zaterdag 12 september 2015

De (vis)trein der traagheid

— Links zien we de vistrein, op de achtergrond de vismijnkantine.  De lage spoorwegbaan en de hoge luifel die het
 visserijstation aan de Wandelaarkaai overkoepelde werden in 1993 afgebroken. —

Onlangs publiceerde ik een stukje over de kusttram die ons destijds naar de school bracht. Daarin schreef ik: Soms dwarste de fameuze vistrein onze weg. Vanuit de Oostendse vismijn vertrok in die tijd dagelijks een lange sliert witgeschilderde spoorwegwagens, vol vis, naar ’t binnenland en Luxemburg. Vanaf de Oosteroever stak hij traag de straat over. En blokkeerde alles wat daar moest passeren, dus ook de tram. Dat kon enige tijd duren, want de vistrein was, zoals gezegd, zeer lang. Hij was ook zeer traag. Wanneer dat ’s morgens gebeurde dan kon die trein niet lang & traag genoeg zijn, want dat gaf ons een sterk argument om te laat in de klas te komen. Meestal was ’t helaas op de terugweg en dan was ’t klote (…).’ Dirk Reunbrouck, die een gigantisch beeldarchief op zijn computer heeft staan, reageerde op dat stukje en stuurde me enkele foto’s van die vistrein. Ik kon niet nalaten er dit stukje bij te plaatsen.

Het laden van de vistrein in 1958. © KOHGK De Plate

Elkeen die Oostende vanaf de Opex binnenreed kende het verschijnsel. Vooral op woensdagen was de vistrein indrukwekkend. Over hoeveel vis ging dat eigenlijk? De cijfers durven elkaar al eens tegen te spreken. Werd er zwarte vis vervoerd? Bestond er een grijs circuit op het spoorwegnet? Wie zal ’t zeggen? Wat we weten is dit: in 1980 werd er 3.000 ton vis op de trein gezet, verdeeld over 53.000 zendingen.
Dat soort visvervoer had een lange traditie. Toen de vismijn (de ‘cierk’) nog in de stad lag, vertrok daaruit ook al een trein. Wanneer de visserij naar de Oosteroever gebannen werd, verhuisde de vistrein mee. Hij deed daar dienst tot in 1988. Het was toen overigens al langer duidelijk dat het einde in zicht was. De visaanvoer was, door de achteruitgang van de IJslandvisserij, vanaf de jaren zeventig beginnen dalen, het zwaartepunt van de aanvoer had zich van Oostende naar de oostkust verplaatst, de koudeketting moest van de wetgever almaar dwingender in stand gehouden worden… Het werd een onmogelijke opdracht voor de wagens die al veertig jaar tegen ten hoogste honderd kilometer per uur het land doorkruisten. Daarom knipten de spoorwegen in 1988 het vismijnlicht uit.
De lage spoorwegbaan en de hoge luifel die het visserijstation aan de Wandelaarkaai overkoepelde werden in 1993 afgebroken. Tijdens die afbraak noteerde ik voor Het Visserijblad de commentaren. Dat alles naar de kloten ging, zo mag ik die wel samenvatten.
Naar de kloten! Het is wellicht de uitdrukking die ik op de visserskaaien ’t meest van al mocht horen. Nadat de Amandine in 1995 voor ’t laatst naar IJsland gevaren was, waarmee een punt gezet werd achter het epos van de Oostendse IJslandvisserij, schreef ik er een toneelstuk over. Het werd in augustus van dat jaar op de Amandine zelf uitgevoerd, terwijl het schip voor de haringhallen aan de kaai lag. De titel van het stuk? Naar de kloten.

Flor Vandekerckhove

© KOHGK De Plate
© KOHGK De Plate

Een reactie plaatsen