vrijdag 9 augustus 2019

Heren van stand

[Echt gebeurd. Deze week valt, in een reeks van opeenvolgende e-mails, onderhavige discussie in mijn elektronische brievenbus. Ik besluit er, op mijn eigen lichtvoetige manier, aan deel te nemen. Mijn bijdrage wordt een zeer kort verhaal, gebaseerd op die mailberichten. Opdat het verhaal aan mijn poëtica zou voldoen, kort ik het over en weer geschrijf wel een beetje in.]


— Interieur van de Reform Club in London. Het verhaal neemt
je mee naar een Gents filiaal ervan. De discussie speelt zich af
tussen drie heren die teveel boeken lezen. —

De fauteuils heten Chesterfield, de lampjes Tiffany en de brilmonturen komen van de Bond Moyson. De mening is gewogen, het stemgeluid gedempt, de discussie beschaafd, het cijfer berekend. 
Het lood van de glasramen is te broos om het straatlawaai te keren, zeker als dat, als de waarheid, uit kindermonden komt: Anuna! Anuna! Anuna! … De historicus laat Knack zakken en zegt: ‘Altijd weer die Winona.’ Waarop meneer doktoor vraagt wie die Winona eigenlijk is. De uitgever legt het hem uit: Winona is Anuna. ‘Ah, dat treft’, zegt de historicus en hij neemt Knack weer ter hand: ‘Ik verneem hier juist dat zelfs de meest milieuvriendelijke Greenpeace-zeilboot meer CO2-uitstoot dan een vliegtuigreis.’  De kelner vraagt of de heren het naar hun zin hebben. Waarna de uitgever weer: Ik heb bedenkingen bij Anuna's uitspraak dat de politieke wereld niet volwassen genoeg is om maatregelen te nemen. Dat doet me de wenkbrauwen fronsen.’ En hij fronst de wenkbrauwen.
’Politici moeten in een democratie nu eenmaal rekening houden met de angsten van de kiezers. Veel kiezers, dat is toch gebleken, vrezen (terecht of niet - ik denk terecht) dat de kost op hen afgewenteld zal worden en hebben dat in hun stemgedrag geuit.’ Wat een saaie man, denkt de kelner, élections, piège à cons, dat weet toch iedereen. Meneer doktoor weer: Wat kiezers aanvaarden, hangt nauwelijks af van de inhoud van het beleid, maar van de framing (of propaganda) die de media ervan maken. Alles is perceptie.’ De uitgever is nu — wat op straat heet — in zijn gat gebeten: ‘Of het louter gaat om de framing (of propaganda) of om de perceptie, ik zou het niet durven poneren. Hoe onderbouw je dit?’ De historicus zegt nog een en ander over plausibiliteit, Winston Churchill en Bourdieu, maar dan is daar het onvermijdelijke moment waarop de club de deuren sluit. De heren verlaten het salon. Op straat klinkt nog steeds Anuna! Anunia!, of misschien Winona! Winona!, daar wil ik vanaf zijn. De kelner ruimt de tafels, de barman sluit de bar. Aan de dienstuitgang trekken die twee een geel hesje aan.
Flor Vandekerckhove

Geen opmerkingen: