woensdag 20 september 2017

Deur

Ik ben in Gent, stad waar ik lange tijd gewoond, gefeest, vergaderd, gewerkt, gedronken en rondgelopen heb; vooral dat laatste, rondgelopen. Daar loop ik nu weer, omdat ik ergens zijn moet, ergens waar ik niet ga geraken, want terwijl ik door de stad aan ’t stappen ben passeer ik straten waar ik gewoond, gefeest, vergaderd en gedronken heb; vooral dat laatste, veel gedronken, en waar ik nu telkens een wijl blijf hangen, zoals ik dat destijds ook gedaan heb, maar nu om de voorbije tijd op te snuiven, te mijmeren en te speuren naar dingen die gebleven zijn.
Ik herken kamervensters waarachter ik gevrijd en geslapen heb, of gevrijd en niet geslapen, kroegen waar ik placht te drinken, lokalen waar vergaderd werd en bedrijven waar gewerkt moest worden. Straten die veertig jaar geleden al bergafwaarts liepen doen dat nu nog steeds en gebouwen die toen al helemaal versleten waren blijken tot vandaag toe stand te houden.
Ik passeer fietsers die daar veertig jaar geleden ook al reden en die erin geslaagd zijn onveranderd te blijven, wat uiteraard onmogelijk is, en waarbij ik me begin af te vragen of ze de kinderen — misschien al kleinkinderen — zijn van degenen die ik in hen meen te herkennen.
Ik beslis her en der foto’s te maken van plekken die ik onderweg passeer en waar ik gewoond heb, gefeest, vergaderd, gewerkt, gedronken en geleefd; vooral dat laatste, veel geleefd. Aldus mijmerend kom ik recht tegenover een huis te staan, in mijn herinnering het meest charmante huis dat ik ooit bewoond heb; wat niet per se zo geweest is, want ik herinner me ook het huisnummer, 5, en nu ik ernaar sta te kijken zie ik dat het 181 is.
De voordeur zelf herinner ik me goed — een scheve voordeur vergeet een mens niet gauw ­ — en ik zie dat de deur ook nu nog scheef staat.
En dan gebeurt er iets. Hoe langer ik naar de deur kijk hoe rechter hij komt te staan.
Ik neem er mijn tijd voor en de overbuurvrouw komt in haar deurgat staan. ‘Mevrouw’, vraag ik, ‘die deur daar’, en ik wijs naar de overkant, ‘staat die volgens u scheef of recht?’
Ze werpt een haastige blik op de deur, waarna ze haar ogen tot spleetjes knijpt en die geconcentreerd op mij richt, zodat, mocht ik onverhoeds Allahoe akbar roepen, ze mijn signalement gedetailleerd kan doorgeven.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten