vrijdag 18 september 2015

De merkwaardige lotgevallen van lichtmatroos Malfait

De molfiet is de zeemansvariante van de zondebok. 
Het woord wordt gebruikt om aan boord van 't 
schip iemand aan te duiden die de schuld 
toegeschoven krijgt.
Toen Jan Malfait voor het eerst ter visserij voer had hij nog geen bijnaam, want hij was nieuw. Daarmee onderscheidde hij zich danig van de anderen die allemaal naar zo’n bijnaam luisterden. Hoe die bijnaam ook luidde, hij wees erop dat ze gepokt en gemazeld waren in de zeevisserij. Malfait was anders, hij was onervaren, onwetend en onzeker. Zij wortelden in de vissersgemeenschap, hij in de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, hij kwam uit de herscholing.
De werkloze Malfait was naar de visserij gekomen omdat die de belofte van geldgewin in zich droeg. Maar op ‘s mans eerste zeereis viel dat toch erg tegen. Toen de motor aan ‘t sputteren ging, had het schip de visgronden niet eens bereikt. De schipper besloot terug te keren. Het vaartuig bleef drie weken aan de kaai liggen en de matrozen hadden zich al die tijd onledig gehouden met het uitvoeren van klussen waarin ze tig keer beter waren dan Malfait.
De tweede reis verliep voorspoediger, zij het maar een beetje. De vangst was matig, Malfait was traag, de mannen wrevelig, de spanning steeg. Toen de verkoop in de visveiling erg bleek tegen te vallen, kwam de geruchtenstroom op gang. Schoot Malfait niet overduidelijk te kort? Was zijn aanwezigheid niet het enige wat veranderd was in een voor de rest stabiel gegeven? En had hij zijn naam niet tegen? Molfiet, het zeemanswoord waarmee de zondebok benoemd wordt, komt van ‘t Franse mal fait, slecht gemaakt. Geen twijfel mogelijk, Jan Malfait was de molfiet. Malfait verdween uit ’t spraakgebruik en Molfiet kwam in de plaats. Dat hij nu een bijnaam had getuigde enerzijds wel van zijn integratie, maar anderzijds begrijpt u ook dat men met zo’n bijnaam tevergeefs naar werk zal zoeken. De schipper wachtte niet langer en zei dat Molfiet zijn matras van boord moest halen.
Geef toe dat dit een straf verhaal is, maar 't is nog niet zo straf als wat nu volgt.
Er staat die dag een stevige wind. Molfiet haalt zijn matras van boord. Die vangt een windstoot en Molfiet sukkelt met zijn matras in het dok. Een scheepshersteller weet de drenkeling uit ’t water te halen. Een half uur later voert een ambulance, met loeiende sirenes, de onderkoelde Molfiet weg van de kaai.
Een kruispunt. De chauffeur ziet, gelukkig net op tijd, hoe een bromfietser, vlak voor zijn ambulance, het rode licht negeert. De chauffeur drukt hard op het rempedaal. De ambulance slipt in een plas, draait twee keer rond zijn as en stopt in ‘t midden van het kruispunt. Niet tot stilstand komt de draagberrie waarop Molfiet in een deken vastgesnoerd ligt. De brancard gehoorzaamt aan de wet van Newton die zegt dat een voorwerp in beweging zijn toestand wil behouden. De draagbaar botst tegen de achterdeur die openschiet. De brancard vliedt uit de wagen. Dwars over het kruispunt volgt hij, op zijn kleine, bibberende wieltjes, cirkelend rond zijn as, een rechte lijn die bepaald wordt door de scheve toestand waarin de ambulance zich bevindt. De chauffeur ziet hoe de draagberrie op zijn weg een oud vrouwtje omver rijdt. Hij springt uit de auto, legt de aangereden vrouw vlug bovenop Molfiet, schuift de brancard weer in de ambulance en rijdt met de twee, en met loeiende sirenes, naar de spoed. Doordat het vrouwtje òp hem ligt krijgt de koude Molfiet het al vlug weer warm, wat zijn herstel erg bespoedigt. Het vrouwtje daarentegen sterft enkele dagen later door de overdaad aan emoties, maar niet voordat zij haar fortuin heeft nagelaten aan Molfiet, de laatste man die ze even toevallig als onverwachts, in een ambulance dan nog — een jeugddroom! —, heeft mogen berijden.
Flor Vandekerckhove 
Een reactie plaatsen