donderdag 9 november 2023

Pijnlijk humoristisch, ronduit confronterend

Beginnend bovenaan links. Sarah Lucas, Selfportrait with Fried Eggs (Frans Hals Museum). Bovenaan midden: RED SKY / Sarah Lucas 2 Portraits / Julian Simmons. (Tate). Bovenaan rechts: Chicken Knickers. Sarah Lucas 3, 1997. (Tate). Onderaan rechts: marijvdk, Tomato soup with Balls. Selfportret, 25.08.2023. Onderaan midden: marijvdk, Portrets of violence, uit het project: I Like to Sit and Cry in Front of My TV. Onderaan links: marijvdk. Tussen twee deuren. Dat beeld werd opgenomen in het boekje Zelfonderzoek (2020).

VOOR HAAR BEROEP moest ze in Londen zijn en aan dat bezoek breide ze een extra dag om daar enkele tentoonstellingen te bezoeken. In Tate zag ze Happy Gas, werk van Sarah Lucas. Ze was verbijsterd. 
Doordat ze haar atelier op de benedenverdieping van mijn huis ondergebracht heeft, kreeg ik in ’t passeren de catalogus van die Happy Gas te zien en toen was het mijn beurt om verbijsterd te zijn. Hoe is het mogelijk, vroeg ik me af, dat twee kunstenaars, los van elkaar en door een zee gescheiden, terzelfder tijd zo’n aan elkaar verwante, zelfs gelijkende werken produceren. 
Daar dacht ik vandaag een beetje over na. En dat is wat ik denk. ’t Komt doordat de tijden ervan doordrongen zijn, doordat ’het’ als ’t ware in de lucht hangt en dat kunstenaars ‘het’ bij wijze van spreken alleen maar moeten zien te kapen. 
Voor ze, omwille van voorgaande zin, haar toorn over mij laat neerdalen — ‘zij' is m’n dochter, Marijke — voeg ik er aan toe dat het juist van kunstenaarschap getuigt wanneer je er vervolgens ook in slaagt het werkelijk te doen, dat kapen; ’t is een compliment hé!
Confronterend is beider werk zeker, zowel dat van Sarah Lucas als dat van Marijke Vandekerckhove. Beide vrouwen bevragen het leven en daarin de rol van de vrouw; beider werk mag onverbloemd feministisch genoemd worden; beiden bevragen de mannelijke blik en ze doen het veelal op een pijnlijk humoristische en soms confronterende wijze. 
In Over schrijverschap, essay dat ik onlangs publiceerde, schrijf ik dat het voor ouders niet gemakkelijk is om artistieke capaciteiten in hun kinderen te herkennen. (°) Ouders meten die immers af aan de dingen van hun tijd die… voorbij is. Kinderen leven met andere dingen, met name deze van hun tijd. Die passage gaat dan wel over de ouders van Bob Dylan, Haruki Murakami en van mij, maar voor de ouder die ikzelf ben is dat uiteraard niet anders. Maar, zoals je ziet, ik doe mijn best.
Flor Vandekerckhove
 

(°) De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

dinsdag 7 november 2023

Mia Doornaert pimpt haar chaneljasje


IN DE PLEBEJISCHE middens waarin ik me sinds mijn geboorte ophoud, heersen naast slechte ook goede gewoonten. Een ervan is dat men kranten en tijdschriften aan elkaar doorgeeft. Tante koopt bijvoorbeeld De Zeewacht die ze na lezing bij haar broer achterlaat die het weekblad een dag later in de brievenbus van de buurman steekt die het blad aan zijn dochter bezorgt die het ook aan haar vriendin laat lezen die… Da’s nefast voor de omzetcijfers van die kranten, maar daarvan trekken we ons in plebejische middens niets aan.
Daardoor komt het dat ik geen kranten koop, maar wel lees. Daardoor ook blijf ik de hoogte van slechte en goede gewoonten in middens die mijn eigen milieu overstijgen, bijvoorbeeld in dat van barones Mia Doornaert die er regelmatig in slaagt mijn lach en mijn ergernis op te wekken, soms tegelijk. 
In dm.magazine van 4 november doet ze het weer. In een artikel, dat ik anders nooit zou lezen, wordt ze opgevoerd als kenner van het chaneljasje: ‘Na bijna veertig jaar is mijn jasje nog altijd een voltreffer, zeker als ik het pimp met een leren broek.’  Ik zoek het woord op: pimpen is 'optuigen, opleuken, versieren, vaak op een opzichtige manier'. Zowel voorwerpen als mensen kunnen 'gepimpt' worden. 'In Amerikaans slang wordt ‘to pimp’ aan het begin van de 21e eeuw synoniem voor het overdadig versieren of 'customizen' van auto’s.' Mia ‘customizet’ zichzelf inderdaad overdadig als een oude Amerikaanse auto, da's waar. 
Ook ik loop graag rond in oude brol. Ik heb zelfs een debardeur die mijn vader nog gedragen heeft, maar mij hoor je niet zeggen: ‘Na veertig jaar is die debardeur nog altijd een voltreffer, zeker als ik hem pimp met een pyamabroek.’  

De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. 
Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

maandag 6 november 2023

Als ge maar gezond zijt

Comic Book + specialiseert zich in het digitaal archiveren van oude stripverhalen en pulp. De site is een ware schatkamer, leuk om in te verdwalen en bij wijlen ook erg stimulerend. Dan verknip ik zo ’n strip al eens om eigengereide tekstballonnen toe te voegen aan een uit 't verband gerukte selectie — hier staat een ouder voorbeeld. ’t Is niet iets wat ik uitvind hoor, de cut-up en de détournement zijn oude technieken van dada, surrealisten, William Burroughs en de situationisten. 


Tijdens het stormweer van zaterdag graaide ik in de schatkamer van Comic Book +. Ik bleef hangen bij All True Detectives van april 1952. Daaruit graaide ik een hoop prentjes die in oorsprong niets met elkaar te maken hadden, tot de combinatie van drie ervan een nieuw verhaal liet zien: bovenstaande strip. Ik voeg er nu een oproep aan toe: wie zich oude gezegden uit de kindertijd, genre ‘Als ge maar gezond zijt, herinnert, laat me die weten:liefkemores@telenet.be. Ik duik dan nog eens in Comic Book + om er (on)gepaste beelden aan vast te haken.

Flor Vandekerckhove


De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

zondag 5 november 2023

Varianten op een iconisch beeld

Links de hoes van LP The Freewheelin’ Bob Dylan⇲  (1963). Rechts: de kaft van Suze Rotolo’s memoires A Freewheelin’ Time (2009). De foto’s zijn van de in 2008 overleden Don Hustein⇲.



Cherchez la femme, de uitdrukking van Alexandre Dumas is gemeengoed geworden: achter elke interessante man schuilt een interessante vrouw. Dit is zeker waar voor de jonge Bob Dylan. Over die vrouw zegt hij in zijn memoires (°): ’Suze was zeventien. Was opgegroeid in Queens, in een links gezin. Haar vader had in een fabriek gewerkt en was onlangs overleden. Ze zat in het New Yorkse kunstcircuit, schilderde en tekende voor diverse tijdschriften, werkte als grafisch ontwerper en in off-Brodway-toneel-producties — ze kon een boel.’ 
Suze Rotolo (°1943-†2011) heeft de toen 21-jarige Bob Dylan veel geleerd, zegt hij ook: ‘Suze had achter de schermen gewerkt in een muziekproductie, een uitvoering van liedjes, geschreven door de antifascistische, marxistische Duitse dichter-toneelschrijver Bertolt Brecht, wiens werk in Duitsland verboden was geweest, en Kurt Weil, wiens melodieën een soort mengeling van opera en jazz waren. Ik ging ernaartoe om Suze af te halen en werd meteen gegrepen door de rauwe intensiteit van de liedjes. Liedjes met ruige taal. Ieder liedje leek te stammen uit een duistere traditie, leek een pistool op zak mee te dragen, een knuppel of een baksteen.’ (…) ’Ik overdacht dit later in mijn hokachtige onderkomen. Ik had nog niets tot stand gebracht, was nog helemaal geen liedjesschrijver, maar ik was waarachtig onder de indruk geraakt van de fysieke en ideologische mogelijkheden binnen de grenzen van liedtekst en melodie. Ik begreep dat het soort liedje dat ik wilde zingen niet bestond en ik begon met de vorm te spelen, probeerde die bij de staart te grijpen… een liedje te maken dat uitsteeg boven de informatieve inhoud, het karakter en de plot.’
In 1963 brengt Dylan zijn doorbraakalbum uit, The Freewheelin' Bob Dylan, met songs die de bestaande orde uitdagen en de contestatie van de sixties aankondigen. Voor de FBI is Rotolo het kwade genius achter Dylan. Ze staat gedurende heel de periode van haar relatie met Dylan onder toezicht van de FBI
Het koppel laat het, aan de hoes te zien, niet aan ’t hart komen. De foto toont Bob en Suze die in de februarikou op straat lopen. Rotolo documenteert die tijd in haar memoires (°°), waarin ze ons het New Yorkse Greenwich Villageleert kennen, als een Amerikaanse variant van het Quartier Latin. Later kom ik ik nog wel op dat boek terug, nu wil ik haar over de iconische foto citeren: ‘De coverfoto van Freewheelin’ Bob Dylan kwam nogal terloops tot stand; hij was op geen enkele manier gepland. Columbia Records stuurde een fotograaf naar het appartement aan West-Fourh Street om publicitaire foto's van Bob te maken en mogelijks voor de cover van zijn nieuwe, nog titelloze tweede album. We stonden die ochtend vroeg op om alles in orde te brengen tegen de tijd dat fotograaf Don Hustein en Billy James, een publicist bij Columbia, zouden opdagen. (…) Na een tijdje stelde Don voor om naar buiten te gaan. Bob trok zijn suède jasje aan. Het was een ‘imago’-keuze omdat dat jasje in de verste verte niet geschikt was voor het weer. Hij zou vast bevriezen – maar misschien zouden we niet lang buiten zijn. Don bleef maar wegklikken. Bij sommige opnames is duidelijk te zien dat we tegen die tijd versteven van de kou
 waren, zeker Bob in dat donzige jasje. Alles voor het imago.’
De foto is een meesterwerkje van Don Hustein 'die maar bleef wegklikken.' Er bestaan varianten van. Mocht ik vandaag een ervan aan mijn muur willen, kan ik terecht bij Spellbound Galleries. Daar verkopen ze de foto waaruit Rotolo's omslagbeeld geknipt werd. Ik vertaal uit de catalogus: ‘Een heerlijk romantische foto die alleen maar beter wordt met de jaren. Dit is een zeldzame versie van de albumhoessessie en heeft enkele interessante en subtiele verschillen met die op de hoes. Cibachrome afdruk. Nummer 18 in een oplage van 100. Op de achterzijde gesigneerd door fotograaf Don Hunstein. (Papierformaat 35 cm x 27,94 – Beeldformaat 25,40 cm x 25,40).’ 3.750 € !
Flor Vandekerckhove

(°) Bob Dylan. Kronieken. Amsterdam Nijgh & Van Ditmar. 311 pp. 
(°°) Suze Rotolo. A Freewheelin' Time: A Memoir of Greenwich Village in the Sixties. 2008. Uitg. Broadway Books. 366 pp. (Op de cover van deze digitale productie staat de ‘Freewheelin’-foto’ niet.)

De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. 

Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.



vrijdag 3 november 2023

Rosie, voor ’t eerst in De Laatste


Rosie, er bestaan boeken met die naam, onder ander een van Stephen King, en er zijn films die Rosie heten, onder meer een Vlaamse van Patrice Toye. Maar geen enkele Rosie is zo bekend als die van een affiche: Rosie the Riveter.
Moet ik vandaag iets over die Riveter schrijven? Ik vraag ’t me af omdat Rosie (°2013) vandaag verjaart, Rosie Vandekerckhove, een van mijn kleindochters, meer bepaald de jongste. Ze wordt tien. Ik wil haar toevoegen aan de cataloog van weerkomende namen in De Laatste. Haar zuster staat al langer op die lijst en haar vader nog langer; logisch, hoe ouder, hoe meer je in ’t vuurtorenlicht komt te staan.
Na enig wikken & wegen weersta ik de neiging om Rosie aan Rosie the Riveter te koppelen. Misschien doe ik dat later nog wel eens, maar niet voor deze eerste keer. Eerst wil ik Rosie iets vertellen over haar afkomst, iets wat niet op ’t internet staat, maar toch interessant is. 
Haar oudovergrootvader heet officieel niet Vandekerckhove, zoals Rosie en ik, maar Kerckhove, Joannes Kerckhove, zo staat die mens in de papieren genoteerd. Een van diens kinderen heet ook Joannes, maar met haakjes in z’n familienaam: (Vande)kerckhove. ’t Zijn pas de kinderen van die haakjesman die officieel Vandekerckhove heten, zonder haakjes.
Een van die nieuwgeboren Vandekerckhoves heet Karel, Karel Vandekerckhove (°1852). Die Karel is de beroemdste mens van ons geslacht. Hij was een ontdekkingsreiziger die rond 1900 Bredene-Duinen stichtte. Daar staat nu zijn standbeeld. Hij was ook veruit de eerste die het concept 'gender' introduceerde, ja, onze Karel was woke avant la lettre; niet verwonderlijk, hij was zelf genderfluïde, klik op Karel de stichter van Bredene-Duinen.

De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis, zo ook dit essay. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.



donderdag 2 november 2023

Mijn jongste sterfverhaal

Théodore GericaultGeneraal Letellier op zijn sterfbed. ca. 1818-1820. Olie op canvas (24.1 × 32.1 cm). Aan het schilderij hangt een verhaal vast. Op 9 juli 1818 haast Gericault zich naar het huis van generaal Henry Letellier in het gezelschap van hun wederzijdse vriend, Louis Bro de Comères. De echtgenote van de generaal is de maand eerder overleden. Depressief als hij is, wikkelt Letellier zijn hoofd in de sjaal van zijn overleden vrouw, zijn hand in haar zakdoek en schiet zichzelf dood. Het pistool is nog warm als Gericault arriveert. De kunstenaar maakt een tekening van het tafereel, waaruit hij voor Bro de Comères dit schilderij puurt. Mij inspireert het tot onderstaand Sterfverhaal en ’t herinnert me ook aan m’n 'memento mori' (dit is nr 28 van die reeks. Voor meer: klik het label 'memento mori' aan in de catalogus, rechts van de blogpost.)


Op Allerzielen bevraag ik het sterfverhaal. Is het een apart literair genre? Is ’t iets voor ervaringsdeskundigen? Is ’t iets voor auteurs die met onvaste hand hun laatste dagen beschrijven? Ik stel me de beoefenaars voor terwijl ze, met de moed der wanhoop en gesterkt door ziekenzalving alsmede door enige epo, met de rollator op weg naar de schrijftafel zijn. 
Ik heb er een beetje over rondgevraagd en velen willen er niets van weten, zij vinden dat je kaars in stilte moet doven, maar zelf sta ik te popelen om te schrijven over een bijna-doodervaring, even waargebeurd als bangelijk. Dat popelen blijkt ook wel hieruit: onderstaand verhaal heeft varianten, ten eerste als prozagedicht in Het verhaal van het Serruys en 't Heilughart en ten tweede in een canonversie: Mijn kritiek op de Vlaamse canon overspoelt Franstalig België.

OVER DIE KEER dat ik een markt passeer en daar een broodje gyros koop, iets wat ik anders nooit doe, en er vervolgens niet in slaag dat te nuttigen omdat mijn maag dichtklapt, iets wat me anders nooit overkomt, maar sindsdien des te meer, op den duur zelfs dagelijks, waardoor ik mijn voeding dien te schiften: geen rijst meer, geen kruiden, geen vet, geen suiker, geen saus, geen dit, geen dat. Niets helpt, mijn oude maag klapt telkens toe, mijn oude slokdarm stuurt ’t eten weer omhoog, wat, dat kan ik je verzekeren, geen manier van eten is. Waarna ik noodgedwongen anders leer eten, meer als een heel oude mens, met kleine hapjes, waardoor ik de zaak enigszins onder controle krijg en er alleen nog een hik aan overhoud. Die hik begint op een mooie lentedag helaas ’t gezelschap van diaree te krijgen. Bovenaan hikken, onderaan schijten! Ook omdat ik stilaan ’t ergste begin te vermoeden, en ik mezelf mijn laatste dagen niet, zoals wijlen mijn vader, met een uitgezaaide darmkanker zie eindigen, plaats ik m’n euthanasieverklaring al prominent op de schoorsteenmantel; ja, ik zie de man met de zeis al om de hoek loeren (hij gelijkt op Frans de borstelmaker.) Ik schrijf nog een laatste verhaal, met name dit Sterfverhaal, en trek hikkend en schijtend naar ’t Serruys dat nu niet meer zo heet. En als ik daar weer buitenkom, is ’t met een briefje dat zegt dat ik wel oud, maar ook gezond ben. En ’t is waar, inmiddels hik ik alweer veel minder en ik kak ook weer normaal.  

Dit blijkt dan toch niet mijn ultieme sterverhaal te zijn en het euthanasiebriefje verdwijnt weer in de schuif.
Flor Vandekerckhove

De digitale uitgaven (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. 

Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

woensdag 1 november 2023

Oneliner van de meeuwen

Een van de honderd oneliners die ik post. Vergelijk het met de piano-oefeningen van de pianist, het schetsboek van de tekenaar, de kleiwerkjes van de beeldhouwer; we doen het om de stiel in de vingers te houden. De oneliner die ik prefereer heeft strikte vormvereisten: één lijn, 17 lettergrepen, geen leestekens, geen kapitalen. De oneliner komt uit het niets en verdwijnt daar ook weer in.  (Flor Vandekerckhove)

www.youtube.com/watch?v=_ZKJij0ZP04

[142]


  • als ik ’t oog op de einder hou zie ’k een zee waarin ik meeuwen hou


Het inspirerende/illustrerende schilderij heet Beach with Geese Seagulls and Figures on Horseback (1879). ’Waterverf op papier, 33 cm x 48 cm. ’t Is een werk van Wilfrid Williams Ball  (°1853 - †1917).

De e-uitgaven (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. 

Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.



dinsdag 31 oktober 2023

Naar Aristoteles’ graf (recensie) (°)


'T IS NIET IETS wat ik mezelf zie doen, maar bij Stefaan Pennynck (1963) is dat anders: wanneer hij verneemt dat Aristoteles’ graf weergevonden werd, trekt hij zijn poëtische schoenen aan en gaat op pad. Zoals er zijn die naar Jeruzalem trekken, Mekka en zelfs Coyoacán, zo trekt Pennynck naar het oude Griekenland. Daar zoekt hij de rede op. Onderweg pelt hij twee eitjes. Ten eerste maakt hij komaf met een wereld die hem onwelgevallig is en ten tweede bevraagt hij zijn eigen plek in die wereld:
de wereld draaft door, gaat teloor /misschien zal het mij lukken /me uit de maalstroom los te rukken /voor zij zichzelf uit de voegsels zal rukken
U merkt het, de nood is hoog, de wereld staat op ’t punt op hol te slaan. Daar wil Pennynck iets tegen ondernemen. Hoe? Geenszins als politicus, beroep waarvoor de dichter niet bepaald een lofzang aanheft:
beleidsmensen te over, kleinzielig /willen ze zich via politiek verrijken /kunde noch visie laten zij blijken
Dat ziet er dus niet goed uit en zo zijn er nog wel waarover de dichter een niet mis te verstane mening uit:
religieuze dwepers en ideologische zweters /zwetsers, maskers of stomme betweters /valse tronies op de schermen /die liegen, bedriegen
De weg van Pennynck is die van het dichterschap en bij hem loopt die weg over soms wel, soms niet rijmende kwatrijnen, gelardeerd met tussenzangen die me aan een Griekse noodlotskoor doen denken. ’t Is hoe dan ook geen kleine opdracht die hij zich oplegt en Pennynck stelt terecht de vraag of hij wel kans op slagen heeft:
het zal veel van mij vergen /wegen, dalen, bergen /regen zal mij tergen /zon zal mij schroeien
Wat weer andere vragen oproept. Loont zo’n moeilijke reis wel de moeite? Kan poëzie de wereld redden? Hoopvol is Pennynck wel. Hij gelooft in z’n eigen dichterlijke mogelijkheden:
verzen zal ik schrijven /verzen zijn mijn kracht /de verzen zullen komen /aan de tombe in mijn dromen
De situatie wordt complex wanneer blijkt dat het de dichter evengoed om zijn persoonlijke demonen te doen is. Die hebben soms wel, maar veel keer ook niet met ‘de wereld’ van doen. In die zin laat Pennyncks poëtische tocht naar Aristoteles’ graf me ook wel aan de Camino de Santiago denken, die ook veelal een zoektocht naar catharsis is. Bij Aristoteles zit Pennynck dan goed, de Griekse filosoof was de eerste die de louterende werking van catharsis beschreef in zijn Poetica⇲:
bitter is mijn gal /maar zoet wil ik zijn /ik zal mezelf weer vinden /opnieuw mens tussen de mensen zijn
Slaagt Pennynck in zijn opzet? Bereikt hij uiteindelijk Aristoteles’ graf en alzo ook de catharsis? Het gedicht heeft maar één woord nodig om daarop te antwoorden:

misschien


(°) Stefaan Pennynck. Naar Aristoteles’ graf. 2023, 60 blz, EUR 15,00. Het gedicht werd mooi uitgegeven in een boekje van 50 bladzijden. De omslagfoto en de illustraties binnen in het boek zijn van Samuel Pennynck (2001), jongste zoon van de dichter. Binnenin zijn ‘t analoog gefotografeerde zelfportretten, geïnspireerd op een boek uit 1732: ‘Expressions de passlons de l’âme’ van Charles Lebrun. ‘De gemoedsuitingen op de foto’s geven de onderliggende emoties van het gedicht weer: bitterheid, verdriet, afschuw, angst, verwondering en bewondering.’
Wie contact wil nemen: stefaan.pennynck@telenet.be. Pennynck tekent ook present op de Oostendse boekenbeurs, zondag 5 november, van 10 tot 18 u. in O.C. De Schapery ter stede.


Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook dit essay (pdf en EPUB naar keuze) gratis. Mail erom (en vermeld de titel). Het valt METEEN in je mailbox. liefkemores@telenet.be.

maandag 30 oktober 2023

Humor is een efficiënt wapen (om mee te lachen)


ELK JAAR IN OKTOBER trek ik naar een berg. Er is geen tv, ik luister niet naar nieuwsberichten, lees geen krant, er is geen bereik. In de eerste dagen is ‘t ontgiften, maar na een tijdje trek ik me niets meer van de wereld aan, ik loop welgemutst berg op berg af, zeggend: ‘I am from Barcelona, I know nothing.' Ik word een soort boeddhist, weze het zonder de tralala die daarbij hoort. 
Dat blijft niet duren. Zodra ik weer in ’t land ben, neem ik een hoop kranten door, oude en nieuwe, de quote van de oude Herman De Croo indachtig: ‘Je zorgen maken over de wereld is een manier om jong te blijven. De dag dat je je enkel om jezelf zorgen hoeft te maken, ben je oud.’ 
Maar wat een ellende zeg! Oorlog hier, oorlog daar, bominslagen, aanslagen, ontslagen, voetbaluitslagen… Een mens verlangt meteen weer naar de Pyreneeën. Tot mijn ontzetting lees ik ook dat we weer in ’t stadium van de boekverbrandingen beland zijn, in Zweden worden korans verbrand. Gaat dat nu echt ook weer beginnen? Gelukkig zijn er mensen die nieuwe antwoorden formuleren. In DS van 21 oktober zijn dat Lectrr en Oppenheimer. Zegt de eerste: ‘Ik vind boeken verbranden hoe dan ook nogal onnozel. Als je de koran niet wil lezen, breng hem naar de kringloopwinkel.’ Goed gezien van Lectrr, de tijden zijn veranderd, in de jaren dertig bestonden geen kringloopwinkels, nu wel. Ook Oppenheimer is helemaal mee met zijn tijd: ‘Verbranding is niet milieuvriendelijk. Je moet hem op je e-reader downloaden en vervolgens wissen.’
Historicus Jan Dumolyn, prof aan de univ van Gent, is ook een grapjas. In DM van 28 oktober zegt hij: ’Toen ik als zeventienjarige trotskist was, wilde ik de omverwerping van het kapitalisme. Maar niemand luisterde naar mij. (…) Nu zou ik zeggen: ik wil meer beteugeling van het kapitalisme. Ik wil een wereldregering met een sociale zekerheid voor iedereen. Een regering die de controle heeft over energie, voedsel en water. En een investeringsbank om dat te financieren.’ China worldwide? Of toch maar de jonge trotskist? Ik sympathiseer met die laatste, naar mij luistert ook niemand.

Net als de e-boeken (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook dit essay gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.


zondag 29 oktober 2023

Murakami en ik over schrijverschap

Net als alle e-boeken van De Lachende Visch is ook dit essay gratis (beschikbaar in pdf en EPUB). Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.