dinsdag 26 mei 2026

Over de pretentie van Ilja Leonard Pfeijffer en ook over de mijne

Ilja Leonard Pfeijffer en De Laatste Vuurtorenwachter ontmoeten elkaar in de Oostendse visserskroeg ’t Vegeetje. Waardin Marie is getuige. (Illustratie gerealiseerd met behulp van artificiële intelligentie.)


EEN VAN DE allereerste posts in deze blog ging over loftsocialisten. ’t was de recensie van een boek over de ‘gauche caviar’ en de auteur maakte er een positieve balans van op. Hij noteerde ook het verdwijnen ervan en riep de ‘champagne left’ op om terug te keren: links heeft u nodig!
Telkens ik iets over/van Ilja Leonard Pfeijffer lees, denk ik: de loftsocialisten zijn terug! Deze in welstand levende auteur beweegt zich in het centrum van de bourgeoisie, waar hij zich links opstelt. Zo wijst hij de burgerij erop ‘dat de literatuur geen branche is voor winstmaximalisatie (…).’ Daar denkt de nieuwe eigenaar van de prestigieuze uitgeverij Grasset wellicht anders over.
Schrijvers, zegt Pfeijffer, ’leveren het magische product dat van jachtigheid, oppervlakkigheid en afleiding geneest en dat mensen in staat stelt om zich van consumenten te transformeren in lezers en om zodoende langdurig de vergeten weldaad te ervaren van aandacht.’ En in het slotwoord zegt hij ’t nog eens: schrijvers weten dat zij ‘de hogepriesters zijn van de aandacht.’ (°)
Als Pfeijffer al ergens een hogepriester van is, dan is ’t van de boekenverkoop. Commercieel succesvol als hij is, wordt hij omgeven door aura. Om hem heen straalt het aureool van mercantiel succes. Telkens de hogepriester zich naar de markt begeeft, zet zich een apparaat in werking van correctoren, redacteurs, producenten, omslagontwerpers, managers, verkooppromotoren, agenten, recensenten, reclamejongens, foreign rights officers, campagnestrategen, distributeurs, fans… een hofhouding die de verkoop naar grote hoogten stuwt. Daarin onderscheidt Pfeijffer zich niet van bijvoorbeeld pulpschrijfster Nora Roberts. Beiden produceren ze marchandise die voldoet aan een behoefte van escapisme, beiden presenteren ze een product dat consumenten belooft een wijl te kunnen ontsnappen aan het ‘multitasken’, aan ‘de bewust verslavend algoritmen van de sociale media’, ze beloven ‘een manier om onze mobiele telefoons uit te schakelen’, ze leiden lezers even weg van de wereld ‘van views, clicks en likes’. (°°) 
Mij enthousiasmeert de maatschappelijke pretentie van Ilja Leonard Pfeijffer niet. Wil je ontsnappen aan de wereld van views, clicks en likes, stap dan een wijle door de branding. ’t Is gezonder dan lezen en ’t kost niets. Wel bewonder ik Pfeijffers literaire pretentie. Over 'het boek' zegt hij: ‘Een schrijver heeft er jarenlang elke dag van het krieken van de ochtend tot ver na zonsondergang geconcentreerd aan zitten werken, terwijl hij of zij elke alinea, elke zin, elk woord en elke lettergreep duizend maal duizend maal heeft gewogen, overdacht en heroverwogen.’  Zo hoort het inderdaad, dat is wat de schrijver onderscheidt van de schrijvelaar. En waarom doet de schrijver dat? Om ons te verrassen met woorden. Ja, dat vat de taak van de literaire schrijver goed samen: Verrassen Met Woorden.
Schrijverspretentie heb ik ook - zonder pretentie hoef je er zelfs niet aan te beginnen. Wat ikzelf in mijn praktijk wil aantonen is dat literatuur ook gedijt op de plek waar mensen scrollen, swipen en surfen, in de kapitalistische ontaarding zoals ze is. Vindt u het pretentieus dat ik me durf te meten aan Pfeijffer? Wat dacht u anders van deze? Mijn pretentie voedt zich aan deze van Bob Dylan die, dixit Allen Ginsberg, de artistieke uitdaging aanging om te zien of er in de jukebox plaats kon zijn voor grote kunst, en hij bewees dat het kon.’ Dylan in de jukebox, ik in de blog.
Flor Vandekerckhove

[Aan dit stuk ging vooraf: Over de toekomst van de schrijverij⇲.]

(°) Ilja Leonard Pfeijffer. De toekomst van de literatuur. 2026. De Arbeiderspers A’dam/A’pen. 34 p. De tekst is deze van de Joost Zwagerman Lezing 2025. De citaten van Pfeiiffer komen uit die tekst. 
(°°) Nu moet ik me ook niet dommer voordoen dan ik ben. Ik weet ook wel dat Pfeijffer en Roberts een ander marktsegment bedienen. Ik ken het onderscheid tussen literatuur en lectuur. De stijl die de ene aanwendt zal de andere net ontwijken. Over dat onderscheid schreef ik lang geleden al Verwerp het cliché! Omhels het geheim!

Geen opmerkingen: