dinsdag 25 april 2017

De verrijzenis van de verteller

— A Tale from the Decameron, Schilderij John William Waterhouse, 1916 —   

Dat ik me met de verteller verwant voel, meer dan met de literator of de letterkundige, heb ik eerder al geschreven in Louis van Dievel, Jan de Hartog en ik. Daarom lees ik ook graag iets over de kunst van het vertellen.
In Illuminations (°) van filosoof Walter Benjamin staat een stuk dat The Storyteller heet. Ik heb dat gelezen en jij kunt dat ook doen, want al diens werken zijn, van uit je zetel, via Pirate Bay gratis in huis te halen. Je doet dan wellicht iets wat onwettelijk is, zo voeg ik er maar meteen aan toe. Maar kijk, ook wie voor onwettelijkheid terugdeinst kan The Storyteller lezen, want je kunt het, zo heb ik zojuist uitgevogeld, ook hier helemaal gratis downloaden en dat is dan weer legaal.
Hoe je het ook doet, je zult zien dat Benjamin (1892-1940) de mening toegedaan is dat de kunst van het vertellen op zijn laatste beentjes loopt. Het is een neergang die, zo schrijft hij, al lang bezig is, met name sinds ‘de opkomst van de roman aan het begin van de moderne tijden.’ Dat is een vreemde stelling, vind ik, want een roman is toch ook een verhaal dat verteld wordt.
Benjamin legt het goed uit. De roman verschilt van alle andere vormen van literair proza omdat hij niet uit de orale traditie voortspruit. De romanschrijver leeft geïsoleerd. De geboorteplaats van de roman is het solitaire individu. Bij de verteller is dat anders. Die neemt iets uit zijn of andermans ervaring en al vertellend zorgt hij ervoor dat het ook de ervaring van een publiek wordt; vertellen is iets van een gemeenschap.
De roman mag dan wel het begin markeren van de neergang, de doodslag wordt, zo schrijft Benjamin, door de informatie-industrie toegebracht: ‘De waarde van informatie overleeft het moment niet waarin het nieuw was. Het leeft alleen op dat moment (…) Een vertelling is anders. Het gebruikt zichzelf niet op. Het behoudt en concentreert zijn sterkte en is in staat die weer vrij te geven, zelfs na lange tijd.’
Benjamin gaat er diep op in, en hij doet dat via kronkelende wegen, maar enkele bladzijden verder krijgen we het verschil tussen informatie en verhaal toch mooi samengevat in: ‘Thus traces of the storyteller cling to the story the way the handprints of the potter cling to the clay vessel.’ Vertellen is een ambachtelijke kunst. Informeren daarentegen is seriewerk.
Zit de mot in het vertellen? Is de kunst van het vertellen dood? Dan bestaat er in Amerika wel een interessant initiatief dat het weer tot leven wekt. Het heet The Moth, bestaat al twintig jaar, heeft een eigen radioprogramma en uit de duizenden mondelinge vertellingen werden al twee boeken gepubliceerd. Wie wil weten wat de initiatiefnemers bezielt kijkt naar onderstaand filmpje.
Ook in België zijn nog steeds vertellers aan het werk. Don Fabulist publiceerde regelmatig zijn vertellingen in Het Visserijblad, verhalen waarmee hij ook rondreist. Ook Peter Holvoet-Hanssen werkte aan dat tijdschrift mee en wie die mens ooit aan ’t werk gezien heeft weet met hoeveel kracht deze dichter de traditie van het vertellen voortzet.
Flor Vandekerckhove

(°) Walter Benjamin. Illuminations. 2007. Schoken Books New York. 278 ps.

Een reactie plaatsen