zaterdag 31 mei 2014

No future in Ostend


Dubbe is een Oostendenaar en hij is dat gebraakt & gescheten. Dat zegt Arno op de achterflap van deze biografie. (°) Al googelend verneem ik dat Arno zichzelf ook zo noemt, een gebraakt & gescheten Oostendenaar. Zowel Arno als Dubbe zijn gebraakt & gescheten, maar Arno is verdergegaan en Dubbe is gebleven.
Gebraakt & gescheten! G&G! De term blijkt voor een kwaliteit te staan. Die heeft met het verleden van de stad te maken: ‘Oostende is ook een stad van Oostendenaren. Afstammelingen van Vikings. Bastaards geboren uit zij die hier eeuwen lang aanspoelden. Geuzen. Vissers. Veroveraars en onderdrukten. Het resultaat is een eigenzinnig volkje. Dat niet met zich laat spotten.’
Zelf ken ik alleen maar Oostendenaars die wél met zich laten spotten. Maar de biograaf van punkrocker Frank Dubbe wijst me op een andere soort. Ik probeer er de volksaard van te ontrafelen.
G&G is iets wat in de wijk Conterdam ontkiemt. Dat geldt voor Dubbe, maar ook voor Arno & Peter Hintjens, alsmede voor Danny & Johnny Markey die allemaal in de Oostendse rockscene terechtkomen. In die buurt loopt ook de latere burgemeester Jean Vandecasteele school: ‘Dubbe heeft er tegen die tijd al een paar ambtstermijnen opzitten als burgemeester van de nacht.’ Dag en nacht levert de Conterdam burgemeesters af!
Er zijn nog zo’n wijken, bijvoorbeeld de buurt rond de Amsterdamstraat: ‘Om de hoek woonden de broers Dasseville, dé ruige gasten van Oostende en omstreken. Die mannen hadden (…) een coolheid die tegelijkertijd (…) ontzag en aantrekkingskracht uitstraalde. (…) Het waren zware jongens, maar niet zoals we die nu kennen. Als je in hun weg liep kon je maar beter een goede tandarts hebben maar ze gingen niet over lijken.’
G&G, vernemen we alzo, straalt een 'coolheid' uit. Die is evenwel van geen nut om er een beroepsloopbaan mee uit te bouwen, bijvoorbeeld in De Post, waar Dubbes ervaringen deze van Charles Bukowski in zijn Postkantoor kunnen doorstaan. Maar je kunt er wel mee terecht in een andere G&G wijk, het Hazegras. Bijvoorbeeld in het etablissement van ene Rob uit Amsterdam, een mens die ook coolheid uitstraalt. Dubbe: ‘Hij draaide altijd loeiharde rock en had bovendien kamers waar ik Dorianne kon poepen. Al gauw werd Rob mijn vriend, het was een reus van een vent en als lijfwacht had hij een Dobberman [sic] bij zich. Toen bleek dat ik de kamer niet kon betalen, moest ik van Rob de lokale maffia bedienen tijdens hun illegale pokeravonden. Daar zaten kleurrijke figuren en vooral ook lekkere wijven met half blote borsten. De mannen speelden voor grof geld. Ik werd het hulpje, ging om de hoek naar Delhaize om krabsalade en namaakkaviaar en zorgde dat de pokerspelers voldoende drank hadden.’ Voor een G&G is dat een job als een andere: ‘Alleen: misdaad is niets voor mij, Rock & Roll zou mijn ontsnappingsmiddel worden.’ 
Dat Frank Dubbe de misdaad afzweert is voor Norbert Tanghe, een flik, geen reden om hem niet nauwlettend te blijven volgen. Of deze Norbert, werkzaam bij de Belgische Opsporingsbrigade, ook G&G is maakt de biografie niet duidelijk.
Hoe dan ook, Rock & Roll wordt Dubbes ontsnappingsmiddel, maar niet uit Oostende: ‘Naar Brussel gaan om te socializen met arty-fartys. Ik kon dat gewoon niet. (…) En roem is geen doel op zich. Toen Chris Jagger onlangs in Oostende optrad belde iemand mij op omdat ik een nummer samen met Chris kon doen. Enfin, ik lag al in bed naar een film te kijken en bleef liever warm bij mijn katten, dan door het grijze septemberweer te fietsen en een duo met Chris te doen.’  En zo komt het dat we Frank Dubbe ook vandaag nog in zijn wijk Conterdam zien fietsen, een G&G coolheid uitstralend die je elders maar zelden te zien krijgt.
Flor Vandekerckhove

(°) Frank Vermang, Dubbe, Oostende – Rock & Roll, Portret van een man, een stad, een generatie. 2014. 9,90 €. 160 ps. ISBN 978-94-91164-32-3.

Geen opmerkingen: