maandag 26 januari 2015

Dylan ontmoet Ensor in Oostende


In 2009 roept Oostende Arno Hintjens uit Brussel terug om het muzikale luik van Theater aan Zee (TAZ) mee vorm te geven. Arno doet het met verve en dat komt doordat hij een indringende blik op die stad heeft. Onder ’s mans blik wordt Oostende een mythe. Oostende wordt de plek waar Karl Marx het Communistisch Manifest schrijft, Elvis alive & kicking rondfietst en Bob Dylan zijn kompaan James Ensor ontmoet. In Arno's woorden gebeurt dat laatste alzo: ‘In het Getty Museum in LA hangt een schilderij van Ensor L’Entrée de Christ. Ik heb een boek van dat museum, je ziet dat werk en daarnaast een nummer van Bob Dylan. Hij heeft een nummer geschreven daarop gebaseerd. Ik dacht: muziek, kunst… Waarom kunnen we daar niets mee doen?’ 
En hopla, met een Ode aan Ensor en Bob Dylan schiet TAZ in 2009 uit de startblokken. Op 31 juli van dat jaar brengen de verenigde Oostendse koren ter hoogte van het Ensorhuis Desolation Row (1965) van Bob Dylan ten gehore. Serge Feys steekt de song in een nieuw kleedje en de koren worden opgezweept door indrukwekkende negerinnen uit Arno’s entourage. Een tapijtgeweven kopie van De intocht van Christus te Brussel in 1889 (1888) fungeert als decor. Mooi! Iedereen komt kijken, zelfs de burgemeester van Brussel. Weer voegt Arno een steentje toe aan het mythische bouwwerk dat hij van de stad maakt.
In het publiek is de link tussen Ensors Intocht en Dylans Desolation Row onderwerp van discussie. Sommigen beweren dat het schilderij Dylans inspiratiebron geweest is, anderen zien geen verband en dus schaf ik me The Superhuman Crew aan, het boek waarover Arno het heeft. 
De kaft liegt er niet om: Painting by James Ensor – Lyric by Bob Dylan, wat toch een samenhang oproept. Ik vertaal de inleiding: ‘Met de details die we geselecteerd hebben, nodigen we de lezers uit om een buitengewoon dichte blik te werpen op Ensors kolossale werk. Maar we hopen ook dat we de lezers laten nadenken over de moderne angsten, moeilijkheden en obsessies die het werk van Ensor belichamen en die vijfenzeventig jaar later door een jonge singer-songwriter sardonisch uiteengezet worden in zijn voorstelling van een totaal afgeleefde en vreemd genoeg toch levendige plek die hij Destination Row noemt.’ Vervolgens brengt het boek de hele songtekst van Dylan naast details uit het schilderij. 
Uiteraard zijn er inmiddels al geweest die uitgevist hebben waarover Dylan het in deze heeft, zo 'n concrete ontleding staat hier. In de tekst staan verwijzingen naar AssepoesterRomeo van JuliaCaïn & Abel; de Goede SamaritaanOpheliaEinsteinRobin Hoodhet Spook van de Opera, Calypsozangers, T.S. Eliot en Ezra Pound, maar géén naar Brussel, Christus en James Ensor. De concrete details van Ensors schilderij in het boek verwijzen evenmin naar de concrete beelden die Dylan daarnaast oproept. Waaruit we mogen besluiten dat Dylan niet rechtstreeks door het doek van Ensor geïnspireerd werd, maar dat de bezitters van het schilderij de overeenkomstige sfeer goed gezien hebben. Zo’n buitenkans laat 'n beetje promotiedienst niet liggen; daar maak je toch een boek van. 
En om ter afronding nog even op Marx en Elvis terug te komen: die eerste schreef het Communistisch Manifest in Brussel en niet aan zee, maar Elvis fietst inderdaad door de straten van Oostende. Zelf gezien!
Flor Vandekerckhove


Veel, veel later schreef ik een gedicht 
dat een antwoord formuleert 
op Arno's mooie song Oostende bonsoir. 
Het is een antwoord dat vanop de oosteroever
naar de stad gestuurd wordt:
'Elk z'n goeienavond.'

Geen opmerkingen: