dinsdag 10 januari 2017

Zeer kort detectiveverhaal

— Van links naar rechts: 1. Ik ontvang mijn eerste klant; 2. het voorwerp; 3. de foto van de echtgenoot. —

Mijn eerste werkdag lag haast achter de rug, ik had mijn bureau ingericht en wilde juist afsluiten toen ze aanbelde. Ze werd de allereerste klant van het detectivebureau dat ik geopend had, The West Flemish Detective Agency.
Ze opende haar handtas en haalde er iets uit. ‘Ik heb dat in de jas van mijn echtgenoot gevonden’, zei ze, ‘en ik wil weten wat het is.’ Ze legde het op mijn bureau.
Edelmetaal, zo zag ik meteen, een stukje vakmanschap. Ik nam het op en bestudeerde het nauwkeurig. Wat ik zag was een metalen cilindertje ter grootte van een ring. Met daarin staafjes die magnetisch tot elkaar aangetrokken werden. Om ze uit elkaar te halen moest ik ferm veel weerstand overwinnen. Het was een mooi object waarvan het nut me een raadsel was.
Ze wilde weten wat het was, maar aan haar echtgenoot wilde ze dat niet vragen. Mijn eerste zaak. Ik zei dat ik het zou uitzoeken. Ik vroeg haar een foto van haar man en het nummer van haar bankkaart.
Toen ze weg was, stak ik het dingetje in mijn broekzak en ging naar huis. Mijn echtgenote vroeg me hoe mijn eerste dag verlopen was en ik vertelde haar over de klant en over het vreemde voorwerp dat ze me gegeven had. Ik legde het op tafel.
Ze herkende het meteen. ‘O maar’, zei ze, ‘dat is een tepelklem.’
‘Hoezo’, vroeg ik,’een tepelklem?’
‘Ja’, zei ze, ‘een tepelklem.’
Ik keek onbegrijpend naar het ringetje.
‘Kijk’, zei ze. Ze trok haar T-shirt omhoog, ontdeed zich van haar beha, trok de staafjes uit elkaar, stak er vlot een tepel tussen en liet voorzichtig de staafjes los. Ze klemden zich rond haar tepel die, zo viel me op, meteen groot en hard werd.
‘Wel verdorie,’ zei ik, ‘kust nu mijn kloten.’
‘Niet zo rap’, antwoordde ze, ‘eerst gaan we afwassen.’

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen