maandag 10 april 2017

Bicky Burger


— Nighthawks van Edward Hopper (1942) —

In die tijd was er op de hoek een chic frietkot dat uitgebaat werd door een vrouw. Ze heette Emiel, wat merkwaardig is, want in 1942 waren de persoonsnamen nog erg gendergebonden. Merkwaardig is ook dat Emiel een gangstervrouw was.
Op een slapeloze nacht was ik erheen gegaan. De straten waren leeg. Aan de overkant had de juwelier zijn spullen uit de etalage weggehaald. In het frietkot zat een koppel dat elkaar niets te vertellen had.
Emiel vroeg me wat het zijn mocht. Ik vroeg iets ongezonds en terwijl Emiel dat voor me klaarmaakte keek ik naar het koppel dat elkaar niets meer te zeggen had. Ik dacht: wat zitten die hier te doen? Waarom zitten ze niet thuis te zwijgen? Zo’n dingen dacht ik.
Ik was de laatste klant, zei Emiel, na mij sloot ze de deur. Het koppel dat elkaar niets te vertellen had, begreep de hint en verliet het pand om elkaar elders niets te gaan zeggen. Ik bleef over met een geroosterd broodje waaraan drie sausjes toegevoegd waren, een geel, een rood en een bruin, alsook sesamzaad, komkommer en gefrituurde ui. Emiel zei dat het een Bicky Burger was, want ze zag wel dat ik dat niet wist omdat het hele nachtleven me onbekend was. Dat beviel haar wel, zei ze me, een klant die geen nachtbraker was.
Ik vroeg me af hoe ze kon zien dat het nachtleven me onbekend was, want ik verschilde in haast niets van de man die zojuist het frietkot verlaten had, met zijn vrouw die hem niets meer te zeggen had, en hij haar evenmin; zelfde pak, zelfde gleufhoed…
Aan haar manier van doen zag ik tegelijk dat ik bij Emiel een kans maakte en ik zou die misschien ook wel gegrepen hebben, ware het niet dat ik wist dat ze de vrouw van een gangster was. Daarvoor moest je geen nachtbraker zijn, dat wist iedereen.
In de berging van dat frietkot, aan de achterkant van het buffet, daar achter die okergele deur, draaiden we elkaar die nacht een tong, Emiel en ik, maar ik wist er wel voor te zorgen dat het niet ontspoorde in iets wat zowel voor haar als voor mij levensbedreigend had kunnen zijn.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten