woensdag 21 mei 2014

Vier zussen (sprookje)


Het werd een feest op Griekse wijze.
Er waren eens vier zussen. Nicole, de oudste, was het huis al uit, maar de drie andere woonden nog in bij hun moeder. Bij die thuisblijvers luisterde er ene naar de naam Nicale en een andere heette Nicule. Tenslotte was er nog het jongste zusje, een achterkomertje, dat door iedereen Onze Kleine Pruts genoemd werd.
Nicale, Nicule en Onze Kleine Pruts leefden thuis een kommerloos bestaan. Ze plukten bloemen, vervlochten die tot lauwerkransen en dansten vervolgens zingend in het rond tot de avond viel en het weer eens tijd werd om naar bed te gaan. Ze deden ook nog wel andere dingen, in de winter bijvoorbeeld, wanneer er geen bloemen te plukken waren, maar ook die bezigheden hadden een idyllisch karakter.
Die toestand zou evenwel niet blijven duren, want Nicale en Nicule bereikten al vlug de leeftijd waarop ook zij de vleugels zouden uitslaan. De moeder begon zich op het onvermijdelijke voor te bereiden en maande Nicole aan om haar zussen te begeleiden in de zoektocht naar een geschikte partij, bij voorkeur een hardwerkende Vlaming die in deze besparingstijden steun en toeverlaat kon zijn voor zowel Nicule als Nicale, een dubbelslag als 't ware.
De taak was niet eenvoudig, maar Nicole kweet er zich voorbeeldig van. Ze legde haar twee jongere zusters de do’s & don’ts van het ritueel uit en nam hen vervolgens mee naar een etablissement waar de theorie aan de praktijk gekoppeld kon worden. Daar ontwaarden Nicule en Nicale inderdaad een jonkman die tot hun verbeelding sprak. Nadat ze hun voorkeur kenbaar gemaakt hadden, begaf Nicole zich naar barman Nick, die zij nog 'van in haar tijd’ kende.
‘Met welke auto is die jongen naar hier gekomen?’ Nicole vroeg dat omdat er haar inziens veel te leren viel uit de keuze van een wagen. Het merk, het type, de kleur… De slaagkansen van een huwelijk waren eruit af te lezen. Zelf had ze destijds voor een monovolume gekozen, grijs, Citroën, en ze had zich de eigenaar ervan, haar echtgenoot, nooit beklaagd.
Nick moest lachen toen hij haar door het venster het paard aanwees waarmee de jongeman zich placht te verplaatsen. Op de parking voor de deur stond tussen de vele auto’s inderdaad een mooi glimmend, wit ros. Nicole moest een kreetje onderdrukken.
Vlug vervoegde zij haar zusters die, zenuwachtig nippend van hun frisdrank, zaten te wachten. ‘De tekens liegen niet,’ zei ze overtuigd, ‘dit is duidelijk de prins op het witte paard. Mocht ik in jullie plaats zijn, ik zou niet twijfelen.’
Dat deden de zusters dan ook niet en zo komt het dat het trouwfeest enkele maanden later al kon doorgaan. Het werd een feest op Griekse wijze en daarom ging het door in een plaatselijk benzinestation. Nicale en Nicule zagen er verrukkelijk uit in hun trouwkleren. Iedereen deed zich tegoed aan de versnaperingen uit de nachtwinkel. Er werd gedanst, gedronken en gezongen. Het witte paard van de prins stond deze merkwaardige gebeurtenis op enige afstand gade te slaan en wachtte geduldig op de dingen die gingen komen.
Toen het tijd werd om het feest af te ronden, zochten Nicale en Nicule vergeefs naar hun gemeenschappelijke bruidegom. Neen, moeder had er geen idee van waar de prins zich bevond en Nicole kon haar zusters evenmin helpen. Ook het witte paard werd bevraagd, maar het gaf, zoals te verwachten was, geen antwoord. Niemand bleek te weten waar de bruidegom zich ophield.
Niemand? Toch wel. De pompbediende had gezien hoe de prins en Onze Kleine Pruts hand in hand weggelopen waren. Ze hadden het feest stiekem ontvlucht en waren om de hoek op de bus gestapt, de 89, de avondlijn, die hen naar een onbekende toekomst gevoerd had, alwaar ze vervolgens nog lang en gelukkig leefden. Of misschien ook niet, want van die twee werd nooit meer iets vernomen.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen