donderdag 24 september 2015

Herman de Coninck, vilein en geestig

— Ik las een bundel opstellen van Herman de Coninck en keerde terug in de tijd. Wat ook blijkt uit deze indrukwekkend grote typemachine die toentertijd ongetwijfeld 'modern' was. —


Herman de Coninck schreef niet alleen gedichten, hij was ook een journalist, hij schreef essays en kritieken. Een aantal opstellen werden gebundeld in Over Marieke van de Bakker (1987). Ik zag het boek staan in de bib en ’t was alsof ik tussen de rekken op een oude kennis stootte. Kom, zei die oude kennis, we gaan een beetje leuteren over de tijd van toen. En terwijl ik met dat boekje een koffie ging drinken, hadden we het over vroeger. Hoe zou het nog met Paul Goodman gaan? Heb je Hedwig Speliers nog gezien? Ken je KoR Van der Goten nog? En André Demedts, Clem Schouwenaars, Ome Willem en Neil Postman? Het boekje herinnerde me aan mensen die dood en vergeten zijn. Of die vergeten zijn en nog leven. En het herinnerde me vooral aan een tijd waarin papier zo goedkoop was dat je je als schrijver geenszins moest inhouden. De Coninck legde bijvoorbeeld elf bladzijden apart om een essaybundel van Hedwig Speliers de grond in te boren. Dat gebeurde dan ook grondig. Waar Speliers in zijn boekje pleitte voor meer poëzie in het onderwijs, bijvoorbeeld door het aanleggen van een kleine bloemlezing per klas, voegde de Coninck daar cynisch aan toe: ‘men kan zulks doen met behulp van een fotokopieerapparaat.’ Dat was nog maar het opstapje: ‘We mogen hier misschien ook even wijzen op het klassikaal nut van een emmer water bij het gedicht ’t Is triestig dat het regent in de herfst. Tevens kunnen de leerlingen bij Gezelles Mezennestje een onuitgebroed ei proberen te mimeren en vervolgens een uitgebroed. Bij een gedicht van Faverey kunnen ze een dubbelepunt uitbeelden, met z’n tweeën dan: dit wordt groepswerk. Enzovoort. (Ter illustratie van het woord enzovoort kan eventueel de hele school opdraven.)’ De Coninck was tegelijk vilein en geestig.
De Amerikaanse anarchist Paul Goodman was volgens de Coninck een slechte dichter: ‘Er wordt gerijmd als het zo uitkomt, maar vaak vindt Goodman een assonantie al meer dan genoeg. Je zou kunnen zeggen: een beetje à la Emily Dickinson, maar veel onhandiger en oneleganter. Dickinson heeft namelijk gezocht naar haar halfrijmen. Goodman heeft niet lang genoeg gezocht naar zijn volle rijmen en ze dan maar half laten staan.’  Slecht, slecht, slecht…Toch besteedde hij veertien pagina’s aan die mens en samen met Benno Barnard vertaalde hij ook nog eens tien van Goodmans gedichten, goed voor weer zes bladzijden. Ja, in die tijd was papier niet alleen verduldig, het kostte ook twee keer niets.
In een artikel met de veelzeggende titel KoR van der Goten: de heroïek van de zieligheid smeerde de Coninck de neergang van deze sjansonjee uit over vierentwintig bladzijden. Het stuk voerde me terug naar een tijd waarin Bart De Wever nog André Demedts heette. De Coninck citeerde uit een briefje waarin die Demedts er de Gewestelijke Omroep West-Vlaanderen op wees dat Van der Goten wel gedraaid mocht worden: ‘maar a.u.b. beloof ons iets: wij vinden dat een chanson wel ondeugend mag zijn, maar we zouden toch willen verhinderen dat het chanson als zodanig de bijnaam van ‘pervers, sexueel-exhibitionistisch liedje’ krijgt. Wilt u daarmee rekening houden?’
De Coninck had het in die bundel niet alleen plaats voor mensen die neergesabeld moesten worden. Er bleef nog veel papier over om het uitvoerig over gelijkgezinden te hebben. Die vond hij in een gezamenlijke afkeer van de beeldcultuur, ja ook toen al. Zo citeerde hij uitgebreid mijn kameraad Ernest Mandel die de achteruitgang van de woordcultuur aanklaagde: ‘Dat leidt onherroepelijk tot de verwording van de bekwaamheid tot denken.’ Het was nog lang wachten tot een intellectueel ietwat genuanceerder over de nieuwe barbaren begon te spreken. In de tijd waarin de Coninck en de zijnen ten aanval trokken, was die nuance geenszins aanwezig. Zegt Mandel: ‘Toen ik in de Sunday Times las dat er in Londen reeds meer winkels van video-cassettes zijn dan boekhandels, beschouwde ik dat als het slechtste nieuws van na de Tweede Wereldoorlog.’ Nou nou. 
En ook dat: winkels van video-cassettes! Het waren waarlijk andere tijden.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten