zaterdag 6 augustus 2016

In koelen bloede (I)

Als je ouder wordt verandert je persoonlijkheid. Wist je dat? Ik ondervind het aan den lijve. Vandaag streef ik de rust na, gisteren was ik ondernemend. Terwijl ik eertijds een nachtraaf was ben ik nu een ochtendmens. Heden ben ik een angsthaas, vroeger was ik koelbloedig.
Toen ik nog koelbloedig was woonde ik in Oostende en dat was een stad van gangsters. Ik spreek over de tijd dat ik deelnam aan het nachtleven, het is dus lang geleden, de feiten zijn verjaard. Inmiddels zijn al die gangsters met pensioen. Daardoor komt het dat Oostende nu een ouwemensenstad is.
Op een nacht komt zo’n gangsterbaas de Cherry’s binnen, samen met zes trawanten, waarvan mijn maat zegt dat het zijn lijfwachten zijn. Hij zegt ook dat ik me rustig moet houden, maar daarvoor ben ik veel te ondernemend.
Ik klamp een van die lijfwachten aan en vraag koelbloedig: ‘Brengt dat een beetje op, die gangsterij van u?’ De gangster lacht meegaand en dat zeg ik ook tegen mijn maat: ‘Kijk, meneer de gangster lacht meegaand.’ Mijn maat trekt een grimas.
Het volgende ogenblik lig ik op de grond. Bovenop me zitten de vijf andere lijfwachten.
Spanning in de gelagzaal. Paaldanseres laat paal in de steek, barmeid ontvliedt de bar, tooghangers drossen de toog.
Mijn maat bemiddelt. Dat ik mij verontschuldig. Dat ik gedronken heb. Dat ik het niet kwaad bedoel. Dat ik een bovenste beste kerel ben. Dat ik een talent heb dat zich nog moet ontwikkelen… Ik ben er hem tot vandaag dankbaar voor.
De gangsterbaas geeft een nauwelijks zichtbaar teken en zijn trawanten laten me meteen los, want hij is niet voor niets de gangsterbaas. Niet zonder moeite sta ik op. Ik fatsoeneer mijn kleren, trek koelbloedig een blaffer uit de holster van de meegaande lijfwacht en schiet de andere vijf neer. Mijn laatste kogel treft de gangsterbaas vlak tussen zijn ogen.
Intussen is alle cliënteel de Cherry’s ontvlucht. Alleen de meegaande lijfwacht en ik staan daar nog. ‘Wel,’ vraag ik nogmaals, terwijl ik hem zijn gerief weergeef, ‘brengt dat een beetje op die gangsterij van u?’
Ik wil maar zeggen: zo koelbloedig was ik in die tijd.
En ’t is nog niet gedaan, maar de rest is voor morgen.
Flor Vandekerckhove
(Dat vervolgstuk is inmiddels gepost. Het staat hier.)
Een reactie posten