vrijdag 4 augustus 2017

Het onfortuinlijke schoolschip

— Het onfortuinlijke schoolschip. Inzet: links commandant Fourcault. Rechts: aalmoezenier Cuypers. Beide mannen kwamen in de scheepsramp om het leven. (Foto uit de verzameling van de Oostendse heemkring © K.O.H.G.K. De Plate.) —   

Het zeilschip Mercator, de driemaster die in de Oostendse jachthaven als blikvanger fungeert, is nu een museum, maar ooit is het een schoolschip geweest. Jongens die een carrière in de koopvaardijvloot ambieerden kregen aan boord hun opleiding.
De Mercator heeft vier voorgangers. Over de eerste, de Compte de Smet de Naeyer, zo genoemd naar de minister die opdracht tot de bouw gaf, vind ik iets terug in Het Visserijblad jaargang 1956. (°)
Het artikel werd geschreven door Edouard — Wardje — Vanalderweireldt (°1907-†1989), een Oostendse volkskundige auteur, destijds vermaard om zijn indrukwekkende fotocollectie.
— Cadetten in opleiding voor een zeemanscarrière herdenken
de ramp met ‘s lands eerste schoolschip.
(Foto uit de verzameling van Marcel Vanalderweireldt.) —
    
Vanalderweireldt herdenkt de scheepsramp die in 1956 vijftig jaar eerder gebeurd is. De in 1904 gebouwde driemaster vaart op 11 april 1906 pas voor de tweede keer uit en krijgt in het Kanaal, ter hoogte van het eiland Wight, met storm te maken. ‘Van uur tot uur werd de diepgang groter, zonder dat men aanvankelijk een verklaring voor dit eigenaardige verschijnsel wist te vinden. Tot men plotseling de oplossing van het raadsel ontdekte: het schoolschip had als ballast een lading cementblokken aan boord en dagen lang hadden deze blokken het indringende water opgezogen met het gevolg dat de lading van dag tot dag zwaarder werd. Het feit dat het water door de cement werd opgezogen, verklaart tevens dat het zo lang duurde voor men er achter kwam dat er een lek in het schip was, pas toen de cementblokken verzadigd waren, begon het water in het laadruim zichtbaar te worden.’
Op dat moment is het al te laat. Pompen blijkt hopeloos en tegen de morgen geeft de kapitein bevel de reddingssloepen in zee te laten. De eerste slaat om en wordt meteen onbruikbaar. ‘De tweede boot bestemd voor zestien personen maar bemand met tweeëntwintig had meer geluk, en kwam veilig te water. De bemanning haastte zich van het snel zinkende schip weg te komen. Een derde sloep werd te water gelaten, maar sloeg tegen de romp van het schoolschip te pletter. De twee overige reddingsboten werden daarna uitgezet, maar werden door een golf gegrepen en kapseisden. Nadat de laatste reddingsboten verdwenen waren sprongen twee officieren en twee kadetten over boord en klampten zich  aan het wrak van een sloep vast, zij werden met veel moeite door de reeds overbevolkte sloep opgepikt.’
Commandant Fourcault (45) weigert de commandobrug te verlaten ‘en zou recht als een kaars de diepte ingaan.’
Op 19 april om 6,55 uur vergaat het schip. Aan boord bevindt zich nog 33 man, waaronder 18 cadetten, waarvan de oudste 22 is en de jongste 18. De 26 overlevenden worden dertien uur later door een Franse viermaster opgemerkt en aan boord genomen.
Flor Vandekerckhove


(°) Ed. Vanalderweireldt. Belgisch schoolschip “Compte de Smet de Nayer [sic] verging in de Golf van Gascogne. 33 zeelieden lieten er het leven. In Het Visserijblad, 13 april 1956.
Een reactie posten