woensdag 25 januari 2017

Afscheid van een carnavalist

De twee vrouwen hadden ervaring en ook de kleermaker had al soortgelijke opdrachten vervuld, maar dit was toch van een heel andere orde.
Het linnen pak met kleurrijke leeuwen en kronen zat veel te ruim, maar de kleermaker zei dat het zo hoorde en hij wees op de strobaal die hij meegebracht had. Het pak werd er helemaal mee gevuld; eerst de broekspijpen, dan de mouwen, tenslotte de jas. De kleermaker bracht de witte kraag aan en zette zijn ijskoude klant een witte, nauwsluitende muts op. Gedrieën brachten ze rond diens middel de apertintaille aan, een gordel met negen bellen.
Voortmaken, voortmaken, zei de ondernemer, er zijn er nog die wachten. De kleermaker reikte de vrouwen de klompen aan. Daarna opende hij de laatste doos. Voorzichtig haalde hij er de hoge hoed met veren uit, struisvogelpluimen.
De vier keurden het geheel. Voor hen lag een Gille, helemaal gekleed in groot ornaat. Een vreemde keuze, zei de ondernemer bij het buitengaan.
Ze gingen elk hun weg. De ondernemer vertrok naar een andere klant, de vrouwen wandelden naar huis, de kleermaker ging een glas drinken om de emoties door te spoelen.
Het mortuarium bleef tot ’s avonds open. Niemand kwam de dode gille groeten.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen