zondag 6 september 2015

Schrijvers met snorren



Stijn Streuvels laat me altijd aan de Rus Maxim Gorki denken. Komt dat doordat beiden veel over de werkmensch geschreven hebben? Misschien wel ja. Komt het doordat beiden selfmade men in de literatuur zijn? Dat ook ja. Maar ’t komt toch vooral door die machtig grote snor van hen. Telkens ik een portret van Streuvels zie, zeg ik tot mezelf: zo’n snor had Gorki ook. Maar dat laatste blijkt niet helemaal te kloppen. Dat zie ik nu ook wel wanneer ik de twee koppen naast elkaar plaats. Ja, de twee hebben tussen neus en bovenlip een indrukwekkende beharing, maar niet van een gelijke snor. Deze van Streuvels heeft opwaartse einden, de snor van Gorki gaat neerwaarts. U mag dat een detail vinden, maar in snorrenland is dat een niet onbelangrijk verschil. 
U vraagt zich af waarom ik me met zo’n dwaze vergelijking onledig houd. Wel, ik zal het u zeggen. In een boekje (*) dat hij over Streuvels geschreven heeft, vertelt Hedwig Speliers dat hij in 1965 een brief van de Nederlandse auteur en journalist Nico Rost toegestuurd krijgt. Daarin vertelt Rost hem over een bezoek dat hij aan Streuvels in Ingooigem brengt en waarbij hem vooral het portret van Maxim Gorki opvalt, dat op Streuvels’ schrijftafel staat.
Blijkt dat niet alleen ik de twee snormannen aan elkaar pleeg te koppelen, Streuvels doet dat zelf ook door een foto van die andere op zijn bureau te zetten. En Nico Rost eveneens. Hij vergelijkt de twee schrijvers in De Brug, een tijdschrift van de Nederlandse Socialistische Werkers Partij waarvan hij een vooraanstaand lid is. In dat stuk legt Rost het verschil niet bloot tussen de twee knevels, maar wel tussen de verschillende manieren waarop de twee snormannen over de arbeiders schrijven: ‘Hoe heel anders dan bij de rebel die Gorki was, waren in Streuvels’ boeken de Vlaamse zwoegers, die hun lot droegen met de gelatenheid van het onafwendbare. En in hoevele boeken van Streuvels ontmoette ik telkens weer die erkenning van het “hogere geweld” en de aanvaarding daarvan zonder ook maar het geringste verzet… Altijd weer: dat aanvaarden van maatschappelijke ellende, als normale toestand — altijd dat “fatum”, dat voor ons toch onaanvaardbaar is als eigenlijke oorzaak, want meestal duidelijk ‘definieerbaar’.’ In hetzelfde artikel schrijft Rost ook nog: ‘Een Gorki was in Rusland mogelijk — Een Streuvels in het katholieke Vlaanderen.’ Blijkt dus dat ze niet alleen van elkaar verschillen voor wat de snor betreft. Ook het socialistisch realisme van Gorki en het katholieke realisme van Streuvels drijft hen uit elkaar.

Flor Vandekerckhove


(*) Hedwig Speliers. Omtrent Streuvels. Het einde van een myte. Uitg. Brugge, J. Sonneville, 1968.
Een reactie posten