vrijdag 23 mei 2014

Oostende spookstad (slot)


Overal waar er water is, verschijnt ook de nekker. In Mechelen werd
zelfs de Nekkerpoel naar hem genoemd. Op deze foto duikt hij op in

een park in Berlijn (beeld van Otto Petri, 1907).
Dit is het zesde en gelukkig ook het laatste deel van de bijdragen die ik deze blog publiceer over Oostende als spookstad-aan-zee. De inspiratie voor al die stukjes heb ik in de Vlaamse volksverhalenbank gevonden, terwijl ik daar naarstig naar 't bestaan van spookschepen aan ’t zoeken was. 
Van het rampschip Costa Concordia ging het in een eerste stukje naar het Heistse spookschip Concordia en vandaar naar de Oostendse variante, de Osschaert (*)
Toen ik illustraties zocht, viel mijn oog op de afbeelding van café Den Osschaert in het landelijke Adegem. Vreemd, zo dacht ik meteen, zouden ze daar, in het verre binnenland, tussen akkers & velden, iets met een Oostends spookschip te maken hebben? Ik begon de zaak te onderzoeken, en dat met de mij kenmerkende ijver alsmede met behulp van het wereldwijde web.
Naarmate ik doordrong in de wondere wereld van magie & folklore kwam ik tot de verontrustende conclusie dat het spookschip Osschaert nòg vreemder was dan je van zo'n vaartuig redelijkerwijze mag verwachten.
In Oostende circuleerden immers ook andere Osschaertverhalen: Een boer trof tot zijn grote verbazing twee paarden aan in zijn stal, terwijl hij er maar één had. De boer besloot beide paarden de ploeg te laten trekken. 's Avonds stelde hij vast dat maar de helft van zijn veld omgeploegd was; elke tweede rij was weiland gebleven. Osschaert was in de gedaante van een paard verschenen om de boer te plagen.’ Osschaert blijkt dus niet alleen een spookschip te zijn, maar ook een paard. Of een hond, want ook dit verhaal is in Oostende bekend: ‘Bezembinders gingen 's nachts vaak berken stelen voor het maken van hun bezems. 's Nachts werden de dieven vaak begeleid door Osschaert, die nu eens als hond, dan weer als paard verscheen.’ Osschaert is, zo moet ik besluiten, geen schip, maar een geest die zich, naargelang de plaats en de situatie, in vele gedaanten kan hullen: hond, paard, schip…
Er is in Oostende nog een andere watergeest bekend, de waternekker. (**) Ook dit spook toont zich in vele gedaanten. ‘Een vrouw die naar de mis ging, zag een pakje in de goot liggen. De vrouw ging kijken en zag dat het een kindje was, dat men te vondeling had gelegd. Ze nam het mee en gaf het pap. Toen het zijn buikje vol had, vloog het door de schoorsteen weg terwijl het riep: "Ik heb gegeten, ik heb gegeten!" Men vertelde dat het kind de waternekker was geweest.’ De waternekker kan een kind zijn, maar ook een man: ‘Een vrouw die na middernacht terugkwam van haar werk bij het Sas, werd altijd gevolgd door een witte man. Wanneer er andere mensen kwamen kijken, was de man plots verdwenen. Het was de waternekker.’ Een kind, een man, maar ook een vrouw: ‘Een vrouw uit Oostende raakte verdwaald en belandde op het kerkhof. De waternekker had haar naar daar geleid. Men geloofde dat de waternekker een vrouw was.’ Kind, man, vrouw en soms alleen maar een stem: ‘Een vrouw die terugkwam van de vismarkt, voelde overal jeuk. Toen de vrouw een vlo had gevonden, hoorde ze een stem zeggen: "Kraak ze maar! Als je er veel hebt, kraak ze dan maar allemaal!" Daarop deed de vrouw het licht uit en kroop in bed. Het was de waternekker die naar de vrouw had geroepen.’
Laat het duidelijk zijn, zowel Osschaert als zijn collega de waternekker konden van alles zijn, en vooral een leugentje: ‘Een dronkaard die 's avonds op café was geweest, kwam pas de volgende dag rond de middag thuis. De waternekker had hem doen verdwalen. Een tijdje later maakte de man nog eens hetzelfde mee.’ Jaja.
Flor Vandekerckhove

(**) Over de herkomst van het woord waternekker valt er een interessant stuk te lezen in de zeer aan te raden blog met ‘herinneringen uit het verleden’: http://berichtenuithetverleden.wordpress.com/2011/05/10/de-nekker/
Een reactie plaatsen