vrijdag 28 augustus 2015

Hier schreef, bakte en kakte Stijn Streuvels

De pasteibakkerij van de familie Lateur, toen Stijn Streuvels er de bakker van 
was. Gezelle was moeders naam, zij was een zuster van de dichter Guido.

Een jaar nadat de grote schrijver gestorven is zet ik voet aan wal in Avelgem. Die zin is zo bombastisch dat ik hem niet zou mogen gebruiken, maar hij staat er nu en hij vraagt om uitleg. De grote schrijver is Stijn Streuvels die in 1969 overleden is. Ik ben ondergetekende. Avelgem is de gemeente waar in 1970 een jonge vrouw woont die later de moeder van mijn kinderen zal worden en voet aan wal betekent dat ik van de trein stap, want in die tijd heeft Avelgem nog een treinstation. Misschien zit de lucht daar op dat moment wel vol nattigheid en ligt het perron er zoppenat bij, misschien kan ik nauwelijks iets zien vanwege slunsen mist waarin kraaien zwart als doodzonden wentelwieken. Ik zou ’t niet meer weten. Wel weet ik dat ik naar de banketbakkerij in de Doorniksestraat trek.
In die winkel hangt een bas-reliëf waarop Streuvels’ hoofd afgebeeld staat met daaronder de merkwaardige zin: Hier schreef, bakte en kakte Stijn Streuvels. ’t Is bekakt uitgedrukt, maar het is daarom niet minder waar, want dit is de plek waar de vijftienjarige Frank Lateur in 1887 terechtkomt om er de bakkersstiel te leren. De zaak wordt op dat moment uitgebaat door twee ongehuwde ooms en de klanten worden in de winkel bediend door Franks oudere zuster. Later neemt vader Lateur, die kleermaker is, de zaak over en op 11 mei 1887 vestigt het gezin zich in de bakkerij. Frank wordt naar Brugge gestuurd om zich daar verder in de patisserie te bekwamen en in 1891 keert hij weer naar Avelgem, waar hij zich nu meester-bakker mag noemen.
In Avelghem (1947) beschrijft Streuvels het huis dat oorspronkelijk een hofstede geweest is en al ‘honderden jaren’ door de familie Lateur bewoond wordt. Het huis stond in de straatlijn tusschen een groote heerenwoning langs den eenen kant en langs den andere een schoenmakerswinkel, waar het met zijn witgeschilderden voorgevel, deftig figuur maakte. (…) In den winkel een toonbank waarop twee blinkend koperen weegschalen; de wanden bekleed met banken waarop brooden gereekt stonden, glazen bokalen en bakjes met spekken, suikergoed, spekulaus, amandelbrood, kinderbeschuit, donder-en-bliksem en ander koekensoorten waren uitgestald, — elk op zijn vaste plaats, alsof het van overouds altijd en onveranderd dezelfde koopwaar was.’
1943. Voor de patisserie staat Godelieve, een dochter van Edgard Seynaeve.
Op de bakfiets: Henriette De Clercq, een naamgenote van mijn moeder.
Of hij een goede bakker was weet ik niet, maar ik weet wel dat hij het niet graag deed. Wat hij veel liever deed was schrijven. En publiceren, maar bij voorkeur onder een pseudoniem: ‘Want mij beving nog altijd de schroom dat ik buiten mijn sfeer handelde (…) de ingeboren bedektheid die mij bang maakte en verlegen bij de gedachte dat iemand van mijn naastbestaanden of persoonlijke kennissen zou onder ogen krijgen wat ik schreef (…)’. Dat pseudoniem zou uiteindelijk Stijn Streuvels worden en die zou vanaf 1899 de bakker overvleugelen. Maar je weet hoe ’t gaat: tussen droom en daad… ‘Doch er bestonden moeilijkheden buiten mij om: wat met mijn moeder en zuster? Daarover met hen beginnen praten, mijn plan blootleggen, zulk een onderwerp aansnijden behoorde tot de onmogelijkheden!’ Hij is nu eenmaal de kostwinner, hij moet de winkel blijven bevoorraden. Het huis is op dat ogenblik trouwens nog altijd eigendom van nonkel Fik: ‘Hoe zou hij het opnemen als we de voorouderlijke bakkerswinkel zouden verlaten om het avontuurlijke aan te gaan?’
Wanneer die Fik in 1903 sterft erven Frank en de zijnen het huis. Streuvels begint meteen over de verkoop na te denken. In Ingooigem laat hij het Lijsternest bouwen. Moeder Louise en zus Lisa gaan in Brugge wonen. In 1905 huurt Edgard Seynaeve de bakkerij die hij in 1919 koopt. Frank Lateur heeft er vijftien jaar eerder zijn beroep geleerd en vijftien jaar lang is hij tegen zijn zin bakker geweest. Edgard Seynaeve daarentegen…
Voor me ligt een familiegeschiedenis van Martha, een van ’s mans negen kinderen: ‘Edgard Seynaeve en Marie Van de Maele hebben samen met hun kinderen het bedrijf verder uitgebouwd tot een kwaliteitsvolle en succesrijke banketbakkerij, die nog jarenlang een uitstekende reputatie genoot in de omstreken.’ Na Edgards dood zet Marie, samen met nog twee thuis wonende kinderen, de zaak verder, die later in handen komt van zoon Albert en diens echtgenote Agnes D’Haene. Zij worden mijn schoonouders, want een jaar nadat de grote schrijver gestorven is zet ik voet aan wal in Avelgem, maar ik zie dat ik in herhaling val. En weeral zo bombastisch!
Flor Vandekerckhove
Hedwig Speliers. Dag Streuvels. 'Ik ken de weg alleen'. — Uitg. Kritak, 1994.
Edgard en Jan Seynaeve. Een eeuw Martha Seynaeve — Eigen beheer,  2013.


Een reactie plaatsen