woensdag 13 september 2017

Leren schrijven met Bob Dylan


— Van de Vietnamoorlog tot Operatie DesertStorm. Waarom ik bovenstaande combinatie kies, lees je op ’t einde van deze tekst. —

In Kronieken (°) meldt een van Dylans onderwijzers aan vader Zimmerman dat hij in diens zoon een kunstenaar vermoedt. Waarop vader vraagt: ‘Een kunstenaar, is dat niet iemand die schilderijen maakt?’ Het is een repliek waaraan je een doorwrocht essay kunt ophangen: wat is kunst? Hoe herken je het afwijkende talent in je kind? Hoe komt het dat er opeens zo’n talent ontstaat in een milieu waarin vader dat niet verwacht?
Over die laatste vraag zegt Dylan zelf: ‘(…) mijn stijl was ook te afwijkend en te moeilijk in een hokje te stoppen voor de radio, en voor mij waren liedjes veel belangrijker dan zomaar licht amusement. Ze waren mijn leermeester en gids naar een ander werkelijkheidsbesef, een andere republiek, een bevrijde republiek. De muziekhistoricus Greil Marcus zou het dertig jaar later “de onzichtbare republiek” noemen.’
Dylan begint klein. Hij zingt andermans teksten en speelt andermans muziek. Hij bestudeert intensief hoe zijn voorgangers het hem geflikt hebben. Hij noteert woordelijk teksten van bijvoorbeeld Woody Guthrie. En onderzoekt waardoor ze zo krachtig zijn.
In zijn Kronieken besteedt Dylan vier bladzijden aan een zeeroversliedje van Bertolt Brecht en Kurt Weil: ‘Ik nam het liedje uit elkaar en pakte het uit: het was de vorm, de associatie van vrije verzen, de structuur en het negeren van de zekerheid van de bekende melodische patronen die ervoor zorgden dat het zo ernstig en op het scherpst van de snede was. Het had ook het ideale refrein voor de tekst. Ik wilde uitzoeken hoe ik die speciale structuur en vorm kon manipuleren en leren beheersen waarvan ik wist dat het de sleutel was tot de veerkracht en de verschrikkelijke power van Pirate Jenny.
Over Robert Johnson zegt Dylan: ‘Ik schreef de woorden van Johnson over op stukjes papier zodat ik de teksten en patronen beter kon bestuderen, de constructie van zijn oudtijdse regels en de vrije associatie die hij gebruikte, de sprankelende allegorieën, de grote logge waarheden verpakt in een omhulsel van absurde abstractie — thema’s die met het grootste gemak door de lucht vlogen. Zulke dromen of gedachten had ik niet, maar ik zou zorgen dat ik ze kreeg.’
Hij kopieert, bestudeert en daar gaat hij vervolgens overheen: ‘Je krijgt op een zeker moment de kans om iets aan te passen, van iets wat al bestaat iets te maken wat er nog niet was. Dat kan een beginnetje zijn. Sommige dingen wil je gewoon op jouw manier doen, je wil zelf zien wat er achter het mistgordijn ligt. (…) Je moet iets weten en iets begrijpen en dan het jargon links laten liggen.’
Het meesterschap van Dylan ligt in dat laatste: ‘het jargon links laten liggen.’
Hij ontdekt een lied over de arbeidersactivist Joe Hill: ‘Ik zou hem op een andere manier hebben vereeuwigd, meer als Casey Jones of Jesse James.’ Dat is merkwaardig, want Jesse James is een bendeleider. Dylan weer: ‘Je moet mensen een kant van zichzelf laten zien die ze nog niet kenden.’
Ik ga op zoek naar een song die het allemaal samenvat: de traditie, de twist, ‘de kant die de mensen niet kennen’, en de Dylaniaanse overtreffende trap.
Ik kies voor Masters of War. Op youtube vind je allerhande uitvoeringen, prille versies van Dylan, interpretaties die Dylan voorafgaan, een Vlaamse van Roland & Wannes van de Velde… Je kunt je er een hele dag mee onledig houden.
Maar deze die ik op ’t oog heb dateert van 1991. Ik zet het filmpje hieronder. Dylan wordt daarin gelauwerd door het Amerikaanse establishment. Jack Nicholson leidt in. (Spoel die 3 minuten maar door.) Dan krijg je flashbacks. (Weer drie minuten: spoel maar door.) En dan gebeurt het! Op het podium ontbrandt iets wat nooit eerder gehoord werd. Dylan brengt een ongezien extreme versie van Masters of War. Wat we meemaken is Dylans antwoord op de Amerikaanse Operatie Desert Storm in Irak. Ik denk niet dat de masters of war in de zaal dat begrepen hebben. Maar ik wel, godver, ik wel!
Flor Vandekerckhove

(°) Bob Dylan. Kronieken. Amsterdam Nijgh & Van Ditmar. 311 pp. Alle Dylancitaten komen uit dat boek.
Een reactie posten