dinsdag 25 augustus 2015

De Rest gaat naar de hemel

Het was lang geleden dat ik nog iets van hem vernomen had, maar gisteren had ik weer contact met Hoss, een cowboy op rust, die overigens verre familie van me is. Hij had me iets te vertellen dat hij liet aanvangen met de spectaculaire openingszin: ‘God is één ding en de hemel is iets anders.’ Ik nestelde me in de zetel en liet de woordenstroom via Skype over me heen komen: ‘Zo heb jij dat wellicht nog niet bekeken’, zei hij terecht, ‘maar ik ben tot de conclusie gekomen dat God niet bestaat, maar de hemel wel.’ Ik zuchtte. ‘Over God kan ik kort zijn’, zei hij, ‘men zegt dat Hij alles kan. Kan Hij dan ook een steen maken die Hij zelf niet kan opheffen?’ Ik besloot wijselijk om te zwijgen en maar goed ook, want hij vervolgde triomfantelijk: ‘Het antwoord bewijst sowieso dat God niet almachtig is en derhalve niet bestaat.’  Daar viel geen speld tussen te krijgen. Hoss weer: ‘Aantonen dat de hemel bestaat is moeilijker, want dan moet ik je de snaartheorieën uitleggen en het over het multiversum hebben, maar je zult toegeven dat een groot deel van het heelal nog onbekend is.’ Ook dat moest ik toegeven. Hoss was erover gaan nadenken toen ze onder de grond in Genève het Higgsdeeltje vonden. En of ik dat kende. En of ik wist dat een mijner landgenoten het bestaan van dat deeltje als eerste, zij het in theorie, ontdekt had. En of ik begreep dat dit inhield dat alle elementaire deeltjes een massa hadden. Gemakshalve antwoordde ik telkens ja. ‘Welnu’, vervolgde cowboy Hoss, ‘ook na onze dood moet er van ons een minieme hoeveelheid massa overblijven, want iets kan niet ineens niets worden, er blijft altijd iets.’ Daar moest ik eens over kunnen nadenken, maar Hoss gaf me de kans niet: ‘Gelovige mensen noemen het de ziel, maar da’s zever, ik noem het De Rest. Belangrijker dan de naam is dat je beseft dat zo’n elementair deeltje zo licht is dat het zich aan enorme snelheden door het universum beweegt. Niet tegen de lichtsnelheid, want dan zou het géén massa mogen hebben, maar toch aan een snelheid die deze van het licht benadert.’ En waar gaat De Rest dan zo rap naartoe, wilde ik vragen, maar Hoss was me voor: ‘Onlangs heeft de NASA de planeet Kepler-425b ontdekt. Men denkt dat daar leven mogelijk is. Ik ben ervan overtuigd dat De Rest naar zo’n plek gaat, waar het goed toeven is en waar al De Rest bijeenkomt. Want’ en hij liet een goedgeplaatste stilte vallen, ‘Kepler-425b is nog maar het begin.’ Het werd tijd voor enige tegenspraak, want Hoss beweerde daar dat er ergens in ’t heelal een enorme hoeveelheid ‘menselijkheid’ bestaat die almaar aangevuld wordt. Dus vroeg ik: ‘Hoe komt het dat wij dan van al De Rest nooit enig teken ontvangen hebben?’ Hoss had, zo moet ik toegeven, een schitterend antwoord klaarstaan: ‘Weet je hoever die Kepler-425b van ons vandaan ligt? 1.400 lichtjaren! En ja, de hemel ligt wellicht nog verder. De Rest doet er dus ontzaglijk veel tijd over om tot daar te geraken. De Rest van wie gisteren gestorven is heeft nog een lange weg te gaan. Wat daar al toegekomen is… da’s De Rest van mensen die bijlange niet op ons technische niveau staan, misschien is dat De Rest van mensen die de fiets nog niet uitgevonden hebben. En als wij, met al de huidige mogelijkheden, niet in staat zijn om zo’n contact te leggen, hoe zou De Rest van mensen die al zo lang dood zijn dat dan kunnen?’
Flor Vandekerckhove
Eerdere skypegesprekken met Hoss vind je hier, daar en ginder.


Het Oneindige Heelal
Een reactie plaatsen