maar eens klikken op Een lied kan een verhaal verbergen
Er zitten nu nog twee in de pijplijn. Die werden door songs van Nick Cave geïnspireerd.



Een reactie posten