zondag 8 januari 2017

Op zoek naar Anton Jaeger


— Links Daniël Bensaïd (1946-2010), rechts Anton Jaeger. —
Een essay dat met een citaat van Daniël Bensaïd aanvangt trekt meteen mijn aandacht. Dat komt doordat ik ooit naast die mens aan tafel gezeten heb. Het trekt ook mijn aandacht omdat ik weet dat filosoof Daniël Bensaïd (1946-2010) een Franse trotskist is. 
Filosoof, Fransman, trotskist, dat is haast per definitie iemand die alhier onbekend is. Wie met Bensaïd opent moet wel de milieus frequenteren die ook ik al eens durf op te zoeken. Toch zegt de naam Anton Jaeger me niets.
Mijn vermoeden wordt, verder lezend, almaar sterker: Terwijl de Belgische Marxist Ernest Mandel nog een kortstondige hoop op een Duitse revolutie koesterde, zouden de komende jaren vooral ontnuchtering brengen.’ Er zijn niet zoveel auteurs die Ernest Mandel vermelden, Jaeger kent zijn klassieken.
Vervolgens kijkt hij naar de overzijde van het politieke spectrum, die in dezelfde jaren aan een opgang begint die nog steeds niet voltooid lijkt. Jaeger ziet die rechtse opgang ook in de wereld van de ideeën: In de zogenaamde Historikerstreit in de tachtiger jaren stelde de Duitse historicus Ernst Nolte dat niet Auschwitz, maar de ‘Rode Terreur’ (de zogenaamde moorden op ‘contrarevolutionairen’ in de nasleep de Russische Revolutie) de “ware matrix” vormde voor de gruwelen van de twintigste eeuw.’
Vandaag vindt die theorie een laagtepunt in de aanvallen van politici (Bart De Wever, Gwendoline Rutten…) en intellectuelen (Bart Maddens, Maarten Boudry, Tinneke Beeckman…) op de PVDA, waarvan gevreesd wordt dat ze voor een doorbraak staat. De burger dient verwittigd te worden voor het gevaar van wat De Wever ‘ideologisch restafval van de Twintigste Eeuw’ noemt.
Wat ik daar zelf over denk heb ik hier eerder al verwoord, naar aanleiding van een eerdere doorbraak van die PVDA. Wat de essayist over dat alles denkt en hoe hij dat verwoordt moet je daar  in De Wereld Morgen — maar eens lezen. Intussen probeer ik uit te vissen wie die Jaeger is.
Ik zou het aan de sterkhouders van de Socialistische Arbeiderspartij (SAP) kunnen vragen, want de vernoemde Bensaïd en Mandel komen uit die vijver. Maar de ervaring leert me dat ze daar mijn vragen niet beantwoorden (en ik betaal nochtans nog altijd trouw mijn lidgeld.) Dus informeer ik eens bij mensen waarmee ik samengewerkt heb in de tijd dat ik nog ondernemend, daadkrachtig en vitaal was; mensen die inmiddels de SAP verlaten hebben, maar door mij nog altijd, en terecht, met kameraad aangesproken worden.
Bijna overal vang ik bot. Anton Jaeger? Nooit van gehoord. Ik ontwaar voorwaar een generatiebreuk, de oudjes kennen de jonkies niet meer. Tot iemand me zegt dat deze Anton de zoon van de Vlaamse choreografe Anne Teresa De Keersmaeker is en dat hij af en toe iets in De Groene Amsterdammer schrijft. Iemand anders meldt me dat hij in Cambridge aan een doctoraat werkt. Hij geeft me het adres van een website die me inleidt in de wetenschappelijke handel & wandel van deze jonge Anton. Mijn informant voegt er fijntjes aan toe dat hij geen hoge pet op heeft van ‘mensen die ganse dagen in boeken snuisteren… en een beetje afgesloten leven van de maatschappij’. Waarna hij afsluit met: ‘Of beeld ik me dat maar in?’
Dat laatste weet ik uiteraard niet. Ik zie dat die site ook een e-mailadres heeft. Ik zal het eens aan Anton Jaeger zelf vragen.
Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen