woensdag 20 juni 2018

Jongens en pijpen


— Van links naar rechts: Marcel Derdeyn, Koenraad Levecke (†), Daniël Crabeels en de laatste jongen is niet ‘Sokètje’, zoals ik eerst dacht, maar Daniël Pauwels. —


Vooraf dit: het woord is niet eenduidig. Pijpen is bijvoorbeeld een seksuele handeling, waarover ik hier al een verhaal geschreven heb. Verder kan Pijpen ook iemands naam zijn, van Jaak Pijpen bijvoorbeeld. Pijpen is uiteraard ook meervoud van pijp, woord dat op een langwerpige holle koker slaat of op dat deel van de broek waar je je been in steekt. Maar zelf denk ik bij pijp toch eerst & vooral aan het instrument om tabak te consumeren, en 't is over dat instrument dat ik u een wijle zal onderhouden. 
Misschien is de pijp wel aan een remonte bezig, want op het internet lees ik dat hipsters de pijp weer ter hand nemen, omdat ze van handgemaakte materialen houden en van voorwerpen uit het verleden, een attitude waarbij ook hun hipsterbaard past. 
In onze tijd rookten we de pijp al toen er van baardgroei nog geen sprake was. Ik grabbel in de koekendoos van mijn verleden en vind daar moeiteloos foto’s van zeventienjarige pijprokers waarmee ik mijn jeugd gedeeld heb.
Wie waren we? Wat deden we? Wat dreef ons? Was het een surrogaat voor de seksuele praktijk die ik in de openingsparagraaf vermeldde? Volgden we stichtende voorbeelden? Grepen we naar de pijp in afwachting dat we de pen ter hand zouden nemen? Misschien wel ja, want er waren destijds nogal wat schrijvers die pijprokend door ’t leven gingen: Harry Mulisch, George Simenon, Godfried Bomans, Ernest Hemingway, Stijn Streuvels, Felix Timmermans, Gerard Walschap… Of werden we naar de pijp gelokt door imaginaire pijprokende personages zoals kapitein Haddock, Ollie B. Bommel, Popeye, Sherlock Holmes, Maigret, madam Pheip
Ik zoek naar oude advertenties die ons mogelijks beïnvloed hebben. Die leren me dat onze prille mannelijkheid wellicht in ’t geding was: ‘Het stáát een man! Een pijp staat sportief en mannelijk.’ En kijk naar deze: ‘Overal waar werk door flinke kerels wordt gedaan is de pijp favoriet. Pijproken is mannenwerk.’
Zelf herinner ik me vooral de indringende, zeemzoete, peperkoeken geur van een Schotse tabak waaraan we de voorkeur gaven, maar die, eerlijk gezegd, niet te harden was. De geur van Clan was zo overweldigend, dat de luchten boven de polders er van doordrongen bleven, lang nadat we de pijp alweer aan maarten gegeven hadden. En zelfs nu, dik een halve eeuw later, gebeurt het nog wel eens dat, wanneer ik met forse tred aan 't wandelen ben langs Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk, er mij, van over de beemden, een vaag restant van die geur komt toegewaaid.

Flor Vandekerckhove

P.S.: Over een ander tabaksmerk gaat dan weer dit stukje dat terecht als volgt heet: Roltabak van Harelbeke.


Een reactie posten