woensdag 11 januari 2012

Jef de coiffeur

[Herinneringen] — Het is in het Bredense rusthuis Wackerbout dat ik hem weerzag.  Zelf was hij daar toen nog geen resident, maar zijn echtgenote wel.  Trouw als het een gezel past, kwam hij er dagelijks zijn levenspartner opzoeken om er samen hun verleden bij elkaar te monkelen.
Bijna veertig jaar geleden was het dat ik hem nog gezien had, maar ik herkende hem meteen.  Deze Jef had immers een belangrijke rol in mijn leven gespeeld: ooit was hij mijn coiffeur.
Ik neem je mee naar het Bredene van die tijd. Radio Veronica speelt onze dagen vol.  Ook in Bredene proberen de jongens er als John Lennon en de zijnen uit te zien.
Op de Duinenwijk, waar ik in die vroege sixties woon, zijn uiteraard wel coiffeurs bedrijvig, maar die staan onder zo’n grote invloed van zichzelf dat wij er ons ‘t liefste ver vanaf houden.  Mong Beirens bijvoorbeeld vraagt alleen maar pro forma hoe je het gesneden wilt.  Nog voor je goed neerzit, warrelen je fanatiek gespaarde lokken naar beneden. In de spiegel zie je tot je schrik en afschuw dat je er opeens uitziet als je vader. Nergens in de wereld heeft men ‘s avonds zoveel jongelingenhaar bijeen te vegen als in de kapperszaak van Beirens.
Onder het Bredense jeugd verspreidt zich het gerucht dat er op ’t Dorp een coiffeur is die ‘te doen’ is.  Wij op onze velo daar naartoe.  En kijk, het gerucht blijkt te kloppen. De mens blijkt aandachtig naar onze wensen te luisteren en zoekt, als een behendig politicus, naar een compromis tussen de haartooi die wij hem als ideaal vooropstellen en datgene waarvan hij weet dat het voor onze vaders nog net aanvaardbaar is.  Jef, een coiffeur die de kunst van het haalbare beheerst!  Als Lennon zien we er achteraf wel niet uit, maar evenmin als een veertigjarige. 
Ik ben er Jef, veertig jaar later, nog altijd dankbaar voor.  Zo dankbaar dat ik hem in Wackerbout staande houd en vraag of hij nog altijd actief is in de sector van de haarkapperij.
Neen, dat is hij niet, zeg hij, hij is gepensioneerd.  Ik vertel hem vervolgens wat ik hierboven beschreven heb en raak daarmee blijkbaar een gevoelige snaar.  ‘Wel,’ zegt hij, ‘weet je wat?  Loop eens langs, dan zet ik er nog eens de schaar in, for old times sake.’
Zo komt het dat ik vele decennia later nog eens in dezelfde coiffeurstoel terecht kom. Met dezelfde schaar van veertig jaar geleden, zoekt hij weer naar een aanvaardbaar compromis.  Dit keer niet tussen mijn haarinzichten en die van mijn vader, maar tussen zijn stielkennis en zijn ogen die niet zo goed meer zijn.
Terwijl ik in die oude spiegel mijn coupe zie veranderen, vertel ik hem dat ik sinds ik Bredene verlaten heb geen kapper meer gehad heb; dat ik al die tijd mijn vriendinnen tot mijn coiffeurs gebombardeerd heb; dat ik met het zodoende uitgespaarde geld wellicht een spaarpot aangelegd had kunnen hebben... ware het niet van die vriendinnen.
Neen, hij wil geen geld, het is een vriendendienst. Hij houdt de schuif van het oude toonbankje gesloten.  Had ik nog een briefje van twintig frank op zak gehad, dan…
Flor Vandekerckhove
(Jef is intussen overleden.)
Een reactie plaatsen