zaterdag 24 augustus 2013

’t Komt allemaal door Ygghebrechts


Mag ik u verzoeken plaats te nemen in de teletijdmachine? Ik wil u meenemen naar de middeleeuwen, naar de jaren dertienhonderd, en meer bepaald naar 1370.
We gaan niet naar Brussel, want daar worden in dat jaar zes Joden tot de brandstapel veroordeeld. Die zes hebben daar met hun mes in hosties gekerfd, en uit die hosties is vervolgens bloed van onze heiland gevloeid. Reden genoeg om die zes in de fik te steken.  Het geeft ons een idee van de tijdsgeest.  Maar vrees niet, we gaan niet naar Brussel.  We gaan naar Aartrijke. 
U zult nu vragend zeggen: Aartrijke of all places!? Wel ja, zal ik u antwoorden, want daar wordt in 1370 Stevin Ygghebrechts geboren. 
Stevin slijt daar zijn jeugd en wanneer hij geslachtsrijp is trouwt hij met ene Magriete waarvan de familienaam in de nevelen des tijds gehuld blijft. Omstreeks 1400 krijgen die twee een zoon, Jan.  U mag deze niet verwarren met een andere Jan, die plastisch de bastaard van Luxemburg genoemd wordt, een historische figuur, die ook omstreeks 1400 geboren wordt, maar niet in Aartrijke.  Wij hebben het over de zoon van Magriete en Stevin. Vreemd genoeg luistert hun Jan niet naar de familienaam Ygghebrechts, zoals zijn vader, maar naar Inghelbrechts. Een schrijffout wellicht.
Maar wat ik zeggen wil is dit: Stevin en Margriette zijn mijn edelouders. Da’s een term die ik tot voor kort niet kende, maar waarmee het koppel aangeduid wordt dat er achttien generaties eerder voor gezorgd heeft dat ik heden leef. Ja, u leest het goed, dat komt doordat Stevin en Margriette het in het Aartrijke van de middeleeuwen met elkaar gedaan hebben. Is dat niet merkwaardig?
Door deze daad openen ze een toekomst waarin — een mens gelooft zijn ogen niet —stamoudbetovergrootouders, stamoudovergrootouders, stamoudgrootouders, stamoudouders, stambetovergrootouders, stamovergrootouders, stamgrootouders, stamouders, oudbetovergrootouders, oudovergrootouders, oudgrootouders, oudouders, betovergrootouders, overgrootouders, grootouders en ouders u generatie na generatie uiteindelijk tot bij mij zullen leiden, tot hier in mijn zetel, bij het raam, uitkijkend op het zonovergoten dierenpark van camping Duinzicht in Bredene.  Mocht u daarin niet geïnteresseerd zijn, dan doet u er goed aan deze tekst meteen terzijde te leggen, want er valt nog een lange weg af te leggen voor we er zijn.
Wanneer de tijd rijp is trouwt ook zoon Jan (†1465).  De naam van zijn echtgenote wordt ons onthouden, maar ik moet haar wel mijn stambetovergrootmoeder noemen. Ze mag naamloos blijven, we weten wel dat ze vier kinderen krijgt. Het derde heet Jacobus, maar je mag Jacques zeggen. Die Jacques (°1430 - †1485), die noch min noch meer is dan mijn stamoudovergrootvader, trouwt meer dan eens en zijn derde echtgenote schenkt hem omstreeks 1474 een zoon die Martinus heet.
We zijn intussen al tot in de XVde eeuw opgeklommen.  De mensheid is met rasse schreden vooruitgegaan. Het is niet dat ze er in Aartrijke last van hadden, maar in het geboortejaar van Martinus wordt in Engeland het eerste gedrukte boek uitgegeven.
Martinus (†1542) trouwt met ene Mayken; dat vind ik een mooie naam.  Die twee worden mijn stamoudgrootouders.  Ze krijgen een zoon die Lucas zal heten. We weten dat die Lucas Inghelbrecht  in 1576 sterft, maar we weten niet wanneer hij geboren wordt. Intussen verdwijnt de s blijkbaar uit de naam die oorspronkelijk Inghelbrechts luidt.  Ook weten we dat hij lang voor hij sterft met ene Pieryne De Hane trouwt en dat hij na haar overlijden hertrouwt met Cornelie De Vriese die hem een zoon schenkt: Jacobus. Het repertoire van jongensnamen blijft blijkbaar beperkt tot enige klassiekers, een mens vraagt zich af waarom hijzelf dan bijgod Florent genoemd werd. 
En ja, we bevinden ons twee eeuwen na de geboorte van mijn edelvader nog altijd in Aartrijke. Honkvaste mensen zijn het, die verre voorouders van me. Ik weet nu ook waar ikzelf dat honkvaste vandaan gehaald heb. ‘t Zit in mijn bloed meneer!  Oh ja, Lucas en Cornelie zijn uiteraard mijn stamoudouders.
Jacobus Inghelbrecht en zijn echtgenote Boone, weer een Mayken (†1585), hebben een zoon die eveneens Jacobus genoemd wordt.  Deze nieuwe Jacobus verlaat Aartrijke evenmin en sterft daar op 9 maart 1638 (op een dinsdag voorwaar, zo leren ons de notulen). Zijn echtgenote, zijnde mijn stamovergrootmoeder Cornelia (Neelken) Vandekinderen overlijdt eveneens in 1638, maar we weten niet of dat op dezelfde dinsdag gebeurd is. Wel zeker is dat Neelken en Jacobus niet in een autoaccident omgekomen zijn.
Wat is er in 1638 nog gebeurd? Lodewijk XIV wordt in dat jaar geboren, de mens zal later zijn wens in vervulling zien gaan om koning van Frankrijk te worden. Maar lang daarvoor hadden Jacobus en Neelken al twee kinderen verwekt, een zoon en een dochter, toch ook een koningswens! Die zoon laten we links liggen en we volgen dochter Jacoba (zo genoemd naar vader Jacobus) die in 1615 ter wereld komt.
Jacoba Inghelbrecht wordt amper eenenvijftig, maar voor ze sterft heeft ze wel een huwelijksleven gedeeld met ene Joannes (Jan) De Rinck, waardoor die twee, zonder dat ze dat konden vermoeden, mijn stamgrootouders geworden zijn. Samen krijgen ze immers drie kinderen waarvan de tweede me omwille van familiale redenen interesseert. Hij wordt eveneens Joannes genoemd. Deze Joannes junior (waarvan het geboortejaar onbekend blijft) trouwt op zondag 30 januari 1667 met Anna Ramont, en jawel, we bevinden ons nog altijd in Aartrijke.
[Aartrijke, ik ga daar echt eens naartoe moeten fietsen, want daar liggen mijn roots en ze blijven er vele generaties lang liggen. Wellicht zou ik me daar, te midden de Aartrijkse beemden, goed voelen. Of slecht.]
Jan en Anna krijgen negen kinderen. Vierde in deze lange rij heet eveneens Joannes, zoals zijn vader en grootvader en uiteraard ook zoals de evangelist, en deze nieuwe Joannes Derinck aanschouwt het Aartrijkse licht voor het eerst op zondag 26 november 1673.
[Wat me in heel die stamboomgeschiedenis opvalt is dat er veel op zondag getrouwd wordt, wellicht omdat het de enige vrije dag is waarover die mensen beschikken, maar er worden ook nogal wat kinderen op zondag geboren, althans zo heb ik de indruk, ook dat moet ik na mijn pensionering eens uitvlooien, maar dat helemaal terzijde.]
Ook die nieuwe Derinck trouwt op een zondag, en wel op 29 juni 1704, met een madam die in 1722 overlijdt. De 50-jarige weduwnaar hertrouwt daarna met de ‘ongeveer 26-jarige’ Joanna Vermeersch. Zij wordt daardoor mijn oudbetovergrootmoeder. Dat huwelijk laat zes kinderen heu ontspruiten. Derde in die rij is Petrus Jacobus Derinck (°1730). (Petrussen hadden we nog niet mogen noteren.) Wanneer deze 25 is trouwt hij op zondag (!) 4 mei 1755 met de 22-jarige Maria Anna Cools, een weduwe uit Aartrijke.  Ze wordt amper 32, maar werd daarmee oud genoeg om mijn oudovergrootmoeder te worden.  Ze schenkt Petrus Jacobus Derinck immers drie kinderen.  Het jongste (°1762) wordt Anna Maria gedoopt. Deze meid doet iets wat in de familie ongezien is: ze verlaat Aartrijke!
Dat weten we doordat ze op 76-jarige leeftijd in het daarnaast gelegen Zerkegem sterft, een gemeente waar ook haar kinderen geboren worden. Bovendien komen we van haar iets te weten wat we van voorgaande generaties niet konden weten, met name dat ze haar kost eerst verdiend heeft als werkvrouw en later als boerin. Anna Maria Derinck trouwt inderdaad met landbouwer Pieter Aneca en ze krijgen vijf kinderen. Het derde heet Francisca Aneca, een meisje dat in 1788 geboren wordt.   Pieter en Anna Maria zijn voor mij wat men in stamboomkringen oudgrootouders noemt.
Francisca groeit, bloeit, trouwt en overleeft haar echtgenoot Josephus Vermeersch die op 23 maart 1864 in Zerkegem overlijdt. De veldwachter is dan 77 geworden. Francisca zelf wordt 83.  Mijn oud-ouders hebben vijf kinderen op de wereld gezet, en meer bepaald op dat deel van de wereld dat Zerkegem heet. Een ervan wordt smid, de andere zijn arbeiders en er is er ook een die zijn brood als paardenknecht verdient.
Maar wij volgen dochter Maria Anna Francisca Vermeersch, roepnaam Maranne (°Zerkegem, 23 juli 1820, voorwaar een zondag), en zij zal daar op woensdag (ha!) 23 oktober 1844 trouwen met de uit Roksem afkomstige 45-jarige weduwnaar Joannes (Vande)kerckhove, een werkman.  Wel ja, de Vandekerckhoves worden in officiële papieren soms ook Kerckhoves genoemd.  Hoe dan ook, voor het eerst kom ik in deze stamboom mijn eigen familienaam tegen.
23 oktober 1844 wordt daardoor voor mij een belangrijke dag. Weten jullie trouwens dat er in die dagen voorspeld werd dat Christus op 22 oktober van dat jaar zou wederkomen? De voorspelling kwam niet uit, maar een dag later trouwde Maranne wel met (Vande)kerckhove. Of dit toeval genoemd mag worden, laat ik aan het oordeel van de lezer over.
Een veel interessantere kwestie is deze.  Waar komt deze Joannes (Vande)kerckhove eigenlijk vandaan? Ik wil dat weten, want ook zijn ouders mag ik mijn oud-ouders noemen. Wel, die mensen zijn wel degelijk bekend. Joannes is kind van Angela Vergaerde (†1830) en van nog een andere Joannes, een arbeider die als Kerckhove geboekstaafd staat, in tegenstelling dus tot zijn zoon die al Vandekerckhove heet, zij het met haakjes. Hoe het langs die kant met voorgaande generaties gesteld is, komen we in deze stamboom merkwaardig genoeg niet te weten. Maar… wat niet is kan komen!
Die onwetendheid belet ons trouwens niet om Joannes (Vande)kerckhove op zijn levensweg te volgen. Het derde kind van mijn betovergrootouders wordt op 5 december 1852 in Roksem geboren en heet Karel Vandekerckhove.  Hij wordt werkman, net zoals zijn vader.  Voor het eerst lees ik mijn naam ontegensprekelijk, voluit, zonder haakjes, als Vandekerckhove.  Ook 5 december 1852 is voor mij dus een belangrijke dag, want zonder die Karel zat ik hier nu dit stamboomstuk niet te schrijven, toch niet als Flor Vandekerckhove, maar misschien wel als iemand die daar een klein beetje op lijkt.
Nathalia is de oudste dochter van 
Karel Vandekerckhove en Leonia Grosseel
Mag ik terzijde opmerken dat 1852 ook het jaar is waarin Harriet Beecher Stowe Uncle Tom’s Cabin geschreven heeft? Meer dan honderd jaar later sla ik De negerhut van oom Tom open, een van de eerste boeken die ik lees; een titel die inmiddels door het boekenbedrijf gefatsoeneerd werd tot De hut van oom Tom.
Wanneer mijn overgrootvader Karel Vandekerckhove 27 is, trouwt hij met de 24-jarige arbeidster Leonia Grosseel (°zaterdag 3 mei 1856) die hij uit Bredene weghaalt. Dat zal Bredene-Dorp zijn, want veel ander Bredene bestaat er in die tijd nog niet. 
Karel en Leonia vestigen zich hoe dan ook in Ettelgem waar ze dertien (!) kinderen krijgen waarvan de twaalfde Edmondus Richardus (°donderdag 9 december 1897) gedoopt wordt.  Edmond zal later mijn grootvader worden, want hij trouwt met Zoë Van Lyssebettens die hem vijf kinderen schenkt. De oudste is mijn vader, met name Marcel, die op 22 juni 1922 in Roksem geboren wordt en op 2 februari 1989 in Oostende overlijdt.
En dat alles weet ik doordat een mens, die onbekend wenst te blijven, dat voor me uitgevogeld heeft.  Waarna de vraag gesteld dient te worden: wat hebben we vandaag bijgeleerd? Ten eerste: dat er in die stamboom uitsluitend werkvolk te vinden is. Dat had ik kunnen vermoeden; ha ja, 't is niet voor niets dat mijn wankele politieke carrière zich in de Revolutionaire Arbeiders Liga ontplooid heeft. Ten tweede: mijn vriendin valt het op dat veel van die mannen met jonge madammen aanpappen. Ook dat had ik eerder al aangevoeld, zelfs lijfelijk. Maar dat die mens, ten derde, onthuld heeft dat ik afstam van ene Ygghebrechts die in 1370 in Aartrijke geboren werd, dat vind ik straf, zeer straf.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen