zaterdag 1 augustus 2015

Van Boeschepe naar Mississippi

Vooraleer we het tijdelijke met het eeuwige verwisselen, willen we heel Vlaanderen bewandeld — of zegt men afgewandeld? — hebben. Daardoor komt het dat je ons dezer dagen meermaals in de omgeving van Boeschepe kunt aantreffen. Dat mag in Frankrijk liggen, maar ’t is toch Vlaanderen, want je kunt daar brood kopen in de bakkerie, kijken naar het lokaal van de kommiezen en een stukje stof offeren aan de ‘H. Maria Troost der benauwde’. Ja, dit is waarlijk Vlaanderen, land waar de benauwden thuis zijn.
— Robert Johnson (Graffiti op hout, © Jo Clauwaert) —
Dat kapelletje wordt in 1717 speciaal gebouwd om de duivel te verjagen die zich daar regelmatig laat zien. Het staat op de hoek van de Rue du Moulin en de Rue des Cinq Chemins Verts. Het kan haast niet anders of daar moet indertijd nog een weg gelegen hebben, want het is bekend dat de duivel zich bij voorkeur op kruispunten vertoont. Als hij dat zowel in ’t zuiden van de Verenigde Staten zo doet als in Oostende, zoals ik hier te weten gekomen ben, dan doet hij dat ook zo in Frans-Vlaanderen.
Waarom op een kruispunt? Ik ga op zoek en stoot op Faust (1926), een verfilming van de bekende Duitse sage. Daarin ontmoet het titelpersonage de duivel op zo’n kruispunt: ‘I invoke thy aid, Spirit of Darkness: show thyself!’ Faust verkoopt zijn ziel, maar hij is niet de eerste die dat gedaan heeft. Er bestaat een toneelstuk over Paganini (1782-1840) waarin die muzikant ook al zijn ziel aan de duivel verkoopt. Of dat op een kruispunt gebeurd is weet ik niet, maar het meesterschap dat de bluesmuzikant Robert Johnson (1911-1938) toegeschreven wordt, is wel degelijk op een kruispunt beklonken. Ik citeer uit de Wikipedia: Johnson woonde het eerste deel van zijn leven op een plantage (…) Hij zou op een nacht naar een kruispunt zijn gegaan om daar gitaar te gaan spelen. Om middernacht zou hij benaderd zijn door een grote, donkere man (de duivel), die hem zijn instrument afpakte, het voor hem stemde, en het, in ruil voor zijn ziel, aan hem teruggaf waarna hij het perfect zou kunnen bespelen.’ Of ’t echt zo gebeurd is valt moeilijk te achterhalen, maar er is toch een jaartal en een plaats bekend: Rosedale, Mississippi, 1930. Johnson schrijft ook twee songs die de ruil beamen. U moet maar eens naar luisteren naar Me and the Devil Blues en Hellhound On My Trail. Voor de kerk klinken die teksten alvast overtuigend genoeg om hem in de ban te slaan. Er moet bijgevolg een grond van waarheid in zitten, want we mogen er toch, zo hoop ik, van uitgaan dat een mens niet lichtzinnig in de ban geslagen wordt. En kijk eens wat ik ook vind in het onmetelijk grote internet: een aflevering van de Amerikaanse televisiereeks Supernatural die Crossroad Blues heet en waarin je hier kunt zien hoe Robert Johnson op dat kruispunt een zakje begraaft met de juiste ingrediënten: grond van een kerkhof, beentje van een zwarte kat en een pasfotootje. En, plof, daar staat de duivel opeens achter hem. Die ziet er enigszins anders uit dan wat Jo Clauwaert zich daar op bovenstaande tekening bij voorstelt; probeer maar eens te weerstaan aan de demon uit dat filmpje. Zelf ben ik al voor minder gevallen, maar dat heb ik eerder al verteld in een stukje dat Framasson heet.
Flor Vandekerckhove



Bovenaan. Faust aanroept de duivel op een kruispunt (Still uit Faust, 1926)
 Onderaan. Robert Johnson aanroept de duivel op een kruispunt (Still uit de TV-reeks Supernatural, 2006). 
Een reactie plaatsen