zaterdag 7 januari 2017

Planken in de gang

De straat scheidt onze huizen, we kijken uit op elkaars vensters. Mijn overbuur is een nieuw raam aan ’t steken. Hij kapt enige brokstukken van zijn muur, het nieuwe raam staat achter hem te wachten. Vanuit mijn zetel kijk ik naar zijn kapwerk. Buiten is het koud en binnen warm.
Onder zijn raamopening heeft hij een wasmand gezet. Die vangt het steengruis op. Ik vraag me af of die plasticmand daar stevig genoeg voor is. Ik val in slaap.
Niet voor lang. Een harde dreun maakt me weer wakker. Even weet ik niet wat er gaande is. Dan besef ik dat er een stuk steen in mijn gang terechtgekomen is. Hoe is dat kunnen gebeuren?
Ik ben nu een en al aandacht. Iemand schuift een metalen ladder uit elkaar, ik herken dat geluid. Het is mijn buurman die zijn steenklomp komt recupereren.
Ik wil opstaan om te kijken wat er gaande is, wat er in mijn gang aan de gang is, of de vloer niet beschadigd werd, of de buurman aan zijn steenklomp geraakt, of ik die mens moet assisteren… Maar ik… Het gaat niet. Ik kan mijn benen niet bewegen.
Old age is not for sissies, denk ik eerst, en da’s een zin die ik in een film gehoord heb. Daarna besef ik dat ik aan ’t dromen ben en dat ik geduldig moet wachten tot wanneer ik helemaal wakker word. (Op mijn leeftijd is ‘t een hele geruststelling te weten dat je onwillige benen niets met je leeftijd te maken hebben.) Ik kijk naar buiten en zie niets wat op weggeslingerde steenklompen wijst.
Het ontwaken duurt een hele tijd. Wanneer ik eindelijk weer meester over mijn benen ben, ga ik voor alle zekerheid toch in de gang kijken. Daar ligt, vreemd genoeg, geen steenklomp, maar wel een groot pak planken, oude houten planken, echt een hele stapel.
Ik trek de voordeur open en roep naar mijn overbuur om te vragen waarom die planken in mijn gang liggen. Hij zegt me dat het planken van zijn broer zijn. Hij heeft een broer, verneem ik nu voor ’t eerst.
De buurman komt zijn ladder af en samen kijken we in mijn gang naar de stapel. Hij zegt me dat zijn broer erg aan die planken gehecht is, dat hij ze daarom niet weg wil doen, maar dat hij, nu hij een nieuw raam steekt, er geen plaats meer voor heeft, dat hij ze daarom in mijn gang gelegd heeft. Hij voegt er aan toe dat ik die planken mag gebruiken, maar daar toch best mee wacht tot zijn broer overleden is. Zijn broer is al oud, zegt hij.
Omdat ik al heel lang iets over planken wil schrijven, stelt zijn antwoord me gerust. En weer val ik in slaap.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen