woensdag 21 januari 2015

Lost Highway, de tragiek van het man-zijn

Fred, een moderne man, wordt met de negatieve
aspecten van zijn man-zijn geconfronteerd.
Drie films hebben zoveel indruk op me gemaakt dat ik ze tot de beste aller tijden reken. Twee ervan zijn in deze blog al aan bod gekomen. Over Crash (1996) van David Cronenberg heb ik een stukje gepleegd dat naar de wervende titel Seks is gevaarlijk luistert en dat u hier kunt lezen. U zou dat trouwens echt eens moeten doen, want de interpretatie die ik daarin aflever is wellicht uniek. Over Kes (1969) van Ken Loach staat ook al een stuk in de blog en dat vindt u hier onder de toch ook merkwaardige titel Tony Garnett, waardig ouder worden. Het zijn geen filmkritieken, maar stukjes waarin ik probeer uit te vissen welke inzichten die films me bijgebracht hebben en me de vraag stel waarom ze me ook vandaag nog altijd inspireren. Inzicht en inspiratie worden me ook door Lost Highway van David Lynch aangereikt, de derde film uit mijn absolute top, en ook die film interpreteer ik eigenwijs; als een surrealistische poging om het man-zijn te ontrafelen.
De Mystery Man, het mysterie man
blijft de protagonisten achtervolgen.
De film neemt ons mee in het huis van Fred en Renee, een modernistisch bouwwerk, een soort bunker die de bewoners van de wereld moet afschermen. U begrijpt meteen dat het koppel daar niet in zal slagen. Aan de voordeur vinden ze regelmatig videocassettes die verduidelijken dat ze binnenshuis even kwetsbaar zijn als buiten. En het gaat van kwaad naar erger. Op een feestje maakt ene Mystery Man, een bijzonder akelige figuur, Fred duidelijk dat hij zich op datzelfde moment in diens huis bevindt. Hoe kan dat? Dat kan wel degelijk als je het Amerikaanse Mystery Man vrij vertaalt als het mysterie man, iets wat Fred uiteraard niet bij de voordeur kan achterlaten. Fred mag wel een moderne kerel zijn, het machismo blijft desalniettemin aan hem kleven. Mede daardoor zoekt hij het probleem niet bij zichzelf, maar bij zijn vrouw die een onduidelijk verleden mee in huis gebracht heeft. Hij vermoordt zijn echtgenote.
Pete is nog maar op weg naar het man-zijn en
wordt daarbij ferm geholpen door Alice.
In de gevangenis blijkt dat Fred letterlijk een andere man geworden is. Hij is nu Pete Dayton, een jonge automecanicien. De politie moet hem dan ook vrijlaten. Er lijkt een nieuw verhaal te beginnen. In de garage komt Pete in contact met gangster Dick Laurent, alias Mr. Eddy, een macho pur sang, een mannenmens die aan de Tweede Feministische Golf ontsnapt is. De jonge Pete daarentegen is nog maar pas op weg naar het man-zijn (vandaar ook dat hij eerder als zijnde onschuldig uit de gevangenis ontslagen wordt.) Hij laat zich inpalmen door Alice, het gangsterliefje van Mr. Eddy. Wanneer deze dat te weten komt, bedreigt hij Pete met… de weerzinwekkende Mystery Man. Zoals de volwassen Fred niet aan het mysterie man kan ontsnappen, net zomin zal de jonge Pete dat kunnen. Het koppel probeert het toch. Ze veranderen hun leven: Pete wordt Fred en Alice wordt Renee. Ze vergeten het verleden, maar het verleden vergeet hen niet. Dick Laurent, de pure macho, mag inmiddels gedood zijn, het mysterie man blijft desalniettemin hun/ons leven op een bijzonder onaangename manier bepalen. Waardoor deze vermeend onbegrijpelijke plot toch begrijpelijk wordt. En waardoor de film me, ook vandaag nog, verplicht na te denken over mijn eigen man-zijn.
Dick Laurent, de macho pur sang, wordt gedood, maar
verdwenen is hij daarmee niet, integendeel. 
Lost Highway is een surrealistische film. Als surrealist maakt Lynch in zijn werk gebruik van magische elementen die teruggaan op het onderbewuste, elementen die in een spel van vrije associaties en dromen naar boven gehaald worden. Met die technieken willen de surrealisten de menselijke geest verruimen. Waarin Lynch, wat mij betreft, ook geslaagd is. Lost Highway heeft er daardoor ook voor gezorgd dat ik me in het surrealisme ben gaan interesseren. Voor ik die film gezien had dacht ik dat het een afgesloten hoofdstuk betrof. Lynch heeft me geleerd dat dit niet het geval is. En u weet hoe ’t gaat: het ene brengt het andere mee. Daardoor ben ik beginnen beseffen dat tal van andere –ismen evenmin afgesloten hoofdstukken zijn. Zo ontdekte ik gaandeweg dat John Cage, Robert Rauschenberg, Yoko Ono, Joseph Beuys en Ushio Shinohara neo-dadaïsten genoemd worden, naar een strekking die het surrealisme in de tijd voorafgaat. Over die Ushio Shinohara vindt u trouwens elders in de blog een stuk: Cuty en de bokser. Ander voorbeeld: er zijn vandaag nog romantici aan ’t werk, zelfs op plekken waar je ze niet verwacht, bijvoorbeeld in het marxisme. Daarover schreef ik eerder al Terug naar de toekomst.
De slotvraag is in hoeverre het surrealisme van David Lynch nog iets met dat van de historische groep rond André Breton te maken heeft. Ik kan daar een eind over weglullen, maar dat zou niet beletten dat het antwoord simpel is: de tijden zijn veranderd en daarmee ook het surrealisme. Wat ons tegelijk toelaat de toekomst te voorspellen: wanneer de barricaden terugkomen, komen ook de artiesten terug.
Flor Vandekerckhove

Surrealist Cinema BBC Arena 1987 presented by David Lynch part 1/2
Een reactie posten